Hein Trebbe verlaat honderdjarig familiebedrijf

Trebbe blijft in de familie

Hein Trebbe neemt in het jaar dat zijn bedrijf het eeuwfeest viert, 2011, afscheid. Maar hij zal zeker een oogje in het zeil houden. Johann Arnold Trebbe richtte het bouwbedrijf Trebbe in 1911 op. “De eerste nieuwbouwopdracht was een blok van twee woningen aan de Oosterstraat in Enschede, dat woningblok staat er nog steeds,” zegt de huidige directeur/eigenaar Hein Trebbe (van 1946). De vierde generatie Trebbe trad al in 1972 toe tot het bedrijf (in datzelfde jaar werd het pand aan de Tubantiasingel in Enschede betrokken) en mag volgend jaar het eeuwfeest organiseren. “Dat zullen niet veel familiebedrijven kunnen zeggen,” lacht hij trots. Zijn zoon neemt het stokje volgend jaar van hem over. Als hij het kan en wil, houdt pa enige slagen om de arm. ‘Blijf uit de krant en uit de kroeg’ is het adagium van Trebbe en daar houdt hij zich goed aan. Niet dat hij de pest heeft aan journalisten of zijn mening niet wil geven, nee, Hein Trebbe staat gewoon niet zo graag in de spotlights. Hij was ook woedend sinds zijn naam ineens genoemd wordt in de Quote500. Hij zal de tientallen miljoenen ongetwijfeld waard zijn, maar Trebbe beschouwt een dergelijke vermelding als inbreuk op zijn privacy. “Het geld zit in het bedrijf,” reageert hij kort. Maar nu hij nieuws heeft over de eeuwviering en over de nieuwe directie, neemt hij de invitatie aan om uitgebreider te spreken. Door zijn terughoudende opstelling is hij een ‘bekende onbekende’ ondernemer in het oosten van het land.

Nette vent

Aangezien er ongeveer niets over Hein Trebbe te vinden is, hebben we maar een eens een rondje gebeld onder collega’s van hem. ‘Een nette vent’, zegt zo ongeveer iedereen. Hij zal het nog moeilijk hebben om zijn plaatsje in het bedrijf af te staan, hij zal bij zijn zoon over de schouder blijven meekijken, is zo ongeveer het slechtste dat we te horen kregen. Ook op de lijst van honderden bouwondernemingen die jaren teug door de Nederlandse Mededingingsautoriteit zijn beboet, komt Trebbe niet voor. “Wij zaten daar niet heel zwaar in, Godzijdank. Natuurlijk hebben wij ook meegedaan met aanbestedingen en dat soort zaken meer. En dat heeft best sporen in onze bedrijfstak, in ons bedrijf nagelaten. Maar dat is een van de weinige dingen die ik mij kan herinneren waarvan je zegt, van ja, nou, dat kan niet door de beugel.” Trebbe is in de afgelopen honderd jaar gestaag gegroeid als woning- en utiliteitsbouwer. Het bedrijf (opgesplitst in twee werkmaatschappijen, Oost & Noord BV en West BV) is vooral de laatste vijftien jaar flink gegroeid dankzij projectontwikkeling. “Wij werken in Nederland boven de grote rivieren. En waar we vroeger vooral woningen bouwden, is de utiliteitsbouw inmiddels net zo’n sterke poot.” De wegenbouw heeft Trebbe altijd links laten liggen, hoezeer die markt nu ook aantrekkelijk lijkt. “We hebben bewust gekozen om niet in de wegenbouw te gaan. Ja, daarin is nu geld te verdienen, maar tien jaar was dat ongeveer de slechtste tak van sport in de bouw. Toen hebben we overigens wel overwogen een wegenbouwbedrijf te kopen. We hebben het uiteindelijk niet gedaan omdat de marges daar zo ontzettend onder druk stonden en er zoveel geld in moest. Toen hebben we onze gelden gebruikt om grondposities te verwerven in VINEX-locaties. En daar zijn we wel bij gevaren. We hebben wel een bedrijf gekocht dat gespecialiseerd is in bedrijfshuisvesting.”

Scholing

Voor 2010 wordt een omzet verwacht van ruim 200 miljoen euro. “Het was in 2008 270 miljoen, dus we zijn flink gezakt. We hebben wel een klapje gehad. En misschien moeten we nog een beetje bijkomen. We hebben ongeveer 400 tot 450 mensen aan het werk die wij als onze eigen kern beschouwen. En er omheen zitten nog veel inleenkrachten zoals zzp’ers met wie wij de bouwwerken maken. Onze winstgevendheid vindt u ook interessant, begrijp ik. Wij hebben de afgelopen 30 jaar geen verlies gedraaid. En we maken dit jaar een zeer acceptabele winst, vinden we. En de prognose voor 2011 is ook positief.” Dat is opvallend, want eerder liet Trebbe weten 2009, 2010 en ook nog 2011 als zeer moeilijke jaren te zien. “Het totale volume in de bouw is met 25 tot 30% gedaald, daar krijgen wij natuurlijk ook ons deel van. Het bedrijf is permanent bezig met veranderingen. We moeten permanent ons dienstenpakket aanpassen; Trebbe is langzaam maar zeker meer dienstverlener geworden dan bouwer. De bouwvakker die steentjes stapelde, beton stortte of ijzer vlocht, bestaat niet meer. Wat wij nog doen, is voornamelijk partijen bij elkaar brengen die bouwprojecten realiseren, en dat doen we buitengewoon snel, efficiënt en, als je naar de wereldschaal kijkt, zelfs voor een bijzonder lage prijs, al wil dat niet iedereen geloven in Nederland. Een bedrijf is nooit klaar en zal permanent moeten blijven veranderen en vernieuwen en innoveren en je zult heel veel mensen moeten opleiden en scholen. We hebben in ons scholingsbudget dan ook niets gekort in de tijd dat we voor de rest wel ons budget moesten aanpassen.”

