Evert ten Napel zou graag bij Radio Oost werken

Bijgeloof in de sport

Evert ten Napel met zijn boekje Bijgeloof in de sport. De argumenten van Evert ten Napel (57) om een boekje te schrijven zijn niet heel verheffend: "Ik wilde graag dat mijn moeder een boekje van mij op de plank heeft, Mart Smeets schrijft aan de lopende band boekjes en ook Tom Egbers is aan zijn tweede boek bezig." Bijgeloof in de sport is een leuk boekje geworden, maar niet veel meer dan dat, erkent Ten Napel ruiterlijk: "Dat klopt, het is een boekje geworden dat je op Schiphol koopt in de kiosk vlak voor je op vakantie gaat." Op de achterzijde staat lichtelijk overdreven: 'Het is hartveroverend dat onze bekende sportmannen en -vrouwen hun geheimen in dit boek prijsgeven'. "Dat heeft de uitgever geschreven, ik niet." Evert ten Napel werkt al jaren bij Studio Sport als voetbalcommentator, een echte die zegt wat hij vindt. Niet de man die snijdende interviews maakt of de primeurs brengt, de man ook die het nieuws over de konijnenfokvereniging leuker vindt dan de zoveelste transfer van Seedorf. "Ik ben gek op lokaal nieuws." "Bijgeloof ontstaat uit vaste gewoontes. Ik ben niet bijgelovig, ik voetbal bij EFC6 in Ermelo, het laagste elftal. Ik heb daar een vaste plek in de kleedkamer, naast de wc, maar dat is niet uit bijgeloof, daar wil verder niemand zitten. Het zijn automatismen. Als ik de sporters op hun bijgeloof aansprak, moesten ze vaak nadenken en dan zeiden ze, 'het is geen bijgeloof, maar een gewoonte'. Dat is ook zo. Ik vond zelf het leukste bijgeloof het vaste ritueel van roeier Nico Rienks, die waar hij ook ter wereld is, een potje stamppot maakt. Dat is dus echt bijgeloof, want als hij dat niet kookt, gaat het niet goed, zegt hij zelf."

Cruijff

De uitgever heeft de namen van veel bekende sporters op de cover gezet, zoals Rintje Ritsma, maar op pagina 25 worden letterlijk slechts vijf regels aan deze fantastische schaatser gewijd: "Daar kan ik helemaal niets mee," aldus Ritsma Ook staan er nogal wat fout gespelde namen in en feitelijke onjuistheden. Het loon van de snelheid om het boekje vooral voor kerst en sinterklaas in de winkels te krijgen. Op de cover een zeer fraaie foto van Leo Vogelzang die Ten Napel met een telelens heeft gevangen tijdens het becommentariëren van een wedstrijd. Het voordeel voor een man als Evert ten Napel is dat hij veel Nederlandse topsporters in de studio tegenkomt en telefoonnummers of emailadressen kan vergaren. "Niemand gooide de hoorn op de haak of weigerde mee te werken." Maar zelfs voor hem was het nog lastig om een paar minuten met Cruijff (in de studio na een championsleaguewedstrijd) over zijn bijgeloof te praten. "De eerste twee keer had hij het te druk."

Open sollicitatie

Ten Napel volgt het handbal, voetbal en skieën voor Studio Sport. In 1978 volgde hij het Nederlands elftal naar Argentinië. Hij vroeg zich hardop af of Nederland wel moest voetballen. Hij bezocht ook het plein van de dwaze moeders. Maar hij ergert zich mateloos aan de huidige discussie over de vader van Maxima. "Moet je 25 jaar na dato een vader bij het huwelijk van zijn dochter weren?," vraagt hij retorisch. Ten Napel is een geboren Drent, via de Emmer Courant belandde hij bij de regionale omroep RONO (Overijssel en Gelderland) en werd vervolgens gevraagd voor de NOS Radio en later Studio Sport. Zijn dochter Carrie werkt inmiddels ook bij TV Oost. "In de regio leer je het vak, bovendien is het daar het leukste om te werken. Ik hoor dat bijvoorbeeld ook van Klaas Samplonius. Ik had best graag mijn hele leven bij RTV Oost willen werken. Als ik stop bij de NOS zou ik graag bij Radio Oost willen komen werken, radio vind ik eigenlijk veel leuker dan televisie. Ja, dat is een open sollicitatie."

