’We moeten weg van de weg’

Herman Nijhof gaat nu echt weg

Herman Nijhof (69) bouwde het transportbedrijf op met “democratisch dictatoriaal bestuur.” Hij komt nu echt niet meer terug. Herman Nijhof, inmiddels 69 jaar, nam al een keer eerder afscheid van zijn bedrijf, op 1 januari 1992. Maar hij kwam terug, hij moest wel, omdat zijn zoon Freddy (als gevolg van zware privéproblemen) 1,5 jaar uit de running was. Hij trof een bedrijf aan dat sinds zijn vertrek alleen al qua omzet verdrievoudigd was. Nijhof-Wassink is een bedrijf dat je niet meer leidt door het roepen van kreten als ‘we de schouders er onder moeten zetten’. Na 55 jaar hard werken raakte hij bijna overspan-nen. Hoe de jongste uit een gezin van elf kinderen na twaalf ambachten en dertien ongelukken aan de basis stond van een transportbedrijf met 250 trekkende eenhe-den en 700 opleggers. ”Veel bedrijven zijn topzwaar, met dure managers, grote auto’s.” En daar moeten ze bij Nijhof-Wassink weinig van hebben. En dus moest de oprichter in een tijd van nood weer opdraven. Het was eigenlijk gekkenwerk, vindt hij zelf diep in zijn hart ook. Inmiddels is de top van het transportbedrijf structureel versterkt. “Als ik die verhalen over dat graaien lees… We heb-ben er goed van geleefd, maar het geld verder altijd in het bedrijf laten zitten.” De Nijhofjes veroorloofden zich alleen een niet altijd even winstgevende stoeterij en natuurlijk heeft de liefde voor voetbalclub SVZW in Wierden ook een paar centen gekost. Herman Nijhof kocht pas een paar jaar geleden een mooie woning aan de rand van het dorp. Zoonlief Freddy heeft bijkans een vaste plaats in de Quote500, maar heeft weinig noten op zijn zang. Dat heeft pa er wel ‘ingeramd’, pa heeft ongelooflijk de pest aan kapsoneslijders.
’De buurman waarschuwde mijn schoonvader ‘ kijk uit waar je aan begint, dat jong heeft niets te verliezen’

’Dikke boeren’

Nee, Herman heeft als de Benjamin van het gezin nooit honger geleden, maar van zijn tien broers en zusjes weet hij dat niet zeker. Hij heeft tot op de dag van vandaag de pest aan ‘dikke boeren’ die zijn vader als loonwerker doordeweeks het vel over de neus haalde en hem op zondag niet zagen staan. “Toen mijn vader 33 jaar was had hij kapotte longen en een kapot hart. Voor mensen zoals hij was er alleen de diaconie, maar dat weigerde hij. Hij is toen met een hondenkar langs de deuren gegaan en had later ook nog een brandstoffenhandeltje.” Pa vond dat Herman wever moest worden, bij Jannink in Goor, waar Herman zo dreigend naar de voorman keek dat die angstig in een garenkist kukelde. Hij werd bakker, steenbakker, maar zijn lust en zijn leven was vervoer. Een klein transportbedrijfje liet de 17-jarige Nijhof zonder rijbewijs stukgoederen vervoeren tussen Rijssen, Wierden en Almelo.

Boerenleenbank

In militaire dienst was hij bevriend met de zoon van de Nederlandse Wegtransport Maatschappij (NWM, inmiddels onderdeel van Harry Vos). “Daar werd ik eigen rijder. Ik kocht mijn eerste vrachtwagen voor 107.000 gulden. Mijn schoonvader heeft voor een ton garant gestaan bij de Boerenleenbank. Ik weet nog dat een buurman mijn schoonvader waarschuwde, ‘kijk uit waar je aan begint, dat jong heeft niets te verliezen’.” Dat ‘jong’ werkte zich een slag in de rond en binnen twee jaar was de auto afbetaald. “Ik wilde mijn kinderen bieden dan mijn vader kon.” Hij bouw-de het bedrijf op met “democratisch dictatoriaal bestuur,” zoals hij dat noemt. “Ik luisterde naar iedereen en dan nam ik een beslissing.” Moeilijke tijden (toen bijvoorbeeld 7Up als grote opdrachtgever wegviel) overwon hij door aan alle chauffeurs te vragen een stapje terug te doen. In het personeelsblaadje De Schakel staan in elk num-mer verhalen over mensen die afscheid nemen na een 25- of 40-jarig dienstverband.

’Weg van de weg’

Per 1 januari 1967 fuseerde Nijhof met Wassink. De aandelen zijn sindsdien (in die twee families) aan- en verkocht. Dankzij Wassink is het bedrijf nu groot in het vervoer in de petrochemie. Een oude relatie van de vader van Herman (uit de brandstoffenhandel) zorgde voor het vervoer van olie. Herman Nijhof was 56 jaar toen hij met een miljoen gulden in Polen ging pionieren. “Ik wilde mijn zoon in Nederland niet voor de voeten lopen.” In Polen staan nu vier zeer fraaie vestigingen. Zonder die bedrijven in het lage-lonenland zou Nijhof-Wassink er heel anders voorstaan. “Over een paar jaar mogen de Polen ook inlands vervoer doen.” Nu wordt hard gewerkt aan een terminal in Coevorden (ook in Hengelo heeft het bedrijf een aandeel) en in Polen. “We moeten echt weg van de weg. Doordat het spoor de groei niet aankan blijft het wegvoer stijgen. Gekkenwerk, eigenlijk zou alleen spoedeisend vervoer over de weg moeten mogen.”

Escape om te sluiten