Twentenaar beslist wat Chinezen en Japanners aan de muur hebben hangen

Ronald Klaver, handelaar in souvenirs: geld verdienen met tulpen, molentjes en wiet. “Emotieverkoop.” Ronald Klaver is leverancier van Hollandse souvenirs. Zijn website en de catalogus staan boordevol prullaria waar je normaal gesproken nog geen seconde over nadenkt om te kopen. Tenzij je onder de Eiffeltoren staat, dan is zo’n tasje met ‘Parijs’ erop gedrukt toch wel geinig. In duizenden, vooral Japanse, huishoudens moeten heel veel molentjes, koelkastmagneten en andere souvenirs uit Holland een plekje hebben. Bedacht en geleverd - hij bedient zo’n 30% van de Nederlandse markt - door een Twentse jongen.
Pennen met een wietplaatje eraan vormen in Amsterdam tachtig procent van de omzet, de rest komt van tulpen
Tassen vol met souvenirs had hij meegenomen uit zijn magazijn in Heinenoord. Een deel daarvan heeft hij zelf bedacht. “Niets van wat wij verkopen is standaard te koop. Ja, je kunt een pen kopen, maar daar moet dan wel een molentje, een tulpje of een klompje aan.” Met de ideeën onder zijn arm reist Klaver veel naar het verre oosten. Het is zeker niet zo dat hij daar de pennen voor een paar centen laat maken en voor vele euro’s doorverkoopt. “Alleen de transportkosten zijn vanaf januari al verviervoudigd. Salarissen gaan daar ook naar boven, de huur van de panden wordt duurder, de fabrieken zien er vele malen netter uit dan twintig jaar terug. Ze gaan daar ook met de tijd mee.” Maar feit blijft dat de Chinezen hier in Nederland hun ‘eigen’ spulletjes weer terugkopen…

Geen internet.

De marges zijn enorm, maar niet voor hem, zegt hij. Het is nog een ouderwetse sector. De verkoop aan de klant gaat voor honderd procent via de winkeltjes op A-locaties in de grote steden en bij toeristische attracties. “Het is eigenlijk een bedrijfstak die heel oubollig is. Er zijn zo’n driehonderd souvenirwinkeltjes in Nederland, alleen Amsterdam telt er al zo’n 125, en dat zijn heel vaak ‘pappa-en-mammawinkeltjes’. Ze zitten allemaal op goede locaties. Ik ken winkeltjes waar ze 30, 35 vierkante meter huren voor 70.000 euro per jaar. In heel veel van die bedrijven zit de eigenaar er al jaren in, bijvoorbeeld in Volendam en daar zitten ze achter de toonbank en daar blijven ze zitten. Als ik binnen kom, verkoop ik wat, en komt er een ander binnen dan zal die wat verkopen. Ze zijn niet merktrouw, ze doen wat ze denken dat goed is.” Naast Trophee van Klaver zijn er nog zo’n tien, twaalf groothandels in Nederland die de toeristische sector bedienen.

Hoeren en wiet.

Iedere Japanner en Chinees maakt een toertje over de wallen, de grootste trekpleister van Amsterdam. En wiet is helemaal in, weet Klaver. “Pennen met een wietplaatje eraan vormen tachtig procent van de omzet, de rest komt van tulpen. Buiten Amsterdam is weer tachtig procent tulp.” In Berlijn worden stukjes van de Muur verkocht. Als je alle verkochte stukjes zou verzamelen, kan inmiddels heel Duitsland ommuurd worden… “Dat is toch fantastisch, dat is de emotie waar ik op doel. Net als dat stukje worst dat je in Frankrijk koopt en dat daar met een flesje wijn heerlijk smaakt. Je neemt het mee naar huis en het smaakt niet meer. Dan gooi je het weg en volgend jaar koop je het weer opnieuw.” Zelf gaat Klaver deze zomer naar Frankrijk, hij komt zonder souvenirs thuis. “Nee, ik neem het allemaal niet mee, ik heb het zelf liggen.” Komende zomer zal vooral de koekoeksklok de trekker zijn in de souvenirwinkeltjes, verwacht Klaver. “Dus moeten er koekoeksklokken komen met een Keukenhof-logootje. En dan hebben we ook kussende paartjes; als het Holland is, moet er Holland op en als het Amsterdam is, staat er Amsterdam op en desgewenst Keukenhof, Floriade of wat je maar wilt.” Ongelooflijk. “Je mag wel een dagje met me mee hoor. Op de fiets door Amsterdam, dan zie je hoe het werkt.”

Crisis.

Last van de crisis heeft Klaver niet echt. “Nee, juist niet, wij zijn zelfs sterk groeiende. De grootste crisis die wij hebben gemerkt in het toerisme was in 2009. Je ziet nu Russen met heel veel geld en ook Aziaten met dikke portemonnees. Ja, en de Duitsers gaan weer investeren. Ook daar zijn nog steeds mensen met geld.” Hij hoort het ook in de diamantsector. “Ik was onlangs bij een grote diamantleverancier aan wie wij leveren. Die hebben vorig jaar hun beste jaar ooit gehad: met 52 miljoen euro omzet en ze hebben nu de eerste drie maanden van dit jaar al weer met 27 procernt geplust. Ja, ik heb contacten met de diamantsector, daar komen de toeristen met geld, die kopen daar mooie dingetjes.” Of je nou een handdoek of tas in Parijs met opschrift ‘Parijs’ koopt of in London met ‘London’, de tassen zijn exact gelijk. Net als de handdoeken en dergelijke. De fanshop van voetbalclubs zou een nieuwe markt kunnen zijn voor hem, ook daar vind je allemaal dezelfde prullaria, alleen met een andere naam.

Schiphol.

Trophee is al het tweede bedrijf van Klaver. De eerste heeft hij aan Schiphol verkocht. Hij bleef wel in dienst. “Na twee en een half jaar vond ik het niet leuk meer. Toen ben ik met een compagnon op 4 juli 2009 gestart met dit bedrijf. We hebben ieder een halve ton ingelegd en zijn vier keer naar China geweest. Daar hebben we spullen gekocht en zo zijn we gestart. In 2009 maakten we zwaar verlies, in 2010 was er nog steeds verlies maar nog maar de helft van 2009. In 2011 maakten we winst en 2012 loopt als een tierelier tot nu toe.” Dat is ook dankzij Schiphol waar hij inmiddels met zijn bedrijf weer voor werkt. “Wij zijn voorkeurleverancier op Schiphol. Schiphol is bijvoorbeeld een klant die zelf alle winkels op de Keukenhof doet en de Floriade die nu draait. Schiphol heeft winkels in Kopenhagen en Salzburg.” Voorzichtig kijkt Klaver naar Duitsland als nieuwe afzetmarkt. “Dat gaat wel goed, het is hetzelfde: weer de koekoeksklok, net iets anders, in een modern jasje.”

Escape om te sluiten