Twentevisie Jaargang 16, 2004

Hoe een ondernemer en de overheid elkaar pesten

‘ Ik ben er ingetuind’

Ben Mets van Desmepol in de bossen van Ambt Delden voor zijn grotendeels leegstaande fabriek waarover hij nu al bijna twee jaar ruzie maakt met gemeente, provincie en omwonenden.
Het chemische bedrijf Desmepol is sinds begin 2003 gevestigd in een oude melkfabriek in Ambt Delden. En sinds de vestiging wordt het bedrijf tegengewerkt door omwonenden, de gemeente Hof van Twente en de provincie. Directeur/ eigenaar Ben Mets heeft het zichzelf ook niet gemakkelijk gemaakt door stukken grond van de gemeente (waar de openbare weg deels overheen gaat) en een stuk tuin van de achterbuurman terug te eisen.

De melkfabriek is in de loop der jaren verdwenen zoals bijna alle melkfabrieken op het platteland. In de fabriek kwam toentertijd Kleencare, een bedrijf dat schoonmaakmiddelen maakte speciaal voor de agrarische sector. Dat bedrijf werd vervolgens overgenomen. De nieuwe eigenaar bracht de productie over en verkocht het pand in Ambt Delden aan Ben Mets die na onenigheid met zijn compagnon in Arnhem een nieuw onderkomen zocht voor zijn chemisch fabriekje Desmepol dat een speciale toevoeging maakt voor beton. De eerste ruzie draait om de milieuvergunning. Volgens Mets is de milieuvergunning van Kleencare van toepassing op de productielocatie en hoeft hij alleen maar een paar aanpassingen door te geven. Zeep en chemische toevoeging voor beton, is daarvoor eenzelfde vergunning noodzakelijk? Volgens Mets wel: “Het grootste probleem bij de productie van beton is het water: hoe meer water hoe slechter het beton. Als je mijn toevoeging gebruikt, dan kun je met normale hoeveelheden water het beton toch verpompen. Officieel heet het super plastificeerder. Je moet het zo zien, Kleencare maakte erwtensoep en ik maak groentesoep. Zowel Kleencare als Demepol gebruikt zuren, logen, aldehydes, alcoholen en glycolen. En als je die op een andere manier of in andere hoeveelheden bij elkaar gooit, dan krijg je ander soort producten met een andere eindtoepassing.”

‘Kleencare maakte erwtensoep en ik maak groentesoep’

Woningbouw

De eerlijkheid gebiedt te zeggen dat er veel betere plaatsen zijn voor fabrieken, laat staan chemische fabrieken, dan in de fraaie bossen in Ambt Delden. “Toen ik hier voor de eerste keer kwam, dacht ik dat ik ontvoerd werd. Ook tot mijn verbazing stond hier een grote fabriek waar grote hoeveelheden gevaarlijke chemicaliën lagen opgeslagen. Voordat ik besloot dit pand te kopen, hebben wij ons ervan verzekerd dat alles in orde was. Dat was ook een voorwaarde van de hypotheekverstrekker. Wij hebben met ambtenaren gepraat, met de wethouder die eigenlijk met ons van mening was dat het niet zo wenselijk was, maar hij had geen medewerking gehad van de provincie Overijssel om hier een woningbouwgebiedje van te maken.”

Verantwoordelijk wethouder Verbeek: “Aan Desmepol is vanaf het allereerste begin aangegeven dat de inrichting gebruikt kan worden onder de voorwaarde dat er de milieubelasting en hinder minder zijn dan bij het vroegere Kleencare. Het is nu eenmaal een terrein dat dicht tegen woonbebouwing aanligt. Dat betekent dat een intensivering en/of uitbreiding van activiteiten zowel qua soort als qua omvang niet zal worden toegestaan. Dat standpunt is niet gewijzigd en zal ook niet wijzigen.” Overigens was de gemeente eerder van mening dat de milieuvergunning inderdaad alleen maar aangepast hoefde te worden. Dat blijkt uit brieven in het vuistdikke dossier. Verbeek: “Wij zijn gehouden om in dit soort zaken de wet toe te passen. Niet meer en niet minder. Dat is geen kwestie van tegenwerken. Wij hanteren dezelfde werkwijze bij al onze bedrijven. Alleen lijkt het of Mets de wetgeving in Nederland niet wil accepteren. Dat blijkt ook wel uit zijn gang naar de Europese rechter.” Ook de Raad van State heeft zich bijvoorbeeld ook al een aantal malen met de zaak bemoeid, maar toen ging het over zaken of de gemeente wel of niet over deze zaak mag beslissen. De lokale redactie van de regionale krant, bij uitstek geschikt om dit soort zaken breed uit te meten, zit in de zak van het lokaal bestuur.

Afval

Zijn unieke betonvoegsel laat Mets nu ergens in Rotterdam produceren. In Ambt Delden wilde Mets daarom plastic restanten gaan verwerken tot hoogwaardige grondstof. “Iedereen kent de kunststof PET van de colafles. PET wordt voor veel meer zaken gebruikt zoals plantenbakken en dergelijke. Om die bakjes te maken worden er films gemaakt waar die bakjes uit gesneden worden. Dan blijven er restanten over die ik opkoop, vermaal en bewerk en vervolgens weer aanbied aan een producent. De kwaliteit neemt overigens na elk gebruik af. Je begint met een hele dure film voor een steriele farmaceutische verpakking; die wordt na hergebruik verlaagd tot bijvoorbeeld verpakkingen van telefoontjes of spijkers. Daarna worden er plantenbakjes van gemaakt en komen er kleurstoffen bij.” Zijn die resten die Mets opkoopt afval of niet? ‘Dat is afval’, roept de gemeente en eist dat Desmepol een nieuwe vergunning aanvraagt. “Onzin,” zegt Mets die zich beroept op Europese richtlijnen die bepalen dat afval pas afval is als niemand er iets meer mee kan. “Het is zelfs een verplichting in het verpakkingsconvenant dat je er alles aan doet, dat goede grondstoffen teruggaan in het grondstoffencircuit. En zo werd het in Arnhem ook beschouwd waar we eerder dit werk deden.” De provincie laat via gedeputeerde Gert Ranter weten het te zien als afvalverwerking. “En de rechter is het met ons eens.”

