Bram Hulshof en Victor Doorn, scheidende en nieuwe voorzitter Kamer van Koophandel ‘vloeken in de kerk’

Weinig vertrouwen in politici

Ter gelegenheid van het afscheid van Bram Hulshof als voorzitter van de Kamer van Koophandel voor Veluwe en Twente werd het radiocafé Memphis van RTV Oost opgenomen (op 12 januari) in de Lebuïnuskerk in Deventer (tijdens de nieuwjaars- annex afscheidsreceptie). Waar behalve Hulshof ook zijn opvolger Victor Doorn, de commissarissen van de koningin in Overijssel (Geert Jansen) en in Gelderland (Jan Kamminga), VNO-NCW voorzitter Jacques Schraven en Wegener-topman Jan Houwert werden geïnterviewd. Wie kwam voor de borrel en bitterballen moest even een uurtje geduld hebben, want Bram Hulshof wilde zijn afscheid niet alleen met ceremoniële rituelen vullen. Hij wilde ook inhoudelijk wat kwijt, opdat de regio daar zijn voordeel mee kan doen. En dan vooral Twente, want de gang van zaken gaat hem aan het hart. “En ik vind dat ik als een van de oudste autochtone Twentenaren recht van spreken heb.” En hij sprak, soms met de gebruikelijke distantie, maar vaak onverbloemd. Met de commissarissen van de koningin Kamminga en Jansen op de eerste rij, in hun rug gedekt door verschillende burgemeesters uit Gelderland en Overijssel, bekritiseerde Hulshof de houding van de provinciale politiek. Een mond vol over samenwerking, maar in de praktijk heeft het weinig resultaat, aldus de man die het afblazen van de Dubbelstad als een van de “dieptepunten” uit zijn loopbaan beschouwt. Hulshof: “We hebben nu wel een Netwerkstad, maar eigenlijk ook weer niet. Er zijn mensen die er mee bezig zijn, maar er komt niet echt iets uit. Ik heb er althans nog niets van gemerkt. Het is nog steeds zo dat Enschede in Den Haag lobbyt voor economische hulp naar aanleiding van de sluiting van de vliegbasis, andere steden mopperen dat hij alleen voor Enschede wat heeft geregeld. Ik ben teleurgesteld dat Twente geen eenheid biedt om zich als één regio in Den Haag te presenteren zoals het noorden dat wel kan.”
Bram Hulshof: ‘Ik heb gezaaid de afgelopen jaren, ik hoop dat Victor Doorn kan oogsten’

Gebrekkige samenwerking

Ook zijn opvolger Victor Doorn, algemeen directeur van krantenuitgever Stentor, ziet de gebrekkige samenwerking in de netwerkstad Twente als een probleem. “In de vijfde nota ruimtelijke ordening krijgt Twente een goede positie op het gebied van huizenbouw en industrie, maar daar heb je alleen wat aan als er ook een goede samenwerking is. “Het moet meer zijn dan wat afspraken tussen gemeenten over grondprijzen die, volgens mij terecht, mogelijk door de Nma teruggefloten zullen worden. Kijk ook eens naar de portefeuilles werkgelegenheid en sociale zaken. Alleen als je lief én leed met elkaar deelt, gaat het echt goed samen.” Het klinkt paradoxaal maar Hulshof vindt tegelijkertijd dat het ‘Twentedinner’, de jaarlijkse lobbybijeenkomst voor bestuurders en politici uit de regio met collega’s uit Den Haag, zijn langste tijd heeft gehad. “Dat Twentedinner wordt dit jaar nog gehouden maar ik pleit ervoor dat we er een Eastern Dinner maken.” Commissaris van de Koningin Jansen reageert venijnig. “Wat een onzin. We gaan er voor zorgen dat politici en ondernemers die in het oosten willen investeren hier naar toekomen. En of dat nou Twentedinner of Sallanddinner is, interesseert me niet. Het moet ergens over gaan met mensen die in het oosten willen investeren.”
Bram Hulshof: ‘Vergeet de maakindustrie’

