Twentse ondernemers in Dubai opereren met wisselend succes

We hadden het veel beter moeten voorbereiden

De snelweg over het bekende Palmeiland van Dubai. Veertig graden, zie ik op het dashboard van de taxi. Zodra je de deur opendoet, komt de hitte je tegemoet. Een stukje lopen is slopend. De stad is er ook niet op ingericht. De ingang van de enorme ‘shoppingmall’ is moeilijk te vinden als je niet met de auto bent. De Nederlanders die in Dubai zitten lijkt het niet te deren. Bob de Weerd uit Markelo bijvoorbeeld. Gek werd hij van de Nederlandse regeltjes. Dat je in Dubai geconfronteerd wordt met allerlei voorwaarden en gebruiken, deert hem minder. Sterker nog, hij ziet het als een voordeel dat ondernemen in Dubai alleen samen kan met een locale ‘sponsor’ die voor 51 procent de aandelen van je bedrijf bezit. “Als er problemen zijn, kan je sponsor je helpen en wegwijs maken.” Het was de vader van Bob die in 2000 meereisde met een handelsmissie van de Kamer van Koophandel naar Dubai. “We hadden al een paar grote klanten hier. Het is een ideale uitvalsbasis voor Afrika, India, Pakistan en de rest van het Midden-Oosten.” ITC heeft klanten over de hele wereld. De Weerd studeerde commerciële economie aan de Saxion Hogeschool en zit sinds 1998 in het bedrijf van zijn vader. ITC is een familiebedrijf, begonnen in Rijssen. Het meeste werk wordt nu gedaan in Dubai.” Europeanen hebben een voorsprong in dit Arabische land. Dubai met zijn talloze wolkenkrabbers, protserige ‘shoppingmalls’ en het hoogste gebouw ter wereld van meer dan 800 meter hoog lijkt zeer vooruitstrevend, maar is het niet, weet De Weerd. “De organisaties zijn hier ‘topdown’, conservatief. Van medewerkers wordt niet verwacht dat zij met goede ideeën komen. Zij moeten hun opdrachten goed uitvoeren en als ze een fout maken, lopen ze het risico om ontslagen te worden. Innovaties laten ze aan buitenlandse ondernemers over. Arabieren zien het een jaar of twee aan en gaan het dan zelf doen.” Bob de Weerd aan het werk in Dubai: “Innovaties laten ze aan buitenlandse ondernemers over. Arabieren zien het een jaar of twee aan en gaan het dan zelf doen.”

ITC

Vier jaar zit De Weerd nu fulltime in Dubai. Talloze Nederlanders zag hij in die tijd naar Dubai komen om mee te profiteren van de snelle groei. “Er zaten hier wel 3.500 Nederlanders toen ik kwam. Met de crisis werden het er al snel 1.500 en nu is dat weer aan het groeien. Natuurlijk heeft de crisis ook in Dubai haar diepe sporen achter gelaten. Maar nog steeds wordt hier gebouwd aan 1.500 projecten. Dat zijn er geen vijf- of zesduizend meer zoals voor de crisis, maar nog steeds wel 1.500 projecten. Dat is veel.” En waar gebouwd wordt, is materieel nodig. Dat is waar ITC voor zorgt. ITC koopt nieuw en gebruikt materieel in. Maar verhuurt ook. Dat blijkt een gouden vondst te zijn voor de conservatieve Arabische wereld, waar ze moeilijk afstappen van een merk waarmee ze vertrouwd zijn. “Ze zijn erg argwanend ten opzichte van nieuw materieel en nieuwe merken. Wij zien verhuur als een kans om nieuwe producten te introduceren.” Relaties onderhouden met Arabieren betekent ook elkaar veel zien, urenlang theedrinken. “Het was niet langer te doen om vanuit Nederland te blijven werken. Als ik een klant in Dubai een maand niet had gezien, was ik hem bij wijze van spreken kwijt. Je moet veel aandacht geven aan je klanten, kortom je moet hier gewoon zijn.”

