Over verschillende types ondernemers en kans voor werknemers

Hennie’s Mening

De bekende recreatie- en horecaondernemer Hennie van der Most is een selfmade man die op geheel eigen wijze zijn bedrijven van de grond toe heeft opgebouwd. Mede daarom is hij een veelgevraagd spreker op congressen en seminars. Op verzoek van Twentevisie heeft hij aantal van zijn lezingen uitgewerkt (hij spreekt meestal aan de hand van een aantal steekwoorden en uit zijn hart) en in de komende maanden publiceren we die teksten. In dit nummer deel 3. Er zijn verschillende type ondernemers in mijn beleving. Er zijn drie soorten, de oppasser, de overnemer en de Echte ondernemers. Echte ondernemers zijn de motor van de economie. Vorige week heb ik geschreven over het verschil tussen een Echte ondernemer en een Oppasondernemer . Even kort: echte ondernemers zijn de starters, de pioniers. Mensen die met niets beginnen en met hard werken een bedrijf opbouwen. Ze zijn initiatiefrijk, knokken om iets te realiseren. Zij beschikken over een flinke dosis creativiteit en ondernemen niet uit winstbejag of macht als doel. Zij zien geld als een middel om te ondernemen. Bij deze ondernemer draait alles om het belang van de onderneming. Vaak is hij ook bereid om zelf genoegen te nemen met een beperkt inkomen ter wille van de groei van zijn onderneming. Echte ondernemers moeten veel problemen overwinnen. Van opbouwen, tot huisvesting, van vergunningen tot het regelen van kredieten. En daarbij stuiten ze nogal eens op bureaucratie. Maar het zijn doorzetters! Oppasondernemers zijn geen echte ondernemers, zij hebben het bedrijf overgenomen of geërfd. Zij kunnen ook aangesteld zijn door een Echte ondernemer. Een goede oppasondernemer is nodig om wat de Echte ondernemer heeft opgebouwd op een verantwoorde wijze voort te zetten. De oppassers moeten zich vooral richten op de continuïteit van de onderneming. Heel soms kan een oppasondernemer doorgroeien en dan wordt het een Echte ondernemer. De oppasondernemer schept over het algemeen niet veel nieuwe werkgelegenheid. De nadruk in zijn werk dient te liggen op de controle van alle processen. Deze ondernemer denkt meer aan winst, neemt minder initiatief en risico en is dus ook niet vernieuwend.

Overname ondernemer

Ik heb de meeste afkeer van overnameondernemers. Die denken wel aan winst en macht. Zij kennen het bedrijf en de werknemers niet of nauwelijks. Dit soort ondernemers heeft geen betekenis voor verdere groei van de economie. Het lijkt soms wel of dit type ondernemer ook veel werkgelegenheid schept, maar dat is meer schijn. Door de vaak snelle groei bij overnames en de veel te veel door persoonlijke motieven geïnspireerde besluitvorming bedreigt hij het voortbestaan van de overgenomen onderneming. In de afgelopen jaren hebben wij maar al te veel gezien hoe slecht het afloopt met ondernemingen waar een overnameondernemer aan het roer staat. Het trieste is dat overnameondernemers denken dat zij de wijsheid in pacht hebben: ook de overheid en de media besteden veel te veel aandacht aan overnameondernemers. Het is een schande dat dit soort managers die vaak miskleunen ook nog eens beloond worden met exorbitante hoge salarissen en gouden handdrukken. De overige ondernemers komen daardoor bij het grote publiek ook in een slecht daglicht te staan. Ze worden spijtig genoeg over één kam geschoren met deze overnameondernemers. Ondernemingen zouden niet meer moeten worden overgenomen door overnameondernemers. Echte ondernemingen hebben een goede prijs-kwaliteit verhouding door relatief lage financieringslasten. Als ondernemingen verkocht worden, zullen de financiële lasten stijgen, zal het personeel onder druk worden gezet en zullen de prijzen worden verhoogd. Gevolg is een neerwaartse spiraal en minder omzetten. Kortom: echte ondernemingen zijn ‘doe-fabrieken’, oppasondernemingen zijn kleine ‘praatfabrieken’, overnameondernemingen zijn één grote ‘praatfabriek’ en alle overheden complete praatfabrieken.

Goed werkgeversschap

Hoe kunnen ondernemer en werknemer samen werken aan succesvol ondernemerschap? De overheid zou arbeidsrecht opnieuw moeten invoeren. Daarbij zou de ondernemer het recht moeten krijgen in de eerste vijf jaar van het dienstverband werknemers zonder enige belemmering te ontslaan. De werknemer ontvangt dan voor elk dienstjaar een extra maandsalaris. Besluit de werkgever na vijf jaar het dienstverband voort te zetten, dan zou hij verplicht moeten worden die werknemer aandelen of een winstuitkering van zijn onderneming te verstrekken. Dit geldt voor alle niveaus en functies binnen de onderneming. Hiermee wordt een goede en gezonde basis gelegd voor verdere doorgroei van de onderneming. De werkgever en de werknemer hebben vertrouwen in elkaar. Ook voorkom je op deze wijze bedrijfsblindheid. Met dit arbeidsrecht zijn de ondernemingen over circa 50 jaar grotendeels van de werknemers. Een werknemer zal er naar streven de vijf dienstjaren vol te maken. Als de werknemer hier niet in slaagt, is niet per se een negatieve ontwikkeling. Het betekent toch dat de werknemer veel werkervaring opbouwt en een grote motivatie heeft te presteren. Kortom, met deze aanpak bevorder je de doorstroming en beloon je getalenteerde mensen met aandelenbezit of winstuitkering in de eigen onderneming.

Kansen voor werknemers

Wie niet gestudeerd heeft moet ook kansen krijgen! In veel bedrijven, vooral bij de overheden, semi-overheden en financiële instellingen wordt het management gevoerd door gestudeerde managers. Zij beschikken over zogenaamde aangeleerde kwaliteiten, maar denken wel de wijsheid in pacht te hebben. Ik zie ook vaak dat werknemers die dankzij hun werkervaring doorgroeien, verdere carrièrekansen door deze managers niet wordt gegund. De werkgever zal zeer oplettend moeten zijn dat goede werknemers met veel werkervaring en ambities kans hebben op een managementfunctie. Reacties: most@most.nl

Escape om te sluiten