‘Circusdirecteur’ Herre Kingma wil grenzen slechten

Dankzij een paar doortastende ondernemers is Herre Kingma bestuursvoorzitter geworden van het Medisch Spectrum Twente (meer dan 4000 werknemers) in Enschede. Hij wa uitgenodigd voor de Formule 1 van Monaco. Toch een w ander decor dan pakweg FC Twente-NAC. Hij haast zich te zeggen dat die wereld van de Grand Prix niet zijn wereld is. “Ik ben er nu één keer geweest en daarbij zal het ook blijven.” Hij kende het MST natuurlijk al vanuit zijn vorige functie als inspecteur-generaal van de volksgezondheid, zijn dochter heeft in Enschede het co-assistentschap volbracht Hij is driekwart jaar bezig na de pensionering van Bijker en het met veel rumoer omgeven vertrek van Ramaker, heeft al veel plannen gelanceerd over het MST, hij is inmiddels lid van het regionale innovatieplatform (waar hij niet laaiend enthousiast over is) en wij willen zijn kijk op de regionale gezondheidsontwikkelingen en de rol van Saxion daarin. Er kon geen verpleegster over een drempel struikelen of Kingma zat weer bij Nova. Hij werd tot voor kort gezien als de invloedrijkste man van de gezondheidszorg, dan is ‘Enschede’ afkicken, uitbollen voor iemand die tegen de zestig loopt. “Ik ben nooit voor de publiciteit zelf gegaan, ik heb wél een sterke behoefte om mij te uiten.” Hij was bijna zes jaar inspecteur-generaal. “Ik had het wel gezien in Den Haag, dat zeg ik u heel eerlijk. Ik steek ook niet onder stoelen of banken dat ik vind dat die positie geleidelijk minder onafhankelijk is geworden.” Er wordt gefluisterd dat hij weg moest. Bozig: “De minister heeft mij gevraagd te blijven, en dat gold ook voor mensen bij de inspectie.” Hij kent de verhalen. “Ik ben daar totaal niet in geïnteresseerd. Kijk, bij elke organisatie in problemen worden die toegeschreven aan de directie. Maar die problemen waren er al langer dan vijftien jaar. Als nieuwe directeur word je binnen zes maanden als onderdeel van het probleem gezien. Dat proces zal ook hier in Enschede plaatsvinden.” Maar in rapporten staan termen als intimidatie. “Waar u met mij over moet praten, is dat de inspectie in de afgelopen vijf jaar belangrijk getransformeerd is. Ik heb bij de inspectie de prestatie-indicator ingevoerd, waardoor ziekenhuizen nu laten zien wat ze zijn. Patiënten willen weten, ik heb de boel open gegooid, i heb het begrip patiëntveiligheid op tafel gelegd. Dat is nu een big issue; ik heb gezorgd dat er programmatisch toezicht wordt gehouden, dat er niet zes keer een ploeg in het ziekenhuis komt, maar dat er in één keer naar het hele bedrijf wordt gekeken. Ik heb het ongenoegen, het onbehagen bij de medewerkers gezien, ik heb me dat aangetrokken, maar ik heb dat niet bij iedereen kunnen oplossen.” Hij kent de gezondheidszorg ook van de andere kant, hij leed aan darmkanker. Aan hem hebben we dus de beroemde lijstjes van beste ziekenhuizen te danken. Heeft hij er zelf toen nog even op gekeken? “Ik woon nog steeds in Bosch en Duin, ik heb vijftien jaar in het Antonius Ziekenhuis in Nieuwegein gewerkt, daar ken ik alle specialisten. De chirurg mij heeft geopereerd, was nog een studiegenoot van mij. Ik zag inderdaad in Elsevier dat hij op een lijstje in de Else-vier prijkte als een goed chirurg.” Zijn er ook ziekenhuizen in Nederland waar u zich niet zo snel zou laten opereren. “Zeker.” Enschede? “We moeten een onderscheid maken tussen de medische kwaliteit enerzijds en de organisatie aan de andere kant. De rommeligheid van het bestuur in de afgelopen jaren in het MST heeft er niet toe heeft geleid dat we nu zouden moeten constateren dat het in het MST niet goed gaat op medisch gebied.” Maar wel: “Het ziekenhuis in Enschede lijdt aan achterstallig onderhoud op het gebeid van organisatie en bestuur. Al jarenlang liggen een stuk of twaalf complexe dossiers op het bureau van de Raad van Bestuur.” Hij is bezig daarvoor een project op te tuigen onder de welluidende naam STIPT. Op zijn eigen internetsite vertelt hij (heel modern) via korte televisie-interviews over de stand van zaken. Hij ziet zichzelf meer als circus-dan als ziekenhuisdirecteur, verhaalt hij. Met al van de landelijke specialistenvereniging, hij heeft zelfs de orde van medisch specialisten opgericht. “Een specialist werkt voor de patiënt, maar tegelijkertijd staan de directeur, de minister en de verzekeraar tegen hem aan te praten. Ik ben een voetbaltrainer met allemaal vedettes op het veld en daar moet ik een team van maken. Er is nog één groep eigenwijzer dan specialisten en dat zijn verpleegkundigen. Ik kan het weten want ik ben zelf Intern is hij druk, dat laat onverlet dat hij ook buiten deur bezig is. Daarvoor is hij tenslotte ‘gehaald’. “De gedachte om een Medical School