SOPAG

Bij de fusie van de Kamer van Koophandel had Bram Hulshof graag op zijn visitekaartje ‘chairman of Eastern of Holland’ willen zetten. Maar dat kan niet want alleen al in Gelderland zijn er vijf Kamers. “Inderdaad wat een ellende ja,” zegt commissaris van de koningin Jan Kamminga uit de grond van zijn hart. Kamminga is niet zo’n fan van Kamers van Koophandel. De oud-voorzitter van MKB-Nederland doet in Gelderland liever zaken met de SOPAG, de Gelderse tegenhanger van de SEACO, het provinciale overlegorgaan van werkgevers, werknemers en overheid. En als hij al rechtstreeks met een Kamer zaken doet, dan gaat zijn eerste gedachte niet uit naar die voor de Veluwe, maar de Kamer van Koophandel die de belangen voor de regio Arnhem-Nijmegen behartigt. Hulshof erkent: “Ik heb in het begin moeite moeten doen om met Kamminga ‘on speaking terms’ te komen. Dat is gelukkig gelukt.”

Verstandsverbijstering

Hulshof joeg bij zijn aantreden destijds al verschillende politici in de gordijnen met zijn opmerking dat Overijssel en Gelderland moesten fuseren. In Deventer was hij, ingeklemd tussen Jansen en Kamminga, niet te beroerd om nogmaals de knuppel in het hoenderhok te gooien: “Toen ik zei dat Gelderland en Overijssel moesten fuseren werd ik uitgelachen. Nu denken er meer mensen zo over. Dat moet één fysieke organisatie worden.” In een reactie verzucht Kamminga dat het praten over procedures hem weinig boeit. “Hoe meer je er over praat, hoe minder het gebeurt. Hulshof verweet mij net een ‘vlaag van verstandsverbijstering’. Ach, het verspilt energie en het is beter goed samen te werken. De laatste drie, vier, vijf jaar loopt het weer goed. Daar zijn voorbeelden van. We hebben jaren gediscussieerd over het doortrekken van de A18 en toen beide provincies daarvoor gezamenlijk naar Den Haag gingen hebben we zowaar 50 miljoen euro gekregen als aanzet en we leggen daar als provincies ook geld bij.” Hulshof: “Dat klopt, daar hebben we ook als Kamer voor gevochten, maar dat ging ten koste van de A1.” Kamminga: “U verwijt nu dat we niet goed samenwerkten, en daar kijk ik van op. Ik herinner mij dat de provincies Gelderland en Overijssel óók met de Kamer van Koophandel in het verleden goed hebben samengewerkt.” Zes jaar is Bram Hulshof voorzitter geweest van de Kamer van Koophandel voor Veluwe en Twente. Gelet op de oppervlakte een van de grotere kamers van Nederland. Waar zijn voorganger Bert van Leersum tot op de dag van vandaag trots is op zijn bemoeienis bij het doortrekken van de A1 door Twente naar Duitsland, is het erelijstje van Hulshof moeilijker in te vullen. Ook de aanzet tot de fusie van de oostelijke kamers van koophandel kwam uit de koker van Van Leersum. Het interne gedonderjaag dat volgde, heeft Hulshof met harde hand (en veel geld) opgelost. Hij heeft Wilma van Ingen als directeur aangesteld en de Kamer van Koophandel heeft zich (het moet gezegd) dankzij Bram Hulshof na de vuurwerkramp van zijn beste zijde laten zien. Hulshof kreeg tijdens zijn afscheid de Van den Kroonenbergpenning. Nou krijgt iedere bestuurder of ondernemer wel een vaantje, lintje of beker mee bij zijn vertrek waarmee zijn ‘onmisbaarheid’ vorm krijgt, maar de Van den Kroonbergpenning (vernoemd naar de vroegere ondernemende rector magnificus van de Universiteit Twente) heeft wel meerwaarde. Gevraagd naar wat Hulshof zelf als zijn eigen verdienste beschouwt, zegt hij: “Ik heb de afgelopen jaren gezaaid, ik hoop dat Doorn gaat oogsten.”
Victor Doorn: ‘Als ik niet herkozen word, ga ik terug naar Wegener, ik heb nog onvoldoende VUTrechten opgebouwd’
