Dura Vermeer-topman Herman Spenkelink wil weer op basis van vertrouwen werken

‘Bouwen blijft toch gunnen’

Herman Spenkelink wil werken op basis van vertrouwen. “De opdrachtgever en de bouwer moeten de baas zijn, niet de advocaten.” De bouw heeft in de afgelopen jaren een imago gekregen van klungels en fraudeurs. De meeste mediaaandacht gaat altijd uit naar de grote bouwers zoals VolkerWessels. De onzichtbare reus, jaarlijks goed voor een omzet van een miljard euro, kwam nauwelijks in het nieuws. Toch leed Dura Vermeer als gevolg van boetes van de mededingingsautoriteit en reorganisaties over 2003 een verlies. Deze maand zijn de eerste rechtszaken tegen malverserende bouwers begonnen. En Dura Vermeer debatteert intern over integriteit. Topman Herman Spenkelink wil het anders. Hij heeft zelf al een hoop geleerd tijdens die debatten. Kritiek bevestigt hij eerst rustig, dan maakt hij de criticaster belachelijk (op een sympathieke manier) en tot slot beweert hij het tegenovergestelde. En de kernboodschap verwoordt hij uitstekend: “De bouw blijft een bijzondere sector. Als je chocola of karnemelk verkoopt, dat kun je op de televisie reclame maken zoveel je wilt en dan wordt er gekocht. Als je als Dura Vermeer op televisie zegt wie je bent, maar je gaat er bij de klanten niet achteraan, dan verkoop je dus helemaal niets. Het is altijd een kwestie van gunnen, dat was het en ik hoop dat dat ook zo blijft.” Tijdens het voorgesprek noch tijdens het radio-interview zegt of bevestigt Spenkelink dat de bouwsector tijdens de beruchte koffierondjes gefraudeerd heeft: “Wij hebben niet aan de maatschappij kunnen uitleggen hoe wij werkten en wat wij deden. Als je dat niet uit kunt leggen, dan is er blijkbaar iets niet helemaal goed. De bestuursvoorzitter van Dura Vermeer heeft daar publiekelijk zijn excuses voor gemaakt.” Overigens lijkt Dura Vermeer de grote klappen te ontlopen, tot nu toe heeft het bedrijf een boete van ‘slechts’ 15 miljoen euro opgelegd gekregen vanwege afspraken bij de aanleg van infrastructuur rond Schiphol. Tegen de boete heeft het bedrijf geprotesteerd, maar natuurlijk wel de reservering gedaan ten laste van de jaarrekening van 2003.

Verdommenis

Uit onderzoek van BouwNed, een organisatie van middengrote bouwers blijkt dat de manier van werken eigenlijk nog steeds onveranderd is. Afgemeten: “Er zijn achttienduizend bouwondernemers in Nederland, dus er zal ongetwijfeld veel verschil in werken tussen zitten.” Spenkelink vindt diep in zijn hart dat de bouwsector ten onrechte onheus wordt bejegend. “Als de bouwbranche in elkaar dondert dan hebben we met zijn allen in Nederland een heel groot probleem. Ik vind dat de NMa (mededingingsautoriteit, JM) bezig is om de boel naar de verdommenis te helpen.” Natuurlijk, het verdelen van de klussen tijdens koffierondjes in de achterkamertjes verdiende niet de schoonheidsprijs. Maar zoals het nu gaat is ook belachelijk, vindt Spenkelink. “De regels bij een aanbesteding zijn nu veel te zwaar en er worden teveel garanties van de bedrijven gevraagd. Het ministerie van Financiën in Den Haag werd aanbesteed, 60.000 vierkante meter voor maximaal 150 miljoen euro. Je mag als bouwer meedoen, je moet zelf de financier meenemen, de installateur en je moet het gebouw neerzetten. Maar het blijft hun gebouw. Ook de faciliteiten komen voor rekening van de bouwer, dus inclusief het bewaken en het draaien van de ballen gehakt. Je moet een offerte maken in zes weken die omgerekend ongeveer 1,5 miljoen kost, ja, voor onze eigen rekening. En als het niet binnen die 150 miljoen gebouwd kan worden, gaat het niet door. Maar wij zijn wel die 1,5 miljoen kwijt.”
‘Ik vind dat de NMa bezig is om de boel naar de verdommenis te helpen’

