‘De sociale ontwikkelingen lopen achter, dat wordt nu ook wel erkend’

Henk Bekeman is onze man in China

Alle 1,3 miljard in het land toen daar SARS uitbrak. Maar beter (en liever) Engels dan Nederlands. Chinezen kennen hem, en daarmee is in eigen land is hij vrijwel onbekend. Zelf Bekedam is een man van de wereld. Moet Henk Bekedam misschien wel de bekendste heeft hij, geboren in Zwolle en opgegroeid die wereld bang zijn voor de snelle opmars Nederlander ter wereld. Bekedam, verte-in Dalfsen, nog nauwelijks een band met van China of is het een kans? “China is genwoordiger van de wereldgezondheids-zijn thuisland. Hij is getrouwd met een groot en heel belangrijk; als je daar geen organisatie WHO in China, werd beroemd Engelse vrouw uit Jamaica, en hij spreekt relatie mee hebt dan heb je een probleem.” Een interview met Henk Bekedam die in de wandelgangen genoemd wordt als eerste man bij de WHO. Henk Bekedam was koud aangetreden in augustus 2002 of de ziekte SARS (in februari 2003) brak uit. De Chinezen ontkenden het probleem eerst, wilden het zelf oplossen, toonden in elk geval weinig openheid. Maar Bekedam bleef volhouden, hij moest met de Chinezen in contact blijven, dus hij kon niet al te hard schelden en mopperen. Want waar China economisch de zaak goed voor elkaar heeft met groeipercentages waar we in het westen alleen maar van kunnen dromen, daar heeft de gezondheidszorg beduidend minder aandacht. “De gezondheidszorg is in China niet toegankelijk voor gewone mensen, die kunnen zich dat niet meer veroorloven.” Bij de uitbraak van SARS bleek dat de overheid toch een verantwoordelijkheid heeft. “Ik praat namens alle lidstaten die bezorgd waren. SARS is geen ziekte die stopt bij de grenzen.” Openheid is het eerste medicijn bij de gezondheidszorg. “Ik kan je zeggen dat de discussies die ik voerde met China ook gevoerd werden met andere landen.” Bekedam was in die tijd bijkans dagelijks op de Chinese televisie. Hij was de bekendste buitenlander. “China is heel erg aan het veranderen en openheid is daar een onderdeel van. SARS heeft in elk geval bewerkstelligd dat geen land het zich kan veroorloven dat een ziekte daar begint en later wordt ontdekt in ander land.” De WHO groeide in de afgelopen jaren in China van twintig tot 45 mensen.

Tropenarts

Henk Bekedam werd 48 jaar geleden geboren (als nakomertje in een gezin met drie kinderen) in Zwolle, als zoon van een veehandelaar. Zijn moeder had een pension in Dalfsen. “We hadden altijd andere mensen om ons heen.” Van zijn moeder leerde hij onder meer het groeten van mensen, ook al ken je ze niet. “Daar heb ik later in Afrika veel aan gehad.” Hij verhaalt over een onderzoek waar uit verrassend bleek dat mensen uit een dorp zich sneller aanpassen in het buitenland dan mensen uit de grote stad. In Groningen ging hij geneeskunde studeren. Gestimuleerd door zijn moeder voor wie het (als boerendochter) in die tijd niet mogelijk was geweest door te leren. Henk wilde persé tropenarts worden. “Dat had ik al heel vroeg voor ogen. Toen ik in de brugklas zat, moesten we een keer een briefje invullen met wat we later wilde worden. En toen vulde ik tropenarts in. Misschien trok het andere klimaat me, misschien idealisme.” Hij begon in 1988 in Zambia. Daar hielp hij mensen met problemen die met schoon drinkwater bijvoorbeeld simpel te voorkomen waren geweest. Van de klinische hulp schoof hij al snel door naar de preventie. “De public health, zorgen voor schoon water, fatsoenlijk eten en vrijen met condoom. En later dacht ik, als je nou dingen beter organiseert, in het management aan de touwtjes trekt, dan kun je nog meer betekenen. Want of we hadden de juiste medicijnen niet of de verkeerde mensen op de verkeerde plaatsen.” Bekedam werkte later in Malawi. “Toen ik daar werkte in het management, bedacht ik me dat het allemaal nog beter kon als je beter beleid kon ontwikkelen. Toen ben ik economie en beleid gaan studeren.”

