Kees Smit laat eigen tuinmeubelen in Indonesië maken

Queen’s Teak versus Hartman

Kees Smit in de fabriek in Indonesië waar de meubels worden gemaakt voor de zaak in Almelo. Misschien wel de mooiste tuinmeubelenzaak van Nederland staat in Almelo. Want Kees Smit ziet aan de afleverbonnen in zijn magazijn dat de kopers tot uit Zeeland tot komen. Voor Hartman, Unimeta, Sungarden en Kettler. En voor Queen’s Teak. Wat? Queen’s Teak is het eigen merk van Kees Smit in houten tuinmeubelen. Met tekeningetjes en modellen gaat hij regelmatig naar Indonesië om daar zijn eigen stoelen te laten fabriceren. Queen’s Teak is inmiddels goed voor de helft van de omzet waar Smit een niet te veel over wil zeggen (naar schatting een kleine tien miljoen euro). Bij Smit werken twaalf mensen. Het bedrijf is de laatste jaren ook in de wintermaanden gewoon open, want zoals meubelzaken als Van Gils tegenwoordig ook tuinmeubelen verkopen, zo verkoopt Smit een groot deel van het luxe assortiment als ‘gewone’ meubelen. “Voor de serre, maar ook voor in de huiskamer.”

Tweede keus

Broer Jan kon goed leren (werd deurwaarder) en dus nam Kees Smit de huishoudzaak OKE-Bazaar van zijn ouders over in 1972. Een huishoudzaak waarvan er dertien in een dozijn gaan, op de hoek van elke straat zat zo’n winkeltje. “Almelo telde er vroeger misschien wel veertig. Er is er nog één over: Blokker. Je kunt niets opnoemen of we verkochten het.” Kees Smit had er geen plezier in om een kop en schotel in te pakken of om voor twee kwartjes eau de cologne over te gieten.” Hij geloofde het wel en had meer plezier in het opknappen van tweedehands tuinmeubelen die ook via de winkel werden verkocht. Later opende hij op industrieterrein Twentepoort het eerste bedrijf. Naast het pand staat een groot afhaalcentrum, maar verder de stad in heeft Smit nog 8.000 vierkante meter opslagruimte.

Nooit belazerd

Eerst waren de tuinmeubels van metaal met een stoffen bekleding. Hartman maakte de kunststof meubelen razend populair. Toen de consument de aandacht verlegde naar houten meubelen waren daarvoor in die tijd in Nederland nog weinig leveranciers van te vinden. “Toen ben ik zelf eens in Indonesië gaan kijken, hoewel ik nauwelijks drie woorden over de grens spreek.” Daar vond hij na enig zoeken een goede leverancier. “Maar je moet je er weinig van voorstellen. De fabrieken daar zijn totaal anders dan hier.” Smit is in al die jaren nog nooit belazerd. “Ik werk op dezelfde wijze als in Nederland. Op basis van vertrouwen. Ik betaal aan de fabrikant vooruit zodat hij hout kan kopen voor de meubels.” De nieuwste trend is vooral vlechtwerk, een soort rotan, maar dan van kunststof. “Dat kunnen ze ook.”

Escape om te sluiten