Paul van der Valk is beretrots op zijn voorouders, maar werkt anders

Zelfs het schoonmaken is tegenwoordig uitbesteed

Paul van der Valk is lid van de fameuze ‘Club van Tien’ van FC Twente. Als de club weer eens een nieuwe speler aantrekt, mag hij in het hotel wonen totdat hij woonruimte heeft gevonden. Van het huidige elftal heeft de helft voor korte of langere tijd bij Van der Valk ‘ingewoond’ Er was een tijd dat letterlijk het geld tegen de muren opgestapeld lag; dat ‘ze’ echt alles zelf deden, van het bouwen van de restaurants en hotels, het vervoer, zelfs de kippenfokkerij hadden ze in eigen beheer. Het was de tijd van ‘zij tegen ons’. Het verongelijkte geluid van de succesvolste horecafamilie van Nederland: ‘we werken hard, zorgen voor veel werkgelegenheid en dan zitten ze ook nog op ons te vitten’. Met als dieptepunt natuurlijk de arrestatie van de opa’s (en broers) Gerrit en Arie van der Valk. Zoon van laatstgenoemde is Paul van der Valk (43), hij is directeur van de hotels in Hengelo en Zwolle. “Ik baal helemaal niet van die vragen, dat mag en ze zijn logisch. Maar weet wel dat ik beretrots ben op mijn familie, trots dat ik een Van der Valk ben.” Paul van der Valk is overigens een moderne manager die innovatie hoog in het vaandel heeft staan. Toch is hij een echte Van der Valk, hij houdt niet van interviews. In een voor hem zeldzaam gesprek bedoeld voor publicatie is hij openhartig over zijn immense familie, zijn hotels en zijn ‘vertwentsing. “Ik wil nooit meer weg uit Twente.” Voor hele volksstammen was (en is) uit eten gaan synoniem voor een bezoek aan een restaurant van Van der Valk. Nette prijzen voor volle borden. Met het onvermijdelijke beroemde kersje in de appelmoes natuurlijk. Ook het restaurant in Hengelo heeft vanaf de dag dat het open is gegaan op 22 juli 1994 vol gezeten. Het bedrijf zorgt inmiddels werk aan 160 mensen; in totaal komen jaarlijks 900.000 mensen om te eten, te slapen of te vergaderen bij Van der Valk in Hengelo. De bezetting is rond de 80%. Aan de toekan op het dak herken je de eigenaar. Een foto van Martinus van der Valk hangt in de lobby van elk hotel/restaurant. Het oprichtingsverhaal is te mooi om het niet even samengevat op te schrijven. Grondlegger Martinus (de opa van Paul) was de jongste uit een gezin van 24 kinderen. Hij nam van een tante van hem de roemruchte Gouden Leeuw in Voorschoten over. Maar hij deed veel meer, hij kocht links en rechts op markten auto’s op. “Die auto’s moesten natuurlijk naar huis gereden worden en daarvoor vroeg hij een paar jonge knapen. Oma kookte voor die jongens. Op die manier werd het een uitspanning.” In 1946 kocht Martinus het Haagse Schouw. “Schouw is in Den Haag geen haard maar een platte boot, de naam is afgeleid van het pontje dat daar, vlak voor Leiden, mensen overzette. Dat bedrijf kocht opa vooral omdat het een drankvergunning had en die had hij niet voor de Gouden Leeuw. Hij kocht die zaak voor 17,5 duizend gulden en verkocht het door aan zijn oudste dochter voor 12,5 duizend gulden. En de drankvergunning hevelde hij over naar de Gouden Leeuw, dat kon toen nog.”

‘Wegwezen jij’