Lost continent

Als je de denklijn van Bekedam (ambtenaar) zou doortrekken, is de volgende stap de politiek. “Mijn huidige baan is zeker niet vrij van politiek.” In Afrika heeft zijn idealisme deuken opgelopen. “De ontwikkelingslanden en de mensen daar moeten het zelf doen. We moeten de mensen geen vis geven, maar hengels. Wij kunnen daar als rijke Westerse landen maar beperkt helpen. Het is belangrijk dat we een discussie aangaan over wat de landen zelf moeten doen.” Want dat valt volgens Bekedam soms vies tegen. In Afrika wel te verstaan. In Azië pakken ze het veel beter op. “Eén van de redenen waarom ik naar Azië ben gegaan was hun houding: we kunnen het doen. En dan doen ze het ook. Dat ontbrak toch wel in Afrika in de periode dat ik daar tot 1995 zat. Afrikaanse landen geloven er soms zelf niet in en doen dan ook niet de dingen die noodzakelijk zijn.” Dat klinkt bijna als een vlucht. “We wilden ergens heen waar we beter kunnen bijdragen. Ik denk nog steeds dat Afrika zeer grote uitdagingen heeft. Als je als westers land geld beschikbaar stelt, dan moet je die landen uitdagen om zelf dingen aan te pakken. Zoals gedragingen van mensen die je niet met geld kunt veranderen.” Bekedam doelt bijvoorbeeld op het seksuele gedrag in Afrikaanse landen in relatie tot aids waar uitgerekend hoogwaardigheidsbekleders, dorpsoudsten, leerkrachten, de bejaarde koning van Swaziland - hij kwam pas weer in het nieuws met zijn nieuwste bruid (hij heeft er tientallen) die nauwelijks meerderjarig is -zich van niets en niemand iets aantrekken. “Precies. Leiderschap is enorm belangrijk en daar kunnen wij als buitenlanders niets aan doen.” Voordat Bekedam in China werd geplaatst als hoogste WHO-ambtenaar werkte hij zes haar (van 1996 tot 2002) als tweede man in Cambodja.

Olympische Spelen

Over leiderschap en ontwikkelingen gesproken, er is één gigantisch aspect dat meespeelt in de ontwikkeling van China: de Olympische Spelen in 2008. China wil zich voor het oog van de wereld piekfijn presenteren. “China beschouwt het als een erkenning. Ik kan je verzekeren, het zal allemaal pico bello in orde zijn. China was ook het eerste land dat geadviseerd werd om het wat rustiger aan te doen. Ze waren bij wijze van spreken al klaar toen in Athene voor de Spelen van 2004 nog werd gebouwd.” Het Olympisch Comité heeft serieus China gevraagd het rustiger aan te doen, want anders zou het onderhoud van de stadions en gebouwen China wellicht te veel geld gaan kosten. Het neerzetten van gebouwen en stadions is één, een heel ander verhaal zijn de sociale voorzieningen, de persvrijheid. “De sociale ontwikkelingen lopen achter, dat wordt nu ook wel erkend. Wat ook een enorme uitdaging zal zijn voor China is de horde journalisten die er door de Olympische Spelen naar het land zal komen. Ik ben erg benieuwd hoe China daar mee om zal gaan.” Want China is ook nog steeds het land van censuur, het land van de mensenrechtenschendingen, het land van de doodstraf, het land van de knoet erover heen. En juist dankzij de zwakke punten van het land (lage loonkosten, geen georganiseerde vakbeweging, slechte arbeidsomstandigheden) zoeken ook veel bedrijven uit Oost-Nederland hun heil in China. “Het is wel zo dat nu China zo belangrijk wordt, dat China toch ook veel van andere landen leert. China is wel een land dat kijkt naar andere landen en geïnteresseerd is hoe die landen problemen aanpakken. Op het gebied van arbeidsomstandigheden, scholing zitten ze niet stil.”

Escape om te sluiten