Voetbaltrainer Gertjan Verbeek geeft zich bloot in biografie

‘Je hebt Gert en je hebt Jan’

Het boek ‘Recht voor z’n raap’, over het leven van de gedreven vakidioot Gertjan Verbeek, bevat opvallende passages uit zijn jeugd in Enschede en uit zijn tijd als trainer bij Heracles Almelo en FC Twente. De inwoner van Dalfsen had aanvankelijk bedenkingen bij het uitbrengen van zijn memoires, maar is er achteraf blij mee. “Het geeft een mooi en compleet beeld van wie ik ben en wat mij drijft.”

Pas toen hem de optie werd aangereikt van het maken van een ‘road­trip’ langs personen die belangrijk voor hem zijn, stemde Verbeek in met een boek. “Want dan kon ik mensen gelijk van repliek dienen als ze onzin zouden verkondigen. Zoals ze mij ook ter plekke konden corrigeren.” Dat gebeurde in de praktijk niet vaak, beklemtoont Verbeek. “Natuurlijk kwam het soms tot stevige gesprekken, met bijvoorbeeld Johan Derksen, Toon Gerbrands en mijn voormalige technisch directeur bij VfL Bochum, Christian Hochstätter. Maar er was alom respect.”

Gert en Jan

Het boek biedt een aardige kijk op de belevingswereld én de eigenschappen van Verbeek. Riemer van de Velde, bij SC Heerenveen zijn voorzitter, splitst de naam Gertjan op in twee afzonderlijke delen én karakters: 'Gert is een geweldige vent. Goudeerlijk. Sociaal. Loyaal. Betrouwbaar. Een man van zijn woord. Iemand op wie je kunt leunen. Maar je hebt ook Jan. Dat is een eigenwijze hork. Nors, nukkig, weinig diplomatiek. Een bemoeial. Een betweter. Van afstand zie je al met wie je te maken hebt'. Verbeek, die in het boek veel en vaak verhaalt over zijn link met Twente, beaamt die zienswijze grotendeels: “Het is gechargeerd, maar er zit een kern van waarheid in. Je kunt heel duidelijk zien hoe ik me voel, en daaruit vloeit mijn houding voort.”

De rebel

Verbeek is vijftien jaar als hij een basisplaats afdwingt in het eerste elftal van Zuid Eschmarke, zijn amateurclub in Enschede. In een van zijn eerste wedstrijden wil de trainer hem wisselen, tot duivelse onvrede van de jongeling. “Ik had de hele week hard getraind en een paar ploeggenoten, net terug van vakantie, niet.” Verbeek weigert het veld te verlaten. Trainer en medespelers bewegen hemel en aarde, zonder succes. De scheidsrechter weet zich geen raad met de situatie en legt de wedstrijd stil. Alleen radicale maatregelen helpen. Terug in de kleedkamer wordt de opstandige puber op een stoel vastgebonden, met touw en tape.
In weerwil van zijn afkeer van autoriteit en gezag, vat bij de tiener Verbeek de ambitie post zelf een groep te coachen.
Op zijn vijftiende haalt hij bij Zuid Eschmarke het diploma sportspelleider. “Ik werd leider van een elftalletje, de F1. Vond ik mooi. Ik zag laatst een oude teamfoto: sta ik met een zonnebril en een leren jasje naast die jonge gastjes.” De paradox is groot: de rebel die zelf gezag wil gaan uitstralen. Hoe dat te verklaren? “Ik had in mijn eigenwijsheid iets van: ik kan het beter, laat mij het maar doen, op mijn manier.”

Heracles Almelo

In het seizoen 1999/2000 betrekt Heracles Almelo een nieuw stadion en daar past een trainer bij met frisse ideeën, zo
is de overtuiging van Jan Smit, dan de voorzitter. Verbeek luistert aandachtig naar het referaat van de preses, maar raakt niet overtuigd: 'Jij vertelde heel euforisch wat je wilde, met het nieuwe stadion als anker, maar je kon het niet goed onderbouwen. Een echte visie ontbrak. Je kwam over als
een zakenman zoals er zoveel zijn: met de ambitie om een voetbalclub naar je hand te zetten, zonder de wetten van die wereld te kennen. Jij was voor tachtig procent aan het woord, ik kon nog net een paar vragen stellen, zonder daarop bevredigende antwoorden te krijgen.'