Vertrouwen

Spenkelink wil dat opdrachtgevers in de toekomst in feite het beste bedrijf uitkiezen voor de klus. “Doorselecteren. De overheid geeft criteria over solvabiliteit, veiligheid, kwaliteit en dergelijke. Maar ze kunnen ook kijken naar de orderportefeuille. Is die te vol, dan ben je die keer dus niet aan de beurt. Dat vind ik een heel logische situatie.” Spenkelink ontkent dat dan in feite een nieuw soort willekeur opgeld doet. “We hebben het over gunnen en bij gunnen zit altijd een stuk willekeur. Maar je moet het zo objectief mogelijk doen. Wat heeft het nou voor een zin om vier partijen vier keer anderhalf tot twee miljoen euro aan kosten te laten maken, als je ook in één keer klaar kan zijn. Uiteindelijk komen de kosten toch op het bordje van de maatschappij, wij met zijn allen dus.” Spenkelink gaat nog een stap verder. Het irriteert hem mateloos dat er soms meer juristen bij een bouwproject betrokken zijn dan bouwvakkers. Hij wil weer terug naar de situatie van vertrouwen.

Blauwe ogen

“ Wij mochten de Grolsch-brouwerijen bouwen. Grolsch wilde tot het laatste moment de laatste snufjes en technieken kunnen invoeren. Maar de openingsdatum was ook vastgesteld, op die dag zou een lid van het koninklijk huis komen. En het moest dus klaar op die dag. Met een vette boete als we te laat zouden zijn. Maar het begin van het project schoof op, de einddatum stond vast, kortom de tijd werd te kort. Toen vroeg de Grolsch-directie mij of het toch opgelost kon worden. Toen hebben we nieuwe planningen gemaakt en zijn op 26 plekken tegelijk aan het werk begonnen. ‘Gelukkig’, zei Grolsch, ‘dan bent u toch op tijd klaar en als u niet op tijd klaar bent, dan krijgt u de boete’. Toen heb ik gezegd: ‘Ho, dat is even niet aan de orde’. Toen ze opnieuw vroegen om een garantie heb ik gezegd ‘mijn blauwe ogen’. Maar ik heb ze ook gezegd dat we met een boete helemaal niet op tijd klaar zouden zijn, want dan zouden wij opnieuw zijn gaan rekenen en onze juristen zouden brieven sturen als er oponthoud zou zijn op de bouw waar wij niets aan konden doen. Dat schiet allemaal niet op.” De boete is er vanaf gegaan en de werknemers van Dura Vermeer hebben zich in die periode zeven dagen per week het snot voor ogen gewerkt. Met als resultaat dat de brouwerij op tijd klaar was. Ik vind dit een goed voorbeeld van hoe we tegenwoordig met elkaar zouden moeten gaan. Ik ben niet tegen de juridische kant, in tegendeel zou ik haast zeggen, maar ik vind wel dat degene die bouwt en de opdrachtgever, die moeten de bazen blijven en niet de advocaten.”

Debatten

Het werk in de bouw moet dus anders. Daarvoor heeft Dura Vermeer intern integriteitdebatten (met hulp van het Nederlands Debatinstituut) gehouden. “Wij zijn begonnen met directies en de collega’s die veel met klanten in aanraking komen en dan gaat het er om die mensen bewust te maken: wat kan nou wel en wat kan niet? Iemand die jouw opdrachtgever is en toezicht houdt, vraagt om een dakkapel op zijn huis. Kunnen we dat nou wel of niet doen?” Dat de opdrachtgevers merken dat de prijzen van aanbestedingen naar beneden zijn gegaan, heeft volgens Spenkelink niets te maken met de nieuwe manier van werken. “Dat heeft alles te maken met de slechte economie. En er is een overcapaciteit van bouwers in Nederland. Wij hoeven gelukkig niet te veel klussen onder kostprijs binnen te halen, maar er gaan op dit moment veel klussen onder de kostprijs weg als gevolg van de overcapaciteit van het aanbod.” Hem staat de situatie van een paar jaar geleden nog helder voor de geest: “Toen we het casino in Enschede mochten bouwen, werden op de bouwplaats zeven talen inclusief Twents gesproken. We haalden de mensen uit Engeland, Portugal en Polen.” Voor wat betreft de cijfers over 2004 zegt Spenkelink: “Puur gekeken naar de exploitatie draaien we dit jaar zeker geen verlies.” Maar hij houdt een slag om de arm voor wat betreft de boetes en reserveringen.
‘Ik durf te zeggen dat familiebedrijven de slag wel eens zouden kunnen winnen als het gaat om efficiëntie en de kostprijs waarvoor ze moeten werken’