Die oudste dochter (zus van de bekendste Valken Arie en Gerrit) is er één van de elf. “Opa wilde eigenlijk ieder kind een zaak geven.” Die elf kinderen zorgden voor 84 nazaten (van wie Paul er dus één is) die weer meer dan 300 kinderen kregen. “Kom niet met het grapje dat we beter een konijn op het dak hadden kunnen zetten, de reden dat we voor een toekan hebben gekozen is dat die een grotere bek heeft,” grijnst Paul van der Valk. Iedere Valk een eigen restaurant was slecht vol te houden. Daarom koos opa er al snel voor om alle kinderen aandeelhouder te maken. Paul van der Valk is begonnen met werken bij Motel Vianen. “Daar kwam opa Valk vroeger altijd eten met zijn mouw-ophoudertjes en zijn klompies en zei ‘dit is een leuke zaak, die wil ik kopen’. Toen kreeg hij te horen ‘wegwezen jij’. Maar twintig jaar later kocht zijn zoon Arie het toch. Ik werkte daar graag.” Tot Paul van pa te horen kreeg ‘tandenborstel inpakken, je gaat naar het Haagsche Schouw’. Zijn verhuizing naar Twente was zijn eigen keuze. Mijnheer Kip “ Mijn ome Gerrit had vroeger een meneer rondrijden, dat was meneer Kip, die zocht in Nederland naar goede plekken voor de restaurants. Ome Gerrit heeft hier wel achttien jaar rondgelopen, maar uiteindelijk heeft hij wel het beste plekje van Twente gevonden. Ome Gerrit is van Enschede naar Borne, naar Hengelo en toen weer terug naar Borne gegaan en uiteindelijk heeft burgemeester Bevers hem over de streep getrokken. Eerst heeft ome Gerrit de oude zwem- en badinrichting in Hengelo gekocht met de bedoeling die te ruilen met de gemeente voor een goed stukje grond langs de snelweg.” Het bad is overigens nog steeds van de familie. Paul kwam pas kijken toen de fundamenten van het hotel al waren gelegd. En hij was meteen enthousiast. “Ik heb mijn koffers gepakt en gezegd tegen iedereen in de familie ‘Hengelo is van mij, hier blijf ik’. Ik zag hier veel mogelijkheden met zes hectaren aan de A1.” De eerste zes jaar woonde hij met vrouw en kinderen in het hotel. Zijn vrouw kon niet wennen en is teruggegaan naar het westen. Paul is opnieuw getrouwd, met Hedwig uit Volthe, een buurtgemeenschap van Rossum.

Zwolle

Het Van der Valk-concern was tot begin jaren negentig een wirwar van BV’s en bedrijven. “Tot die tijd kochten en bouwden we alleen. Eigendom was niet belangrijk, werk was belangrijk. En toen kwam de belasting en die vond eigendom opeens wel belangrijk.” Het was de jaren van de slechte pers, de wildwest, het opgestapelde geld dat in een kamer gevonden werd. “Mijn vader heeft in de beginjaren drie keer meegemaakt dat hij zonder geld kwam te zitten, dat hij de lonen niet kon betalen. Niemand, geen bank wilde of kon hem helpen. Toen heeft hij gezegd; ‘dat nooit meer’. Wij hebben alleen welvaart meegemaakt, mijn vader niet.” Maar goed, ook in de familie Van der Valk hebben een paar leden toen gezegd ‘het moet beter georganiseerd worden’. “De familie werd te groot,” zegt Paul zelf met gevoel voor understatement. Uiteindelijk zijn er modules bedacht voor negen (van de elf) zonen en dochters van Martinus. De kinderen van Arie (Paul is de zesde van de tien, een zus heeft het bedrijf verlaten) hebben met zijn negenen inmiddels twintig zaken opgebouwd. Paul is directeur van Hengelo en Zwolle. In Zwolle wil Van der Valk ook het liefste een nieuw hotel bouwen. B&W was akkoord (“nee, was wild-enthousiast”), maar de raad lag dwars. “Begrijp ik echt niets van. Volgens mij zitten ze elkaar daar te pesten, lagen er nog oude politieke rekeningen die vereffend moesten worden. Maar goed, we overleggen nu over een andere plek. Maar voor 2008 zal er geen nieuw hotel staan en daar baal ik van, we hadden het zo goed voor elkaar.”

Schoonmaak

Er zijn veel meer dingen veranderd. De Valken bouwen niet meer zelf, Hengelo is nog met eigen mensen neergezet (“ik heb zelf nog geopperd, steigers gebouwd”), de laatste uitbreiding is al gedaan door Dura Vermeer. “Onze nieuwste vestiging in Emmen is gebouwd door VolkerWessels.” Dat heeft overigens niets te maken met de het instorten van het dak van Motel Tiel dat overigens aan een andere tak van de Valkjes toebehoort. “Ik weet daar het fijne niet van. Ze zijn daarna ook hier in Hengelo geweest om alles te controleren.” Zelfs het schoonmaken van de kamers heeft Paul van der Valk tegenwoordig uitbesteed aan een gespecialiseerd bedrijf. Wat ze nog wel zelf doen is het vervoer met vijf vrachtwagens tussen de vestigingen, leveranciers en de centrale inkoop. “Mijn vader is erg zuinig. Hij stuurde zelfs alle post met de vrachtwagens mee. Hij zei altijd ‘je gaat toch geen postzegels plakken, weet je wat dat kost, terwijl die vrachtwagen hier elke week komt’. Als we via de leveranciers rijden, scheelt dat ook weer een hoop geld. En die wagens rijden toch.”