Een jaar later zoekt Smit een opvolger voor de ontslagen Fritz Korbach. Hij waagt een nieuwe poging bij Verbeek. In Ommen volgt een gesprek. “Deze keer waren we meer aan elkaar gewaagd,” weet Verbeek. 'We bevroegen elkaar op inhoud en argumenten. Jij was niet de eendagsvlieg gebleken die even op tv was geweest, met zijn naam in de krant had gestaan en weer was vertrokken. Nee, je wilde echt vooruit met Heracles Almelo.' Typerend voor het onderlinge vertrouwen is de wijze waarop de eerste verbintenis tot stand komt: op basis van een mondeling akkoord. 'Van man tot man,' zegt Smit. 'Toen je een paar maanden aan het werk was, kwam de boekhouder mijn kantoor binnen. Hij had nog steeds geen contract van de hoofdtrainer gezien. Laat staan dat er iets getekend was. Hebben we toch maar even geregeld.' Verbeek: ”Met een deurwaarder als voorzitter maakte ik me daar niet al te druk over.”

In de wetenschap dat discussie nooit verkeerd is, jutten Verbeek en Smit elkaar op. De een brengt de ander tot nieuwe inzichten.

De voorzitter spiegelt zijn trainer voor spelers op een andere manier aan te spreken. 'Jij zei in het begin: ‘hé vent’ of ‘hé kerel’. Dat werd niet door iedereen als plezierig ervaren. Je kan ze beter bij de voornaam noemen, of ‘hé vriend’ zeggen. Klinkt een stuk vriendelijker. Dat ben je ook gaan doen.' De credits voor de opgang van Heracles Almelo komen grotendeels Verbeek toe, stelt de voorzitter. “Door jouw impulsen is de organisatie geprofessionaliseerd, het stadion gemoderniseerd, het voetbal beter geworden en zijn de toeschouwers weer van de club gaan houden.” Verbeek:
“Dat is mooi om te horen, maar het blijft een kwestie van ‘we’. Aanvankelijk trokken we met zijn tweeën de kar, later hebben we de verantwoordelijkheid kunnen verdelen over meer mensen.”

FC Twente

In oktober 2017 treedt Verbeek in dienst van FC Twente,
als trainer en technisch manager. In Enschede is net een bankroet afgewend en staat er een krakkemikkig team in overlevingsmodus. Binnen de organisatie wekt zijn veeleisendheid de toorn van velen. Conflicten nemen hand over hand toe, en op het voetbalveld gaat het kwaliteitsarme FC Twente steeds verkrampter spelen. 'Je had iets slimmer kunnen zijn,' zegt zijn jeugdvriend Gerrit Jan Soetman. 'Iets meer de ‘people­manager’ uithangen. Maar als je eenmaal een koers hebt uitgezet, wijk je daar niet vanaf. Je bent niet van het pamperen en polderen. Dat kan een sterke eigenschap zijn, maar door de vinger op de zere plek te blijven leggen, kan er ook een sneeuwbaleffect van negativisme ontstaan.'

Verbeek: “Ik heb een hekel aan amateurisme.” Als de club in hevige degradatienood is geraakt en de situatie op de werkvloer onwerkbaar is geworden, volgt in april 2018 ontslag. Hij steekt de hand deels in eigen boezem. “Ik heb ook fouten gemaakt, laat dat duidelijk zijn. Maar mensen moeten wel willen.” Hij baalt dat de match met FC Twente op niets is uitgelopen. “Dat laat een litteken bij me achter, daar ben ik eerlijk in. Ik had me er veel van voorgesteld. Werken in de stad waar ik ben opgegroeid, bij de club die ik aanmoedigde. Maar goed, het is niet anders."

 

Escape om te sluiten