‘Ik wil hier graag weg, want dit kost me veel geld’

Cogas

Mets is geen gemakkelijke man. En dus is de politie al over de vloer geweest. Over het afval. Als het minder is dan 50 kuub valt het onder de gemeente, als het meer is onder provincie. “Dat is niet handig, maar zo zit de wet milieubeheer in elkaar, daar kan ik niets aan doen,” zegt gedeputeerde Ranter. Mets kreeg een boete opgelegd waartegen hij een beroepsschrift opstelde. Mets dreigde later een paar vierkante meter (op de hoek van een kruising) openbare weg af te sluiten omdat de gemeente dat stuk grond niet van hem wil kopen. Er werd weer gedreigd met politie. “Ik koop een stuk land waar de gemeente en de achterbuurman allerlei delen gevraagd en ongevraagd van in gebruik nemen. Er stonden hier ook zaken van Cogas, die lossen dat tenminste netjes op.” Er staan bomen die het zicht van de achterbuurman (diezelfde die de afscheiding van zijn tuin ‘stiekem’ een paar meter verlegde) op de fabriek verhinderen. Mets wil die bomen kappen. “Er ligt een industriële bestemming op de grond.” Het leverde hem een boze achterbuurman op die de politie al belt als Mets aan de diarree is.

Dan was er nog het gesodemieter over het vroegere bijbaantje van wethouder Verbeek als bezoldigd commissaris bij het nieuwe industrieterrein Zenkeldamshoek. “Ik las in de krant dat Desmepol op dat nieuwe terrein zou komen. Ik wist van niets, de gemeente praat niet met mij.” Verbeek was wethouder maar ook commissaris bij Zenkeldamshoek. Een rare dubbele pet. Verbeek reageert boos: “Je tast mijn integriteit aan. Ik ben door de raad in een openbare vergadering benoemd tot commissaris bij Zenkeldamshoek. Het is een functie die volgt uit het wethouderschap. De bezoldiging vloeit daarom rechtstreeks in de gemeentekas. Ik weet niet eens hoeveel het is. Er zijn ook geen andere vergoedingen. Het feit dat ik nu geen commissaris meer ben, heeft niets met Mets of Desmepol te maken. Het plan heeft nu de bestemmingsplanfase verlaten en het gaat nu om de exploitatie. Daarom heeft Ben Eshuis het stokje overgenomen, hij heeft grond- en economische zaken in zijn portefeuille.”

Mediation

Inmiddels wil de provincie Overijssel niets meer zeggen en ook Ben Mets niets over de provincie want partijen hebben ‘mediation’ ingesteld. Om te praten. En dan moet je niet stiekem over elkaar roddelen. Voor die tijd hoorde je van gemeente en provincie dat Mets zich soms dreigend uitliet. Voor de mediation, zei Ranter nog: “Wij zijn er ook niet gelukkig mee, maar er liggen een bestemmingsplan en een milieuvergunning. Als hij daaraan voldoet, kan hij morgen aan het werk. Voldoet hij daar niet aan, moet hij een nieuwe vergunning aanvragen. Dat heb ik hem ook geadviseerd. En als hij dat gedaan had, was hij nu aan het werk geweest, maar Mets dacht een kortere weg te kunnen nemen. Jammer, want Mets is volgens mij een goede ondernemer,” zei Ranter een paar weken geleden. “Fijn, maar tot op de dag van vandaag is nog steeds geen besluit genomen over mijn milieuaanvraag van 27 februari 2003,” bitst Mets. De kans dat Mets daar ooit aan het werk komt, is klein. De hakken staan in het zand. De oplossing is Mets uitkopen en hem een nieuwe locatie aanbieden, met de vereiste vergunningen. Mets: “Als de gemeente mee wil werken aan een plan, waarin wij kunnen vertrekken naar een nieuwe plaats en waarbij wij de kosten die hierdoor ontstaan in redelijke mate vergoed krijgen, dan vind ik het prima.” Verbeek: “Het is niet zo dat de gemeente onder geen beding wil praten met Desmepol. We hebben dat zelfs vele malen gedaan. De gesprekken leveren over het algemeen niet veel op. Indien Mets wil verplaatsen is de gemeente bereid om te zoeken naar mogelijkheden voor een passende herbestemming van het terrein. Het gaat dan om woningbouw in het kader van ons buurtschappenbeleid. Ik heb begrepen dat de provincie daar inmiddels ook genuanceerder over denkt dan in het verleden.” Het laatste woord is aan Mets: “Ik wil hier graag weg, want dit kost me veel geld. Als ik dit allemaal van te voren had geweten, was ik niet gekomen. Ik ben er ingetuind.”

Vorige bijdrage

Vroegere RoBé-topman Klaas Beute presenteert nieuw concept

Volgende bijdrage

Bedrijfsleven begint zich nu te roeren

Jan Medendorp

Jan Medendorp

Jan Medendorp is gespecialiseerd (interviews, reportages, analyses, commentaren, columns) in sociaal- en financieel-economische onderwerpen, sport, politiek en human interest (voor krant, radio, televisie, maar ook bedrijfsfilms).

Nog geen reacties

Laat een reactie achter

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *