Rabobank Enschede-Haaksbergen houdt Raiffeisen-gedachtengoed overeind in Peru

De Rabobank Enschede-Haaksbergen steunt projecten in Peru. De directeuren Dick Dijkman (links) en Gerrit Grotenhuis zijn blij dat ze dit werk kunnen doen. Ontvolking van het platteland. Een thema dat ook in Nederland opgeld doet: voorzieningen die verdwijnen in de krimpgebieden, zoals ook op sommige plaatsen in het oosten van het land. Ook in Peru speelt dit. Maar daar resulteert het leeglopende platteland in uitdijende krottenwijken rond de grote steden. De Rabobank Enschede-Haaksbergen steunt projecten om ervoor te zorgen dat de mensen hoog in het Andesgebergte voor zichzelf kunnen blijven zorgen en niet gedwongen worden om naar de lager gelegen grote steden te trekken.
In Europa is een bank geld. Hier is een bank leven!
Al enkele jaren investeert de Rabobank Enschede-Haaksbergen samen met de Urgenossenbanken (de vijf oudste Raiffeisenbanken in Europa) in sociale projecten in Peru. Onlangs bezochten vertegenwoordigers van de betrokken banken het gebied om zelf te zien wat er met het geld gebeurt. De reis is lang en vermoeiend. Vliegtuig in, vliegtuig uit. En vervolgens urenlang met een busje door het Andesgebergte, de ene haarspeldbocht na de andere, een dikke stofwolk achter ons latend. Weinig mensen komen we hier tegen, als we de bergen intrekken. Zo nu en dan een herder die met zijn schapen de weg verspert en ons geruststelt dat we op de goede weg zijn naar Cotabambas. Hier hoog in de bergen is weinig zuurstof. Om hoogteziekte te vermijden, kauwt de bevolking op cocabladen. Wij drinken cocathee om het duizelige gevoel en de ademnood bij de minste of geringste inspanning te verdrijven. Hoe hoger in de bergen, hoe minder mensen er wonen. Het is moeilijk om hier een bestaan op te bouwen. Mannen vinden tijdelijk werk in de mijnen die worden geëxploiteerd door buitenlandse ondernemingen. Ze putten de bodem uit en laten het gebied geruïneerd achter.

Motor.

De organisaties die hier hulp bieden aan de plaatselijke bevolking walgen ervan. Zij willen dat de bewoners van het hooggelegen dunbevolkte berggebied een duurzaam bestaan op kunnen bouwen. Lokale, kleine banken worden opgericht met behulp van enkele Nederlandse Rabobanken en de Rabobank Foundation. Hier kunnen de plattelandsbewoners leningen krijgen die hun eigen Peruaanse bank niet wil verstrekken. De leningen investeren ze in hun kleine boerenbedrijfjes, vaak met kleine dieren zoals cavia’s. Geen grote leningen en geen grote bedragen in één keer. Een medewerker zit op het kantoor, de andere medewerker bezoekt met zijn motor de boeren in onherbergzame gebieden hoog in de bergen. Dat geeft boeren de kans om hun leningen terug te betalen als ze geld hebben verdiend op de markt. En het bespaart hun een tocht van een dag naar de bank. Dick Dijkman, een van de Rabodirecteuren reed een stukje mee op de motor: “Dit gaat echt vanuit mijn hart. Ook de medische situatie verbetert evenals de opleiding, zodat kinderen naar school kunnen.” Groepsdruk van de leden van de co.peratie zorgt ervoor dat leningen goed worden besteed en worden terugbetaald. Als een lening niet terugbetaald kan worden, draaien de andere leden van de co.peratie daarvoor op. Wie goed heeft geboerd, kan spaargeld uitzetten in de community. Dat geeft andere leden de kans om te lenen en investeringen te doen. Dijkman: “Ik kom zelf uit een boerenfamilie, mijn overgrootvader heeft de Raiffeisenbank mee helpen oprichten. Toen hadden ze dezelfde problemen met woekerrentes. Ze moesten geld lenen bij de plaatselijke cafehouder. Nu krijgen ze geld tegen veel lagere rente en dan zie je ook de vooruitgang. Die werkwijze zit nog steeds in mijn genen, dus ik ben heel blij dat we dat hier kunnen doen.”