Hein junior

Een mooi bouwbedrijf dat de afgelopen 30 jaar geen verlies heeft gemaakt, in de karteltijden van vroeger geen deals in bordelen afsloot (althans volgens de NMA niet aantoonbaar), met een vent aan het hoofd over wie vrijwel niemand een slecht woord zegt: daar moeten andere (grotere) partijen toch interesse in hebben (gehad), zo leggen we hem voor in zijn (alweer) nette, sobere werkvertrek. “In de bouwnijverheid opereren nog ongelooflijk veel familiebedrijven. En we vinden het heel plezierig om zelfstandig door het te leven te gaan. We hebben natuurlijk regelmatig gesprekken gevoerd met partijen die ons bedrijf over wilden nemen. En dat waren altijd buitengewoon plezierige gesprekken die wel eens tot wat leidden, maar nooit tot een overname.”
En dat contract dat ik met mezelf heb afgesloten, loopt over een jaar af
Hij gaat weg, althans dat is zijn voornemen. Tijdens het radiocafé Memphis zei hij daarover: “Mijn vrouw zit hier in de zaal. Als ik nu ga zeggen dat ik over een jaar ophoud, dan houdt zij mij er gegarandeerd aan…” Drie jaar geleden heeft hij serieus overwogen te stoppen. Maar hij zag (in 2008) de crisis aankomen en vond het niet verantwoord op te stappen. “Toen heb ik besloten een paar jaar bij te tekenen. En dat contract dat ik met mezelf heb afgesloten, loopt over een jaar af.” Trebbe gaat weg, een mooier afscheid kan bijna niet, tijdens het eeuwfeest van het bedrijf dat de moeilijkste tijd heeft doorstaan en ook op een moment dat zijn zoon Hein heeft gezegd in het familiebedrijf aan het werk te willen gaan. “Of hij mij ook echt gaat opvolgen, weten we nog niet, want hij gaat een carrière beginnen vanaf de bouwplaats. Daar moet hij alle hoeken en gaten van het bedrijf bestuderen en over een jaar gaan we eens tegenover elkaar zitten en stel ik hem de vraag: is dit het bedrijf wat jij zou willen leiden? Met veel anderen, laat dat volstrekt helder zijn, want dat doe je nooit alleen. En als hij dan volmondig ‘ja’ zegt, dan denk ik dat het tijd wordt om me terug te trekken.” En die zoon zal niet de kans krijgen het bedrijf er ‘doorheen te jagen’. “Nee, daar krijgt hij de kans niet voor.” Met pa als president-commissaris? “Als ik al commissaris word, dan zeker geen voorzitter. Daar hoeft hij niet bang voor te zijn.”

Muziek

De ouwe Hein kan zich dan storten op FC Twente, op het Orkest van het Oosten of een van zijn andere bezigheden. Want hoewel publiciteitsschuw ontliep Trebbe zijn maatschappelijke verantwoordelijkheid niet. Hij stak veel tijd en geld in goede doelen. “Waar je geld verdient, moet je ook uitgeven.” Bij het Orkest van het Oosten kan hij aan de bak, in de plannen van het nieuwe kabinet zal er flink bezuinigd worden op cultuur en op de dertien Nederlandse orkesten in het bijzonder. “Ik heb veel gevoel voor muziek, laat ik het zo zeggen. Maar ik kan zelf niet spelen. Toen ik zeven, acht jaar was, moest ik van mijn moeder, als onderdeel van mijn opvoeding, naar pianoles. Dat vond ik heel verschrikkelijk. Nee, het is geen trauma geworden, maar ik was blij dat ik er na twee jaar af mocht. We hebben met het Orkest en de Reisopera een aantal jaren geleden een geweldige kwaliteitslag gemaakt en het is belangrijk voor Twente die te behouden.” Op de bekende feestjes kom je hem trouwens weinig tegen. “Ik zet me zowel financieel als organisatorisch in met mijn netwerk. Ik denk dat ik mijn netwerken zeer goed onderhoud, daar besteed ik veel tijd en energie aan. Sommige netwerken zijn belangrijker dan netwerken waar heel veel mensen komen…” Alleen thuiswedstrijden van FC Twente bezoekt hij, uit gaat hij nooit mee. “Op de wedstrijd tegen Heerenveen na. “Ik golf met een aantal vrienden, dat is een van de sporten die ik nog wel kan doen.” Trebbe hockeyde vroeger, maar zijn knieën laten dat niet meer toe. “En met dat groepje golfen we dan voor de wedstrijd tegen een aantal mannen van Heerenveen, we eten gezamenlijk en kijken de wedstrijd.” In het Twentse groepje zit onder anderen Ferdinand Fransen en in de Friese ploeg Klaas de Leeuw. “De laatste jaren is het altijd wel erg prettig om naar Heerenveen te gaan, want wij winnen vaak.” Hoe Trebbe het honderdjarig bestaan gaat vieren, wil hij nog niet zeggen. “We hebben wel besloten om met ons personeel behoorlijk uit te pakken. De werknemers zijn de ziel van onze onderneming, met hen willen we echt iets leuks gaan doen. Dus geen groot feest voor onze relaties, want heel veel mensen hebben al heel veel feesten en ik vraag me wel eens af of ze dat echt leuk vinden. Wij willen met een redelijk aantal van onze belangrijke relaties een aantal sessies houden waarbij wij willen gaan nadenken over hoe onze wereld er over tien, vijftien jaar uitziet. Dus we hopen er ook wat wijzer van te worden…”

Escape om te sluiten