Met de komst van Victor Doorn krijgt de Kamer van Koophandel een totaal andere man. De man met de aardappel in de keel wordt bij wijze van spreken opgevolgd door de man met de patatzak in de hand. Hulshof praat wollig, Doorn is heel direct. “En in iets simpeler bewoordingen.” Opgegroeid in een middenstandsmilieu heeft Doorn zijn jongensdromen (een motor en een Porsche) op latere leeftijd gerealiseerd. Doorn heeft als gevolg van een aantal recente saneringen bij de grootste divisie van Wegener niet alleen vrienden bij de kranten op de Veluwe en in het westen van Overijssel. Als directeur van de Stentor weet hij precies hoe de hazen in Apeldoorn lopen waar hij nog tal van andere bestuursfuncties bekleedt zoals in de raad van toezicht bij AGOVV, de Apeldoornse voetbalclub die mede dankzij de kennis en inzet van Doorn dit seizoen terugkeerde in het betaald voetbal. Doorn ziet het vooral tot zijn taak om de komende jaren Twente in kaart te brengen, want het vooroordeel wil dat hij een navigatiesysteem nodig heeft om in deze regio niet te verdwalen. “Ik kom veel in Twente en kan daar inmiddels redelijk de weg vinden. Ook zonder navigatiesysteem. Ik heb met veel Twentse bestuurders al afspraken staan in de komende tijd. De meeste burgemeesters ken ik wel, maar het is goed om nader kennis te maken in mijn nieuwe baan.” De werkgeversorganisaties VNO-NCW en MKB vechten al jarenlang een strijd uit met de Kamers van Koophandel wie wat doet. Dat leidde bij de vuurwerkramp nog tot onsmakelijke taferelen toen Hulshof een MKB-bestuurder die zieltjes aan het winnen was de wacht aanzegde. Ook onderling vechten VNO en MKB elkaar de tent uit. Hermans zei nog tijdens de nieuwjaarsreceptie van de Kamer van Koophandel in Zwolle dat de overheid ‘de economie op 1’ moet zetten en met economie bedoelt hij het MKB, het midden- en kleinbedrijf, ‘de motor van de economie’, zoals Hermans niet nalaat te zeggen. Jacques Schraven, voorzitter van VNO-NCW, reageert met: “Ach, wij organiseren meer midden- en kleinbedrijven dan het MKB.” Ook de Kamer van Koophandel moet zijn plaats kennen, vindt Schraven: “De Kamer moet zich twee keer bewijzen ten opzichte van het VNO. Bij het VNO mag je lid worden en als je ontevreden bent, kun je weer weg. Maar de Kamer kan gewoon heffen of ze haar werk nou wel of niet goed doet.” Hij haast zich vervolgens te zeggen dat de Kamer van Koophandel voor Veluwe en Twente een heel goede is in zijn beleving. “Wij houden goed in de gaten dat de Kamers zich vooral met starters bezighouden, voor die groep een goed loket inrichten of zich bezig houden met de belangen van winkeliers in een bepaalde gemeenten. Infrastructuur, kenniseconomie, contacten met de universiteiten kunnen wij beter doen.” Waar Hulshof net een tirade had afgestoken tegen de provinciebestuurders over exact diezelfde onderwerpen hield hij zich nu stil. Zijn de ondernemers na alle graaipartijen het vertrouwen nog wel waard? Schraven: “Morris Tabaksblat is door mij persoonlijk aangezocht een code te ontwerpen. Er heeft een aantal incidenten plaatsgevonden, dat klopt, het vertrouwen in het bedrijfsleven is afgenomen. Maar de economie moet op 1, daarin ben ik het met Hermans eens, want dankzij de economie kunnen we onderwijs en zorg en noem maar op betalen. De Nederlandse bedrijven moeten in concurrentie met het buitenland het geld verdienen in de markt. Als dat niet lukt kunnen de politici naar huis, want dan valt er niets te verdelen.” Als voorzitter van alle Kamers van Koophandel in Nederland zegt Hulshof: “Als ik met Hermans en Schraven over het bedrijfsleven praat gaat het over de export, daar blijven we in achter, hoe krijgen we dat op de been? Alle initiatieven plus de voorlichting van EZ, dat moeten we op één platform brengen.” Schraven: “Goede producten tegen concurrerende prijzen en daar hebben we het nu moeite mee. En dan begin ik weer over loonmatiging, maar dat is wel belangrijk.” Geert Jansen reageert op Jan Kamminga: “Ik werk nu anderhalf jaar in Overijssel en ik heb niet zoveel zin om steeds over het verleden te moeten praten.”

