Kemper & Veldhuis verruilen reclamevak voor muziek en cabaret

Van gekaderde creativiteit naar ongekaderde vrijheid

Veldhuis & Kemper, zingend tijdens het reclamegala in Rijssen. Ze staan liever voor een zaal vol met puistige pubers dan in de boardroom van Aegon. Remco Veldhuis en Richard Kemper, de mannelijke variant van Sex and the City, lieten vorig jaar de reclamewereld voor wat die was, om zich toe te leggen op cabaret en muziek. Geen verkeerde keuze, want na twee succesvolle theaterprogramma’s (‘Half zo echt’ en ‘De geur van’) en een hitsingle heeft het duo Veldhuis & Kemper afgelopen maand zelfs een Edison-award in de categorie ‘luisterlied’ in de wacht gesleept. Maar een oordeel over reclame hebben ze nog altijd. De één was conceptmaker bij FHV/ Content, de ander directeur bij reclamebureau BBCW (inmiddels opgegaan in Y&R). Geen verkeerde banen voor jongens van begin dertig. Maar Remco Veldhuis en Richard Kemper hielden er lange tijd een soort dubbelleven op na. Overdag moesten ze hun creativiteit gecontroleerd aanwenden ten behoeve van hun klanten; ’s avonds konden ze in het theater hun creatieve gedachten ongestoord de vrije loop laten. Kemper: “Het bevrijdende was vooral het maken wat jezelf leuk vindt. We hoefden onze liedjes nooit voor te leggen aan klanten. Bij klanten dwaalde je inderdaad soms langzaam af.” Veldhuis: “Reclame is fantastisch, maar het blijft gekaderde creativiteit. Aan het einde van de rit wilden de klanten, in mijn geval Schiphol, Coebergh of KPN, altijd wel wat het anders. En terecht, want het was hun geld.” Het reclamevak en de theaterwereld vertonen raakvlakken. Kemper: “Het creatieve proces voor het schrijven van een liedje of het maken van een commercial is ongeveer hetzelfde, alleen gaat het veel sneller. Je hoeft niet eerst terug naar de juniorproductmanager die dan vervolgens naar zijn seniorproductmanager gaat. Nee, dat is niet cynisch, die jongens werken heel hard om hun product zo onbeschadigd mogelijk op te televisie te krijgen.” Andersom werkt het soms ook. “Er zit een stuk in van een brainstormmeeting in hotel Mercure in Nieuwegein. Dat werd wel door de klant herkend, ja. Nee, hij vond het niet erg, hij vond het zelfs wel leuk.”
‘Als jij Remco meeneemt wil je dan zorgen dat hij zijn haar niet kamt’

Peter Stuyvesant

Vorig jaar zegden Veldhuis & Kemper hun baan in de reclame op om zich fulltime toe te leggen op theater en muziek. Kemper: “We hebben het een jaar of vier gecombineerd. Dat renden we om een uurtje of zes, half zeven de boardroom van Aegon uit, verkleden ons, om dan een uurtje later in een jongerensociëteit voor 40 puistenkoppen een paar grappen te maken waarop ze niet zaten te wachten. In onze omgeving vonden ze het allemaal fantastisch. Op een gegeven moment vinden ze het minder als je om drie uur in je pak verdwijnt, terwijl ze weten dat je geen afspraak meer hebt.” Veldhuis: “Ik zie mezelf nog wel eens terugkeren in de reclame. Ik ben nog niet klaar. Ik heb het ook niet zo heel lang gedaan, daarvoor werkte ik bij televisieproductiemaatschappij Cameo die onder meer voor SBS6 en RTL5 programma’s maakt. Als je mij anderhalf jaar geleden had geschetst dat wij nu een succesvol duo zijn, had ik je voor gek verklaard.” Ze zijn er financieel beiden op achteruit gegaan, maar minder dan ze vooraf (als gevolg van hun snelle succes) hadden gedacht. “We hebben het geluk dat we onze liedjes zelf schrijven. Alleen uitvoeren levert niet zo heel veel op. Borsato is ook vooral dankzij de uitverkochte concerten in De Kuip rijk geworden.”

Niet kammen

De beslissing om alles op cabaret en muziek te gooien, is niet verkeerd uitgepakt. De recensies en belangstelling voor hun eerste twee theaterprogramma’s waren goed. In 1999 werden ze tweede (achter Marc-Marie Huijbregts) bij het toonaangevende cabaretfestival ‘Cameretten’. Muzikaal kreeg het duo bekendheid met de single ‘Ik wou dat ik jou was’. Nu bestormt ‘Veel te blond’ de hitlijsten. Het nummer gaat over vrouwen die er mooi uit willen zien, zelfs ten koste van een eetstoornis, maar uiteindelijk allemaal op elkaar gaan lijken. De harde teksten lijken een reactie op de glitter en glamour van de reclame, de wereld van Peter Stuyvesant, met snelle jongens in nog snellere sportauto’s. Kemper verzet zich tegen dit beeld: “Veel te negatief, dat was in de jaren zeventig misschien het geval toen de bomen tot in de hemel groeiden; reclamebureaus zijn tegenwoordig normale bedrijven met hardwerkende mensen.” Even later geeft hij toe dat het vrijgevochten imago nog wel degelijk een rol speelt. “Het wordt zelfs gevraagd door de klant. Ik heb ooit meegemaakt dat een productmanager zei ‘als jij Remco meeneemt wil je dan zorgen dat hij zijn haar niet kamt’.”

DNA

Goede reclame moet in de ogen van Veldhuis & Kemper aan één voorwaarde voldoen: het moet mensen beroeren. Kemper: “Je krijgt gemiddeld 3.000 reclameboodschappen tot je per dag, waarvan je er 70 waarneemt en waarvan er 2 of 3 blijven hangen. Prachtig voorbeeld voor mij is die KLM-commercial van die zwanen.” “De meeste adverteerders willen toch vooral hun naam en hun product zo lang mogelijk in beeld. Ik werk het liefste voor bedrijven waar de directeur ook de beslisser is. Die zijn het DNA van het bedrijf, durven het meeste. De lagen eronder zijn vaak heel erg voorzichtig, dat is fnuikend voor reclame.” Televisie is volgens hen bij uitstek het medium om emoties op te roepen. Kemper: “Print is ouderwets, adverteerders gaan naar tv.” Maar soms kan het accent op de nieuwe media doorslaan. Veldhuis: “Bij FHV/Content gingen wij altijd uit van de conceptgedachte met een internetportal en SMS-verkeer. Maar het is soms ook geforceerd er nieuwe media bij te betrekken, terwijl het heel goede advertenties hadden kunnen zijn. Of iets werkt weet je pas achteraf. Het blijft een handel in illusies.”

Escape om te sluiten