Sander Melenhorst werd antiquair na studie Small Business

  • Jan Medendorp die zich op een gebied bevindt Jan Medendorp
  • SAX
  • 10 september 2009

Ouwe-klokken-liefde in het schuurtje

Antiquair…. Dat is toch niet echt het droomberoep dat kinderen hoog op hun lijstje ‘wat wil ik later worden…’ zullen invullen. Het was het ook niet van Sander Melenhorst (32), gebiedt de eerlijkheid te zeggen. Maar Melenhorst wilde wel graag ondernemer worden (daarom deed hij de opleiding Small Business & Retail Management), antiek was altijd de lust en leven van zijn vader. Sander kreeg de kans de zaak (deels) over te nemen. “En toen dacht ik, ‘waarom ook niet’. Ze zijn er wél hoor, collega’s van me voor wie antiquair het droomberoep is.” De vader van Sander had achter het huis een schuurtje waarin hij met antiek (oneerbiedig uitgedrukt) ‘rommelde’. In 1984 kon pa rondkomen van zijn hobby, hij stopte met zijn werk en begon een winkel aan de Rijksstraatweg in Twello, die in de afgelopen jaren een aantal malen is uitgebreid. Als je vader kruidenier was, werd je geacht te helpen met het spiegelen van de schappen en het rondbrengen van boodschappen in de avonduren en op zaterdag. Dus de vrije tijd van Sander ging (deels) op aan reparaties van klokken. Hij ging (zoals gebruikelijk) naar de middelbare school en daarna naar het mmo (middelbaar middenstands onderwijs). “Achteraf was dat geen slechte keuze als voorbereiding op small business van Saxion. Mmo is meer gespitst op het ondernemerschap, de havo is meer algemeen gericht.”

Vof

Het ‘rommelen’ van pa had Sander wel geïnspireerd om ondernemer te worden. Hij was om zich heen aan het kijken, wilde zelf iets opstarten maar wist niet precies wat, had eigenlijk geen zin om zich direct flink in de schulden te steken om een bestaand bedrijf over te nemen, toen zijn vader hem aanbood tot het familiebedrijf toe te treden. Sander kon niet alleen de (kleine) meerderheid van de aandelen overnemen, pa bood hem ook aan hem niet voor de voeten te lopen door zich langzaam uit het bedrijf terug te trekken. Op 1 januari 2006 werd het antiekbedrijf omgevormd tot een moderne Vennootschap onder firma (vof). Wat niet betekent dat Sander kan doen en laten wat hij wil. “Tot nu toe gaat het goed, we nemen samen in goed overleg de beslissingen. Echt ruzie of onenigheid hebben we nog niet gehad.”

Woonboulevards

Aan antiek kleven etiketten als duur en ouderwets. En je moet echt verstand van zaken hebben om te weten dat dat fraaie meubeltje of die speciale pendule niet in grote aantallen uit Taiwan is gehaald. En wie koopt er anno 2009 antiek, de gemiddelde Nederlander zwerft op Tweede Paas- en Kerstdag op één van de vele Nederlandse woonboulevards om spaanplatenkasten, onooglijke eethoeken en smakeloze kunstlederen bankstellen te bewonderen. En voor de tijd kijkt iedereen op zijn mobieltje dus geld voor een fraaie klok heeft (bijna) niemand meer over, zou je zeggen. “Gelukkig wel”, grijnst Sander in wie de verkoper wakker wordt: “Antiek kun je heel goed combineren met modern. Er zijn gelukkig een heleboel mensen die dat doen. Vooral mensen die een stijlvol herenhuis hebben gekocht, hebben ook aandacht voor het interieur.” Maar hij erkent dat interesse voor antiek een jaar of dertig geleden groter was. De concurrentie is overigens onverminderd groot, naar schatting (en volgens de registers) proberen zo’n vijftienhonderd antiquairs ons aan spullen van meer dan honderd jaar oud te helpen. “Kopers zijn niet alleen verzamelaars of investeerders, heel vaak komen echtparen een klok of een speciaal meubel uitzoeken.”

Internet

De oude meubeltjes moeten toch een keer ‘op’ zijn, zou je zeggen. “In de jaren zeventig werd heel veel uit de Oostbloklanden en Frankrijk gehaald. Maar tegenwoordig is de belangstelling wel minder.” Maar een goede boterham (“nee, miljonair word je niet in dit vak”) is voor een goede antiquair nog wel te verdienen. Geen doen voor verzamelaars of kopers om ze allemaal langs te gaan. “Tegenwoordig staat bijna alles op internet, ja ook onze collectie, zeker de klokken, staat bijna helemaal op internet – een groot deel van mijn werk bestaat uit het bijwerken van de site. Wij kopen ook via internet in, via veilingen, markten en bij opkopers van inboedels. Nee, ik ben niet geïnteresseerd in complete inboedels van overleden opa’s.” Melenhorst Antiek is gespecialiseerd in meubelen uit de 17e, 18e en 19e eeuw, kroonluchters maar vooral klokken. Er hangen er zo’n driehonderd. “De oudste die hier hangt is gemaakt in de 17e eeuw. En waarom klokken? De techniek, het mechanische, ik vind het werkelijk prachtig zoals die oude klokken lopen. Het gaat mij niet eens zozeer om de buitenkant, ja, die moet natuurlijk wel mooi zijn, maar ik vind het geweldig om zo’n uurwerk na driehonderd jaar te zien functioneren. Daar kunnen de huidige producenten nog een puntje aan zuigen.” We maken het bekende gebaar met duim en wijsvinger van geld: “Als je naar de kwaliteit kijkt, dan heb je een klok uit de 19e eeuw voor heel weinig geld.”

Small Business

Sander is dus letterlijk van kinds af aan opgegroeid met antiek om zich heen. Voor de buitenstaander blijft het ontzettend lastig in te schatten hoe oud een klok is en wat hij ongeveer waard is. “Ik ben er ingerold, maar anderen studeren kunstgeschiedenis en die leren dan ook alle stijlkenmerken.” Zelf heeft hij bij Veilinghuis Glerum een speciale kunst- en antiekopleiding gedaan van veertig lessen, waarvoor hij één keer per week naar Amsterdam moest. “Elke tien jaar verandert zo’n beetje de stijl. En het herhaalt zich ook. Dus als je weet wanneer welke stijl was, ben je al een eind op dreef.” Hij deed dus Small Business, geen spijt dat hij kunstgeschiedenis niet gedaan heeft. “Nee, toch niet. Ik weet van alle zaken rond het ondernemen nu toch wel wat.”

Escape om te sluiten