Succes

Het succes is samengevat de lage prijs voor een ruime kamer of een goede maaltijd. Dat vindt Paul te mager: “Het lukt ons altijd om van een grote zaal een gezellige ruimte maken waar de gasten zich op hun gemak voelen. Ik heb net zestig kamers bijgebouwd, het restaurant is helemaal opgeknapt. De mensen zien dat ik hun centjes weer terugstop in de zaak. Binnenkort ga ik ook de lobby veranderen. Ja, dat vinden de mensen mooi, denk ik. In de toekomst wil ik nog negentig kamers erbij bouwen, maar eerst heeft het Zwolse bedrijf nu prioriteit.” Opa Martinus zei het al ‘de mensen eten me arm en drinken me rijk’. “Dat is ook zo. De combinatie van slapen, eten, drinken en vergaderen is het succes. In Amsterdam betaal je vier-, vijfhonderd euro voor een kamer. Het kan niet op. Sars, de oorlog in Irak, er komt niemand meer en je kunt nu een weekend weg voor 60 euro. En maandag betaal ik weer 400 euro. En als je gaat zeuren aan de balie, dan gaat er nog 100 euro af. Zo wil ik niet werken. Bij mij krijgt iedereen korting en daarom kan ik 65 euro voor een kamer vragen die drie keer zo groot is als die kamer in Amsterdam, maar ik zit wel altijd vol. En omdat vier van de vijf kamers elke nacht bezet zijn, komen er ook meer mensen aan het ontbijt en aan de bar. Met dezelfde personele bezetting,” verklaart hij zijn succes. “Ach rijk, ik zag dat een paar Valken in de Quote stonden, ze waren alleen het min-streepje ervoor vergeten. Ik kan mijn rekeningen betalen, opnieuw investeren en heb geld voor nieuwe vestigingen. En dat zal wel moeten, want mijn familie, dus de nakomelingen van Opa Arie, telt al weer 52 kinderen.” Afgelopen kerst zat de hele ‘Arie-tak’ aan tafel in Hengelo. “Ik ben zo trots op mijn familie, wat die voor elkaar gebokst heeft. Dat hebben we met hard werken opgebouwd. Op zaterdag moest ik flesjes uitzoeken en dan mocht ik pas naar de voetbal. Mijn vader nam altijd het voortouw, mijn ouders hebben altijd knetterhard gewerkt. Hij is pas 75 jaar geworden en hij is dit jaar 50 jaar getrouwd met mijn moeder. Reken maar dat we hun een groot feest aanbieden. In Voorschoten natuurlijk, waar het allemaal is begonnen.”

Toeristenbelasting

Vanaf 1 januari moeten de twee Hengelose hotels toeristenbelasting innen voor de gemeente. Het maakt Van der Valk des duivels. “Er was zoveel kritiek op de horeca dat die misbruik hadden gemaakt van de invoering van de euro. Ik heb al twee jaar mijn prijzen niet verhoogd. En omdat Hengelo nu gekort wordt door Den Haag, gaan ze kijken waar ze nog geld kunnen weghalen.” Het gaat om 55 eurocent per gast per nacht. “Dat levert vijftig-, zestigduizend euro op. Ik ben er druk mee, de gemeente is er druk mee dus netto is de opbrengst veel minder. Dus ik vraag de gemeente ‘waarom doe je dat nou, wat doen jullie voor de toeristen?’ Weet je wat die wethouder Ter Ellen zei? ‘Ik leg toch fietspaden aan’. Er komen nauwelijks toeristen naar Hengelo en de stad ligt ook al drie jaar open. Ik vroeg aan de Enschedese burgemeester of zij ook toeristenbelasting opleggen. ‘Dat hebben we afgeschaft, dat werkt niet’, zei hij. Dat ‘Hart van Zuid’ in Hengelo, dat wordt straks ook de burgers in de schoenen geschoven.” Hij doet via zijn vrouw meer voor de toerist, zegt hij. “Ze werkt aan een toeristische intersite www.twentetrip.nl. Tien Twentse bedrijven hebben de koppen bij elkaar gestoken om te zien of we meer mensen naar Twente kunnen halen.” Naast Van der Valk zijn dat onder meer Grolsch, Holland Casino, Kaasboerderij Kaamps, Bertus de Klompenmaker. “Dat is meer dan Hengelo doet.”

Escape om te sluiten