op te richten in Twente is een heel goede geweest. Dat heeft alleen niet de opgang gekregen die nodig is voor heel Twente en daarom heeft mijn voorganger Ramaker de Medical School ook hier binnen het MST opgericht. Daardoor bestaan er nu twee Medicals Schools. Het initiatief dat nu genomen wordt door Saxion met het Kenniscentrum Gezondheid en Welzijn kan ik alleen maar toejuichen. Tegelijkertijd, moet u weten, dat wij in gesprek zijn met zowel de UT, met Anne Flier-man, als met Cor Boom van Saxion. Wij willen komen tot de Twentse Academie voor Gezondheidszorg. Twee voordelen, het is gewoon Nederlands, en de term medical komt er niet in voor waardoor je niet alleen over medici praat. De gedachte is dat wij daarin allerlei opleidingen synchroniseren. Het doel is om gezondheidswerkers op te leiden die in staat zijn om over de grenzen heen te kijken van de afdeling of het domein waarbinnen ze zijn opgeleid. Ben je IC-verpleegkundige, dan moet je ook nadenken over wat er na de IC gebeurt. Ben je thuiszorgwerker, dan word je geacht te weten dat die 83-jarige patiënt twee weken geleden nog op de IC lag. Die patiënt was eerder topzorg en die valt nu onder de chronische thuiszorg.” Verdwijnt de Medical School dan? “Wij hebben hier 70, 80 co-assistenten rondlopen, we hebben hier heel veel verpleegkundigenopleidingen. Dat zal intern wel Medical School blijven heten.” De plannen zijn pas een maand of vijf oud, en nog niet besproken met het ministerie. Volgens Kingma kan zo’n Academie leiden tot nieuwe mooie dingen in Twente. “Het gaat om een continuüm van zorg, van intensive care tot en met de thuiszorg en het verpleeghuis moet ook op niveau van de opleidingen zijn. Het aardige is dat ik dat ingebracht heb vanuit het cluster Gezondheid en Techniek in het innovatieplatform. Daar wordt deze visie ook uitgedragen”. Saxion komt nu met een kenniscentrum. “Heel goed, Saxion heeft de staf en de mogelijkheden. Ze benoemen lectoren om de kennis te ontwikkelen die nodig is voor dat continuüm van zorg en dat sluit naadloos aan bij de visie die we op de toekomst van ons ziekenhuis hebben en de zorg daarbuiten: de mensen moeten zo kort mogelijk bij ons verblijven. Die mensen zullen dus elders verpleegd moeten worden. En daar, thuis of in een verpleeghuis, zal voldoende kennis op dit niveau moet zijn. Dat is nu niet het geval.” Na de utopie volgt visie en daarna uitvoering. “Dat moet toch wel al gestalte krijgen in 2008/2009.” Kingma doet enthousiast over Saxion, maar het MST had dolgraag academisch willen worden. “Zeg nooit nooit, maar dan zou er een medische faculteit bij de UT moeten komen.” Er hangt sinds kort het bordje ‘teaching-hospital van universitair medisch centrum Groningen’ op de deur. “Er komen in dit ziekenhuis teaching professors te werken, ik ben het zelf ook. Dat is heel wat anders dan een academisch ziekenhuis worden en je geld voor een groot deel krijgen van het Ministerie van Onderwijs. Aan de andere kant is het ziekenhuis natuurlijk bij uitstek een plek waar verpleegkundigen van allerlei niveaus werken, dus ook op hbo-niveau.” Het is in de beleving van Kingma niet de bedoeling dat er een fysiek gebouw komt voor die Twentse Academie voor de Gezondheidszorg. De samenwerking tussen UT, Saxion en MST is niet exclusief voor die drie partners. Wat Kingma betreft haken andere Twente zorgorganisaties en het ROC daarbij aan. “Het idee van de Twentse Academie voor Gezondheidszorg is in principe niets nieuws. Waarom? Omdat dat enorm verlammend werkt, want dan ga je precies die vragen stellen die je nu stelt: wie is daar dan de baas? Iedereen blijft gewoon verantwoordelijk voor zijn deel, wat die Twentse Academie beoogt, is opleidingen op elkaar te laten aansluiten.” En natuurlijk ook om Twente als centrum van de opleidingen in de gezondheidszorg te profileren. “Natuurlijk trekt dat mensen als je het goed doet. We bieden mensen dan een opleiding aan waar we in dit land al dertig jaar over praten. Vroeger had je de dokter in het ziekenhuis, de verpleegkundige in het ziekenhuis, de huisarts en de wijkzuster. We hebben tegenwoordig aparte verpleeghuizen en thuiszorgorganisaties, in een ziekenhuis onderscheiden we IC-zorg, medium-care en low-care. Die patiënt heeft op het ene moment academische topservice nodig, op het andere moment heeft hij weer een arm om de schouder nodig en dan heet het ineens weer thuiszorg, maar het gaat nog steeds om diezelfde patiënt.” De term hbo-dokter valt, Kingma verkrampt: “Dat raakt een gevoelige snaar bij mij als oud-inspecteur. Ik wil niet van hbodokters horen. Je hebt artsen en je hebt verpleegkundigen. Daartussen kunnen we taken herschikken, maar niet de verantwoordelijkheden.”

Escape om te sluiten