Los Andes.

De Rabobankdirecteuren zijn onder de indruk van de zeer sobere bankgebouwen en de mannen en vrouwen op de motor die hun leden bezoeken. “Geen gedoe over leaseauto’s,” zegt Gerrit Grotenhuis. “Geen opsmuk, hier worden de taken uitgevoerd waar een bank in de basis voor is bedacht.” Het laat het hart van de bankdirecteuren harder kloppen. In het dankwoord aan de mensen van Los Andes die de bankdirecteuren met een lunch heeft onthaald, zegt Dijkman ge.motioneerd: “Dankjewel dat jullie onze ogen hebben geopend. In Europa is een bank geld. Hier is een bank leven! We hebben geleerd dat voordat het geld groot wordt het hart, verstand en werk goed moeten zijn. En we zien dat de bank dat voor jullie doet; als we kijken naar onze historie van meneer Raiffeisen en zijn systeem van jezelf helpen en dan anderen helpen. Wij kunnen tegen onze leden thuis zeggen dat hier de basis van goed denken en goed doen in de gedachte van Raiffeisen wordt uitgevoerd.” In het gebied Los Andes is de bank begonnen met twee personen. Inmiddels werken 126 mensen voor Los Andes en staan er twaalf kantoren en vijftig kleine loketten waar boeren hun geld kunnen brengen. Er is ook een vestiging in Lima, de hoofdstad van Peru. Want iedereen op het platteland heeft familie in Lima en op deze manier is het eenvoudig om deze familie geld te sturen.

Cavia’s.

Een klein krediet heeft de vrouwen in staat gesteld om wat cavia’s te kopen en te fokken. Op de markt worden de cavia’s weer verkocht. Sommige vrouwen zijn al zover dat ze grond hebben gekocht waar ze producten kunnen verbouwen. Een vrouw vertelt trots dat ze inmiddels in het bezit is van een stuk grond in de buurt van Cusco. Dat is handig als haar kinderen daar over een paar jaar gaan studeren. “We spraken net een vrouw die 300 sol, dat is honderd euro, heeft gekregen. Met dat geld gaat ze cavia’s fokken. Bij ons in Enschede en Haaksbergen praat je al snel over honderdduizenden euro’s.” De vrouwen zijn verlegen en sommigen durven de Rabobankdirecteuren in vrijetijdskleding en camera op de borst soms amper aan te kijken. Zij krijgen het geld; als het geld naar de mannen gaat, is de kans groot dat zij het krediet alleen voor zichzelf gebruiken. Vaak kopen ze er drank van. Het hoort bij het bekende machogedrag waar mannen in Latijns-Amerika bekend om staan. Vrouwen worden vaak onderdrukt. De vrouwen investeren het geld vooral in hun onderhoud en in het gezin. Trots tonen de vrouwen hun akkers, de schuurtjes met cavia’s en hun huis en keuken. De Rabobankdirecteuren kijken hun ogen uit en stellen veel vragen. “Wat brengt een cavia gemiddeld op, op de markt,” wil Grotenhuis weten. “Tien euro per cavia ongeveer.” Cavia’s zijn een delicatesse in Peru en staan bij lokale restaurants op de menukaart.

Emotioneel.

“Wij kunnen met een heel goed gevoel zeggen dat het geld dat wij er in gestopt hebben goed is besteed. We doen dat samen met onze partners van de Urgenossen, de oudste banken van Oostenrijk, de Raiffeisenbank Krems, de oudste bank van Zwitserland Am Bichelsee, de Westerwaldbank in Duitsland, de Rabobank in Geldrop en Enschede-Haaksbergen. Wij hebben dit opgepakt zoals het bij ons vroeger is gebeurd. Er blijft echt geen cent aan de strijkstok hangen; de euro die wij geven, gaat hier naar toe en ik denk dat dat zo belangrijk is bij ontwikkelingshulp,” aldus een emotionele Grotenhuis.

Escape om te sluiten