Eigen knooppunt eerst

Jansen: “U praat gelukkig weer over samenwerking en niet meer over fusie. We zijn in Overijssel sterk geweest in het praten over grenzen en modellen en fusies. Dat hebben we gehad. We maken nu de stap maar de inhoud van het samenwerken. Ik werk nu anderhalf jaar in Overijssel en ik heb niet zoveel zin om steeds over het verleden te moeten praten. De werkelijkheid is dat we in de afgelopen jaren samenwerking echt vorm hebben gegeven zoals met de weg van Grolsch naar Groenlo, de verbreding van de A28. Samenwerking betekent ook dat je daarover van gedachten hebt gewisseld. En dat je elkaar ruimte geeft.” Geen eigen knooppunt eerst? “Nee, ronduit nee. Met Gelderland hebben we harde afspraken gemaakt over de A1 en de export naar Polen. We hebben geïnventariseerd wat er in de provincies gebeurt en willen voorkomen dat we hetzelfde doen.”
Geert Jansen: ‘De discussie over fusie is therapie voor mensen die verder niets te doen hebben’

Niet zeuren

De provincies Overijssel en Gelderland trekken onder de naam Landsdeel Oost gezamenlijk op in de belangenbehartiging. De vergelijking met het noorden van Nederland, dat extra rijkssteun heeft gekregen omdat het als een economische achterstandsregio te boek staat, gaat volgens de commissaris mank. Kamminga: “We hebben gelukkig een andere positie dan de noordelijke provincies. Wij kunnen door het versterken van onze economie bijdragen aan de nationale economie en dat is heel wat anders dan de achterstandspositie van het noorden. We moeten met constructieve ideeën komen voor innovatie van de kenniseconomie. Er is in Den Haag veel support voor samenwerking tussen de drie universiteiten in ons gebied, daar is ook wel geld voor. Eén ding moeten we vooral niet doen en dat is zeuren om meer geld in Den Haag zonder plannen en zonder er zelf geld bij te willen leggen.” Jansen: “U zou er wel vijf uitzendingen aan kunnen wijden als u zou bekijken wat er door de UT samen met Wageningen en Nijmegen is gerealiseerd. Het gaat er om dat het openbaar bestuur in Overijssel goed georganiseerd wordt. Ik zal niet ontkennen dat de ene gemeente wel eens andere belangen heeft dan de andere. Wat wij proberen vanuit het provinciehuis is zoeken naar de grootste gemene deler en vanuit Overijssel te knokken voor dat gebied.”

Zes provincies

Samenwerking dus, en geen fusie. Maar het blijft dan wel vreemd dat onder politieke druk in Gelderland en Overijssel de ontwikkelingsmaatschappijen en de provinciale bureaus voor toerisme wel zijn gefuseerd, maar zodra het om de provincie zelf gaat, politici de boot afhouden. Jansen reageert geïrriteerd. “Als we toch praten over samenwerking. We zitten hier in Deventer met meer dan 1000 mensen uit het oosten van het land. Ik zie alleen RTV Oost, waar is Omroep Gelderland? Wat zijn uw verbindingen met de andere omroepen in het oosten? Wat zijn de verbindingen tussen ondernemers daar en hier? De discussie over grenzen is vooral op therapeutische basis voor mensen die verder niets te doen hebben. Samenwerken moet je gewoon doen.” Victor Doorn denkt dat de afhoudende reactie van Kamminga en Jansen vooral een reactie voor de bühne is. “Als je twee ondernemers in het openbaar laat praten over een fusie zullen ze dat niet snel doen, maar vaak zijn ze dan achter de schermen wel degelijk aan het praten. Ik ben ervan overtuigd dat in het nieuwe grote Europa er een toekomst is voor vijf à zes Nederlandse provincies, met daaronder een honderdtal regio’s.” De commissaris hebben dus niet alles gezegd? “Inderdaad, dat denk ik niet,” zegt Doorn, gevolgd door een veelbetekenend lachje.
Jan Kamminga: ‘Hulshof verweet mij net een vlaag van verstandsverbijstering’
Wilma van Ingen, directeur van de Kamer van Koophandel Twente, was ‘spreekstalmeester’ tijdens het afscheidsfeestje van Bram Hulshof. Foto links: Bram Hulshof kan met opgeheven hoofd afscheid nemen, maar onder de vele schouderklopjes bezweek hij bijkans.