Familiebedrijven

Goede winst verwacht Spenkelink dus, terwijl de bouw in de hoek zit waar de klappen vallen. Vanuit de directiekamer op de Westermaat in Hengelo kijkt Spenkelink in zijn sobere werkkamer (waar vooral het grote scherm voor video-conference in het oog springt) uit op het lege pand van Pim Polman die met spandoeken wanhopig probeert huurders te verleiden. Hij is niet de enige, in Nederland staat momenteel circa zes miljoen vierkante meter kantoorruimte leeg. Daar moet Dura Vermeer die actief is in woningbouw, utiliteitsbouw en infrastructuur toch ook last van hebben. “We hebben één kantoor in Breda waar 5000 meter leegstaat en een stuk of twintig, dertig woningen, dat varieert per dag. We hebben in het verleden veel op voorraad gebouwd, maar daar zijn we gelukkig op het goede moment mee gestopt.” Onder kostprijs bouwen, economische tegenspoed, maar toch een positief resultaat? “Hard en goed werken. We hebben als familiebedrijf hele korte lijnen. Ik durf te zeggen dat familiebedrijven de slag wel eens zouden kunnen winnen als het gaat om efficiëntie en de kostprijs waarvoor ze moeten werken.” Over goede mensen gesproken, er lijkt anno 2004 geen nieuwbouwhuis zonder waslijst aan problemen opgeleverd te kunnen worden. “Er kan heel veel fout gaan in het proces van de bouw, er gaat ook veel fout, maar wij proberen daar op te sturen. Bij Dura Vermeer is er een competitie om de nul-fouten-woning op te leveren. Maar het is heel moeilijk, want je koopt een product dat alleen op papier bestaat. Maar er moet een kwaliteitsslag komen, mensen worden steeds kritischer. Een mooi voorbeeld is bij de bouw van het importcentrum voor BMW in Nederland, in Ravesteijn die Dura Vermeer een paar jaar geleden heeft gebouwd. De toenmalige directeur belde me op een zaterdagochtend witheet op: we hadden er een rotzooi van gemaakt. Er bleek ergens een steen niet goed te zitten. We kregen een discussie over het afleveren van producten aan klanten. “Ik heb hem toen moeten uitleggen dat zijn BMW’s onder geconditioneerde omstandigheden worden gemaakt en dat onze bouwvakkers met 5 graden onder nul, met wind en regen moeten werken. Daar zit een deel van de fouten in verscholen.” Herman Spenkelink (57) is lid van de raad van bestuur van Dura Vermeer en directeur van het bouwbedrijf in Hengelo. Hij houdt daar ook kantoor want Twente is hem lief. Erg lief zelfs. Hij begon zijn loopbaan bij Nelissen Van Egteren, sinds 1974 dient hij de aandeelhouders van Dura Vermeer. Hij is daarnaast vice-voorzitter van de kamer van Koophandel, hij is gek van paarden en zit in het bestuur van Expo on Horse, verder is hij commissaris bij Blydestein-Willink en heeft bestuursfuncties bij het Orkest van het Oosten en de IKT. “Ik vind het leuk om te doen en ik heb soms commentaar op de gang van zaken. Dan moet je zelf ook de handen uit de mouwen steken. Als niemand het doet, gebeurt er ook niets. Ik ben gezond, ik heb omstandigheden waardoor ik dat werk kan doen.” En bouwen is gunnen, heeft Spenkelink uitgelegd, dan is het ook wel handig om overal bij te zijn. “Dat ook ja.”

Escape om te sluiten