‘Er gaan meer bouwers failliet aan onroerend goed dan aan bouwen’

Dura Vermeer komt met ‘100.000-euro-woning’

De weilanden (Vinex-locaties) raken op in Nederland, en hoewel Dura Vermeer jaarlijks voor 150 tot 200 miljoen euro aan vastgoed koopt (voor de eigen bouwproductie) zitten daar vaak ook niet echt de heel goedkope woningen tussen. Ondanks veel enthousiaste plannen om juist dure huizen te bouwen om de doorstroming te bevorderen, smeken starters en mensen met modale inkomens om hun eigen betaalbare (koop)paleisje. Dura ?gen aan voor 100.000 euro vrij op naam. Twee addertjes onder het gras: de woningcorporaties of gemeenten moeten er wel een stuk of dertig, veertig ineens afnemen. En de grond mag maximaal twintig mille (inclusief BTW) kosten. Voor topman Herman Spenkelink van Dura Vermeer zijn dat geen echte addertjes. “Onder een sociale huurwoning zit ook altijd voor 15.000, 16.000 euro grond. Dus dat is niet onredelijk.” Overigens zijn de zogenaamde 100.000-euro-woningen van Dura Vermeer bestaande concepten die dankzij prefab en een uitgekiende constructie goedkoper aan de markt aangeboden worden. “Het is geen casco, het zijn complete huizen, breder dan vijf meter en bijna negen meter lang, met badkamer, keuken, eerste verdieping en met vaste trap naar zolder. Nee, ook de kwaliteit is van hoog niveau, die huizen staan er over dertig, veertig jaar nog,” aldus Spenkelink, die de Bouw-en Vastgoedpoot (met elf bedrijven) van Dura Vermeer leidt (3500 werknemers), goed voor zo’n 700 miljoen omzet (van de ruim een miljard totaal) in de woning- en utiliteitsbouw.

Eigen markt maken

Het gaat om de continuïteit van het bedrijf, legt Spenkelink uit. “Je moet je eigen markt maken.” En dat doet familiebouwer Dura (voor 70% eigenaar) Vermeer (30%) ook met de aankoop van vastgoed. “Wij investeren in onroerend goed, niet om te beheren of als belegging. Vroeger in Vinex-locaties in de weilanden, tegenwoordig meer in de binnensteden. We kopen posities om mee te kunnen doen in de herontwikkeling.” De productie voor Dura Vermeer die daaruit voortvloeit bedraagt inmiddels een derde van het totale werk. En is bovendien veel rendabeler. “ We willen marges van meer dan 10%. En dat is ook redelijk, want de risico’s zijn veel hoger. Er gaan meer bouwers failliet aan het aankopen van onroerend goed dan aan bouwen.” Overigens is de wijze van werken van collegabouwers als VolkerWessels niet anders.

Veldwijk

Een voorbeeld waar Spenkelink graag mee pronkt is de aanpak van de wijk Veldwijk in Hengelo (het Olympiaplein tegenover het Fanny Blankers Koen Stadion). “Dat was een van de vijftig aangewezen wijken in Nederland voor herstructurering. De minister had daar extra geld voor over.” De bestaande woningen zouden gesloopt worden en met subsidie zou de wijk worden aangepakt. Er was maar één probleem: de eigenaar, een institutionele belegger, had een makelaar in de arm genomen om honderd woningen uit te ponden.“ Het gaat in de bouw om gunnen, vertrouwen en mensen kennen.” De desbetreffende makelaar informeert Spenkelink die als een speer naar de eigenaar toegaat. “Als die woningen per stuk waren verkocht, was die herstructurering nooit van de grond gekomen. We moesten binnen drie dagen alles regelen. De gemeente Hengelo was bereid met ons mee te denken, was bereid zwart op wit te zetten dat ze er een paar miljoen subsidie zouden inpompen, wij hebben het spul gekocht en staan nu aan de vooravond van de totale ontwikkeling van het hele plan.” Eerder heeft Dura Vermeer op een zelfde wijze het PTTgebouw in Hengelo aangekocht (samen met Droste en Lammersen). In Almelo is het bedrijf onder meer eigenaar van de Java-toren.

Escape om te sluiten