De nachtmerrie van Oger en Society Shop wellicht ook naar Twente

Niet het label, service en kwaliteit bepalen de maat

Fokke de Jong heeft inmiddels een tiental winkels, waaronder in Zwolle, die Oger en de Society Shop zwaar beconcurreren. “Ik ga natuurlijk niet in de PC Hooftstraat zitten voor 2.000 euro per vierkante meter en een miljoen sleutelgeld.” Nike, Coca Cola, Mercedes, het zijn merken die miljarden waard zijn. Je betaalt vaak veel te veel voor het product als gevolg van het labeltje dat er aan hangt. Of voor de ster op de motorkap. Merken geven prestige, het geeft de koper status. De kopers van Nike- of Tommy-kleding vinden het fantastisch als levensgroot de naam of logo op het shirt prijkt. Bij een pak is dat minder. Het merk zit aan de binnenzijde. Soms herken je de stijl van Armani of Corneliani maar voor het gros zit een pak goed. Of niet. Maatpakken kosten een vermogen. Niet omdat het product zo duur is, maar door de tussenhandel en daarom doet SuitSupply (uitsluitend voor (maat)pakken, (maat)hemden en stropdassen) het anders, is de filosofie van Fokke de Jong (31). Mensen hebben behoefte aan helden. Hij wordt veel gevraagd als spreker, zijn spreekbeurten worden tegenwoordig geregeld door Sprekersplatform. En Fokke de Jong wordt steeds onafhankelijker, ook financieel. Maar ook weer niet. De Jong kwam binnenlopen tijdens de haringparty op landgoed De Wilmersberg waar het radioprogramma Memphis werd opgenomen. De Jong zag de aanwezigen, draaide zich om en haalde een stropdas uit de auto. “Ik overweeg ook in Twente een vestiging te openen.” Maar eerst staat Maastricht op de rol: “Daar kopen ze eerder een pak dan dat ze de dakgoot laten maken.”

Oger

SuitSupply bestaat pas een paar jaar, maar het bedrijf is nu al de grootste maatpakkenleverancier van Nederland. “De Nederlandse man is een stuk modebewuster dan een paar jaar geleden.” Dat blijkt volgens De Jong uit de manier waarop klanten met het product omgaan. “De hele samenleving verhipt en Nederlandse mannen zijn minder bang om met hun kleding een statement te maken. Opvallen mag, je ziet dat mannen steeds vaker kiezen voor show en meer variatie.” Last van de recessie heeft hij niet. “Er wordt veel waarde gehecht aan service en kwaliteit en blijkbaar minder aan een stickertje of label.” Of misschien verschuift de klandizie wel van de Society Shop en Oger in de dure PC Hooftstraat naar SuitSupply als gevolg van de recessie. “Ik doe twee dingen anders: inkopen en verkopen. Daardoor heb ik een heel andere kostenstructuur dan de meeste retailers. Het hele traject dat in de kledingbranche wordt doorlopen, is natuurlijk belachelijk inefficiënt. Merken als Armani of Boss hebben veertien maanden nodig om hun spullen in de winkel te krijgen. Ze kiezen eerst een stofje op de stoffenbeurs, daarmee maken ze een collectie van een paar stuks waarmee hun agenten de winkels afgaan. En pas als die hun orders opgegeven hebben, kunnen ze gaan produceren. Wij slaan dat hele proces over.”
‘In Maastricht kopen ze eerder een pak dan dat ze de dakgoot laten maken’

Fashion Lab

Suitsupply heeft in de korte tijd van zijn bestaan al een behoorlijke gedaanteverwisseling ondergaan. De eerste jaren verkocht SuitSupply confectiepakken in kale filialen met tl-licht en via internet. De internettak bleek niet praktisch, omdat een pak zelden meteen goed zit en dus vermaakt moet kunnen worden. “Ik kwam mannen tegen die een pak van ons via internet hadden gekocht, dat niet goed zat. Dat is geen beste reclame.” De website dient nu dan ook als een soort etalage voor de winkels. “We zitten nu in fase 2 van de ontwikkeling van ons bedrijf. Wij bieden Italiaanse confectiepakken aan tegen groothandelsprijzen die eventueel vermaakt kunnen worden terwijl de klant erop wacht. We hebben kleermakers in elke winkel.” Daarnaast levert Suit- Supply tegenwoordig ook maatpakken en maatoverhemden. “Het gaat om de zogenaamde kettinglengte, de minimale lengte waarvoor een weverij aan het werk gaat. Als je groot genoeg bent om 350 overhemden af te zetten in je winkels, kun je 800 meter kettinglengte inkopen en kun je de hele productiecapaciteit van een weverij opkopen. Wij gaan met een voorbeeld naar de weverij en binnen twaalf weken ligt dat product op de plank. Dat scheelt ons 40% op de inkoopprijs. En aangezien pakken drie keer over de kop gaan, scheelt het 120% op de verkoopprijs. En ik ga natuurlijk ook niet in de PC Hooftstraat zitten voor 2.000 euro per vierkante meter en een miljoen sleutelgeld.” Fase drie is het Fashion Lab, een winkel waar je als klant je eigen pak kunt ontwerpen. De stof, de vorm en eventuele bijzonderheden worden met de styliste besproken, waarna het pak in Italië in elkaar wordt gezet. Naast de standaard grijze en donkerblauwe pakken heeft SuitSupply ook pakken in trendy prints, gekke strepen en opvallende kleuren. Fokke de Jong werd in 1973 geboren in Friesland. Op zijn twaalfde verkocht hij flipperkasten aan zijn vriendjes op het schoolplein. Op zijn zestiende stapte hij over op de brommerhandel en tegen de tijd dat hij achttien was, zat hij in langetermijncontracten in Tsjechoslowaaks melkpoeder. Hij ging rechten studeren in Amsterdam, sloot zich aan bij het corps en regelde de rokkostuums voor eerstejaarsstudenten waardoor hij in de mode verzeild raakte. Toen zag De Jong hoe omslachtig de modeindustrie te werk gaat. Hij kocht de overcapaciteit op van de Italiaanse ateliers waar de grote merken hun pakken laten produceren en huurde een winkel onder het Van der Valkwegrestaurant boven de A4. “Het bizarre was dat Van der Valk die ruimte niet verhuurd kreeg. Dus toen heb ik die gehuurd, en daar hadden we die pakken in kartonnen dozen, verder bleef het helemaal kaal, net de Aldi. Het was een heel nieuw concept, en dan krijg je overal pers en gaat het op een gegeven moment ook wel lopen. Dat moest ook wel, want ik had twintigduizend gulden, dat schiet niet heel erg op. Daar kun je net de lampen mee in het plafond schroeven. En mijn leverancier gaf me dertig dagen de tijd om te betalen. Dus die tijd had ik om de business van de grond te trekken.” Inmiddels heeft SuitSupply elf vestigingen in Nederland waaronder in Zwolle. Sinds de oprichting in september 1999 is de omzet van het bedrijf jaarlijks verdubbeld en er werd vanaf het begin winst gemaakt. Jaarcijfers zijn volgens afspraak met McGregor Fashion, dat sinds 2000 voor eenderde in het bedrijf participeert, afgeschermd. “Maar,” beschrijft De Jong, “we hebben in 2003 zo’n 80.000 pakken verkocht. Over de winst over 2003 kan ik niets zeggen.” Uit het jaarverslag over 2002 blijkt een winst voor belasting (bij een verkoop van circa 50.000 pakken) van bijna één miljoen euro.

Escape om te sluiten