Schipper

Johan Schipper is directeur/eigenaar van het gelijknamig technisch servicebureau in Almelo (met zeventig werknemers). Sinds 2008 heeft hij ook een vestiging in Dubai. “Dat is toch een beetje de Indiana Jones in mij die graag nieuwe culturen ontdekt.” Volgens Schipper maakt de combinatie van een technische groothandel met service en onderhoud plus een machinefabriek aangevuld met een uitzendorganisatie voor technische medewerkers uniek. Schipper werkt onder meer voor een aantal grote productiebedrijven zoals Ten Cate, Wavin en Unilever. “Wij kunnen die bedrijven technisch ontzorgen,” meldt hij in trendy taalgebruik. Hij verkoopt machineonderdelen uit voorraad, hij heeft de monteurs in dienst voor de reparatie, kan mensen tijdelijk uitbesteden aan die bedrijven (zijn uitzendtak telt zestig man), maar denkt ook mee met bedrijven bij de bouw van nieuwe machines. Recentelijk heeft hij meegedacht voor de bouw van een machine bij Bolletje. “En we zijn nu druk bezig met de installatie van nieuwe knäckebrödlijnen.” “ We hadden een goed gevoel, we zijn gewoon gegaan, maar achteraf was het verstandiger geweest als we ons dieper in die cultuur hadden verdiept. De verschillen zijn heel groot,” aldus Johan Schipper (rechts).

Polen

Schipper volgt zijn klanten. Eerst naar Polen, daarvoor werd hij enthousiast gemaakt door de bekende Wierdense transporteur Freddy Nijhof (Nijhof Wassink) met wie Schipper ooit voetbalde bij SVZW. “Het was een combinatie van het avontuurlijke, de koek is daar nog niet zo verdeeld als in Nederland en zoals gezegd volgen we onze klanten. Wavin heeft bijvoorbeeld een grote productievestiging in Polen.” Aangezien die vestiging door Poolse management werd geleid was binnenlopen bij Wavin zeker geen vanzelfsprekendheid. “Maar het is gelukt.” Er werken nu acht mensen in Polen bij Schippert, puur voor de Poolse markt. “Ik zie daar een grote toekomst, Polen is acht keer Nederland.” De vader van Johan Schipper heeft het bedrijf in 1981 opgericht, in 2000 nam zoonlief het bedrijf over. “Mijn vader is het bedrijf pas op latere leeftijd gestart, hij was bijna 50 jaar. Extra hypotheek op het huis genomen, dus het volle risico genomen, dat vind ik nog steeds echt ondernemen.” Johan wil het bedrijf graag een internationaal tintje geven, maar het avontuur in Dubai is hij wellicht iets te onverdroten ingestapt, erkent hij twee jaar na de start. Schipper kwam in Dubai in de slipstream van Ten Cate dat daar een concurrerende grasvezelfabriek (gestart door een oud-topman van het bedrijf) overnam. “Het initiatief om naar Dubai te gaan, lag niet helemaal bij ons, zeg ik eerlijk. Wij zijn Ten Cate gevolgd op hun verzoek.”

Dubai

Behalve Ten Cate heeft Schipper nog niet veel nieuwe klanten geworven. Hij heeft een jonge vent (Paul de Jong) in dienst genomen die daar de markt moet verkennen. Maar het lukt nog niet echt. “We zijn er misschien iets te opportunistisch ingestapt. We hadden een goed gevoel, een kort plan gemaakt en we zijn gewoon gegaan, maar achteraf was het verstandiger geweest om het beter voor te bereiden. We hadden ons bijvoorbeeld dieper in die cultuur moeten verdiepen, de verschillen zijn heel groot.” In totaal heeft de operatie ‘Dubai’ in twee jaar 2,5 ton gekost. Hij twijfelt of hij door wil gaan, maar hij heeft de beslissing steeds uitgesteld. “Als je iets begint, wil je dat het lukt. Als we nu opgeven, weet je zeker dat alles is verloren. En onze timing, zo aan het begin van de crisis was natuurlijk ook niet geweldig. Maar anderzijds herstelt Dubai en de hele Emiraten zich ook weer razendsnel; de grootste olievoorraden van de wereld liggen daar. Het land ligt centraal in de wereld, het is het kruispunt van drie continenten,” praat hij zich moed in. Het gaat niet om de prestige of status dat Schipper voorlopig blijft doorgaan in Dubai. “Ook in Dubai zijn wij een uniek bedrijf, het concept deugt…” In de volgende uitgave van Twentevisie deel 2 over Twentse ondernemers in Dubai.

Escape om te sluiten