Grensrechter

"Ik woon in Ermelo en spel het Ermelose Nieuwsblad en de Dorpsbode, die lees ik van a tot z. Ik schrijf ook stukjes over mijn club in de Dorpsbode. Ik las vanmorgen in Tubantia dat het zwembad in Rijssen op zondag open mag, dat vind ik mooi om te lezen. Soms vraag ik me wel eens af of ik de goede keuze heb gemaakt. Ik ben ook bewust niet in de Amsterdamse grachtengordel gaan wonen, maar in Ermelo waar ik wel de braderieën mijd om te voorkomen dat ik van die gasten in trainingspakken tegenkom die mij vragen waar ik op de camping zit." De eerste divisie volgt hij niet. "Geen tijd voor." Hij arbitreerde voetbal- en handbalwedstrijden. "Weet je wat het leukste is? Om met een paar vrienden in de regen en een flesje bier naar een wedstrijd te kijken op zaterdagmiddag achter de grensrechter van de tegenstander. Dat is veel leuker dan Nederland-Argentinië." Ten Napel in de wereld van de mannetjesmakers, moet jongetjes van 18 die al miljonair zijn vragen of ze alsjeblieft twee minuten tijd voor hem hebben. "Daar ben ik heel nuchter in. Als Jean Paul van Gastel niet met mij wil praten omdat ik gezegd heb dat hij te hard speelde, dan maar niet. Bij Sparta was ik een paar weken geleden waar ik gezellig heb staan praten met een suppoost die al 25 jaar in Ermelo op vakantie gaat. Daar geniet ik van. Met die kletsverhalen na afloop van een wedstrijd heb ik weinig, dat klopt." Olga Assink (uit Twente) is één van de beste handbalsters van Nederland. Ze speelt al weer twee jaar in Denemarken waar het handbal heel anders beleefd wordt dan in Nederland. Ze zit in de kleedkamer voor de wedstrijd altijd naast Natasja Burgers. "Ik heb kleine rituelen, ik laat vlak voor de wedstrijd altijd de bal wel twintig keer op mijn hand draaien voordat ik gooi. Ik doe dat voor mijn gevoel." In het boekje van Ten Napel staat dat ze door de vaste rituelen zo goed presteert. "Het is niet zo dat als ik het niet doe, dat we dan verliezen, het is meer een gevoel voor mezelf." Raemon Sluiter, de talentvolle tennispupil van Ad Luttikhuis in Enschede, had 13 als geluksgetal, totdat hij een keer op vrijdag de dertiende twee matchpunten tegen Jonas Björkman verknalde. "Weg bijgeloof." Tijdens de Daviscup speelt hij altijd in het zwart. "Dat moet van mijn coach, die vindt dat het mij onoverwinnelijk maakt, ik trok zwarte kleding aan omdat ik witte kleding zo lelijk vind." Verder wil hij altijd met de bal spelen waarmee hij daarvoor een punt maakt. In het boekje staat nog dat Sluiter altijd met de trein reist, maar inmiddels heeft hij wel een rijbewijs en een auto. Bij het schrijven van het boekje stond keeper Sander Westerveld nog onder contract bij Liverpool. Bij het uitkomen is hij uitgeweken naar Real Sociedad; Westerveld vindt bijgeloof een teken van zwakte. "Ik wil mentaal sterk zijn als keeper." Saillante opmerking in het kader van zijn gedwongen verhuizing. Bij Vitesse droeg hij vroeger in de eerste helft een gele en in de tweede helft een blauwe trui. "Dat was alleen omdat ik beide truien van de sponsor erg mooi vond, dat had niets met bijgeloof te maken." Paul Bosvelt lijkt een speler die lacht om bijgeloof, maar hij blijkt erg te hechten aan speciale sportonderbroekjes. "Ze zitten lekker en dan ga je je er aan hechten. Nee, zo'n slidingbroek vind ik lelijk. Ik wil niet opvallen." Erik Hulzebosch draagt altijd oude kleding, maar noemt dat 'zuunigheid'. "Aan de vooravond van een grote wedstrijd drink ik altijd twee rode wienties en pak ik een sigarettie." En: "Als ik mijn horloge vergeet af te doen dan lijkt mijn arm in de wedstrijd kilo's zwaarder." Erben Wennemars laat weten dat alles wat hij doet voor een wedstrijd nodig is als voorbereiding op zijn prestatie. "Bijgeloof is dom, want je hebt het niet nodig, maar je doet het toch." Olympisch kampioene Ellen van Langen sloeg zichzelf keihard voor een wedstrijd en hield na een overwinning dezelfde sokken aan bij de volgende wedstrijd. "Ik droeg het hele seizoen dezelfde spikes en had wat met wedstrijdnummers. Ik wil graag drie dezelfde cijfers, zoals 777. Ik nam vroeger altijd eierkoeken mee op trainingskamp. Nu ik gestopt ben, kan ik ze niet meer zien. Ik lach me tegenwoordig kapot van al die gekkigheid van collega's voor een wedstrijd." Evert en Napel is van zins een deel II over bijgeloof in de sport te schrijven.

Escape om te sluiten