Rol grote concerns

Over de economische richting die Oost-Nederland in moet slaan, is Hulshof bij zijn afscheid duidelijk. Zet alles op ICT en maak niet de fout door je teveel te focussen op de ‘maakindustrie’. “Ja, daar waren we vroeger in het oosten sterker in. Van de industrie moeten we het eigenlijk wel hebben, maar het is jammer dat dat niet meer kan en dus moeten we het met ons hoofd verdienen.” Het is opvallend dat je in veel besturen en organisaties en werkgroepen steeds dezelfde mensen tegenkomt. Met alle respect voor die mensen is het opvallend dat je de topmensen van de grote bedrijven als Ten Cate, Grolsch, Wegener en Twentsche Kabel nauwelijks ziet. Terwijl die juist links en rechts een hoop in de melk te brokkelen hebben. Hulshof: “Ik zou graag zien dat er af en toe een ondernemer opstaat die zijn stem laat horen. Ik ben heel blij met mooie bedrijven als Reesink, Ten Cate en Grolsch. Dat zijn voorbeelden voor de rest van het land. Want zodra de macht van een concern buiten de regio ligt, verword je tot een speelbal. Dan kom ik terug op de woorden van Kamminga dat we moeten werken aan een kenniseconomie. Vergeet de maakindustrie.” Bestuursvoorzitter Jan Houwert van Wegener, dat het de laatste jaren zo moeilijk heeft met de advertentiemarkt, voelt zich niet aangesproken. “Wij doen genoeg, wij stellen Victor Doorn beschikbaar voor de Kamer van Koophandel. Er werd net steeds gesproken over fusie en samenwerking over de provinciegrenzen heen. Uitgerekend daarin heeft Doorn heel veel ervaring. Dat wordt dus een eitje in de komende jaren.”

VUT-premie

Doorn (59) wil zijn taak bij de Kamer combineren met zijn werk bij de Stentor. Die twee zware functies kunnen door één man worden gedaan, denkt Doorn: “Bij Wegener heb ik een nieuwe organisatie gebouwd, ik heb een goed managementteam, de onderneming staat klaar voor hopelijk betere tijden en ook de Kamer van Koophandel is klaar. Bram heeft de organisatie uitstekend neergezet. Het gaat dus vooral om contacten en netwerken. Ja, ik kom in een gespreid bed.” Toen Hulshof aantrad bij de Kamer wilde zijn werkgever de ABN AMRO hem niet laten gaan, maar beide banen bleken toch moeilijk samen te gaan. Als Doorn over twee jaar herkozen worden, dan gaat hij vervroegd met de VUT om zich volledig op de Kamer van Koophandel te storten. Maar niet langer dan vier jaar. Als hij niet herkozen wordt, gaat hij weer aan de slag bij Wegener. “Ik heb nog onvoldoende VUTrechten opgebouwd,” zegt hij eerlijk. Net als Hulshof is Doorn van mening dat je op je 65-ste terug moet treden. En dan weer iemand uit Twente aan het roer? “Nee, zover in de tijd hebben we geen afspraken gemaakt.” Hulshof: “Je moet niet ongevraagd mensen van advies blijven voorzien.” Hulshof blijft nog een korte tijd actief in het wereldje als voorzitter van de landelijke vereniging van Kamers van Koophandel. Daarna? “Borduren in een klooster.”

Escape om te sluiten