PvdA-kamerlid werd fan van Go Ahead

  • Jan Medendorp die zich op een gebied bevindt Jan Medendorp
  • SAX
  • 4 maart 2011

Strijd tussen ‘echte’ milieumensen en ‘snelle jongens’

Biljarten heeft hij geleerd in een Deventer café en zijn liefde voor Go Ahead Eagles is nooit meer verdwenen. Maar verder is Hans Spekman nooit meer naar Deventer gekomen om zijn oude school Rollecate (één van de juridische voorlopers van Saxion) te bezoeken. “Ik hoop nog altijd dat Go Ahead promoveert, het is een club met traditie, mooie shirts…,” droomt Hans Spekman in zijn kamer in het gebouw van de Tweede Kamer weg. Een recalcitrante jongen, zeiden ze in die tijd over hem. En ook nu heeft hij als Kamerlid van de PvdA niet de reputatie met alle winden mee te waaien. Toch vindt hij zelf dat hij “echt veel milder is geworden”. Na de Havo ging hij naar het Atheneum waar hij al snel met een boog van af werd geschopt. “Toen begon mijn opstandige periode… Ik mocht geen les meer in.” En toen Milieukunde. “Er vallen nu soms spreeuwen uit de lucht. Toen ik 12 jaar was (in 1978), woonde ik in Zevenhuizen. Op een goede dag vielen in ons dorp ook ineens spreeuwen uit de lucht. Ik heb geprobeerd die dieren op te rapen, weer tot leven te wekken… Ik vermoed dat een boer met DDT [chemische insecticide, red.] heeft gewerkt. De politie heeft er natuurlijk geen donder aan gedaan, het was tenslotte een gemeenschap van boeren.” Hij koos voor Milieukunde, dat toen nog alleen in Groningen en Deventer werd gegeven. “Ik kreeg eerst nog een ‘intakegesprek’. Het was halverwege de jaren tachtig nog zo dat milieu erg in de mode was. De dames en heren van Rollecate waren erg geïnteresseerd in je motivatie voor de opleiding. Dat veranderde wel toen Winsemius minister werd. Ik zag de opleiding Milieukunde tijdens mijn studie veranderen. De goede docenten gingen schnabbelen, en wij kregen voor de klas studenten in opleiding. De opleiding kachelde achteruit. Ook door de nieuwe studenten die instroomden, die kozen niet voor het milieu, die kozen vooral een vak dat in de mode was en waarmee ze later goed hun zakken konden vullen. Ik zeg het maar zoals ik het vond.”

Winsemius

Als de spreeuwen in 1978 niet in Zevenhuizen maar een dorp verderop als hun laatste rustplaats hadden uitgekozen, was de kans groot geweest dat Spekman een andere studie was gaan volgen, erkent hij ruiterlijk. En Pieter Winsemius was zo ongeveer de reden dat Spekman in het derde jaar van zijn studie in Deventer afhaakte. De stad waar hij vrijwel dagelijks liftend naar toe kwam. “Er was nog geen OV-kaart voor studenten. Ik woonde toen al in Utrecht. En ik werd bijna altijd snel opgepikt.” De opleiding sprak hem zeker aan, de studenten van het eerste uur ook. “Jong en oud van alle gezindten zaten door elkaar heen. Dat vond ik heel mooi.” Natuurlijk heeft Spekman nog wel geprobeerd het tij te keren, maar hij en zijn medestudenten waren kansloos. “Het werd een doodlopende weg, ik kreeg steeds meer ruzie. En ik heb nooit in leerlingenraden willen zitten, dat heb ik altijd heel treurig gevonden…” Hij stopte met de opleiding en moest toen in militaire dienst. En daar lag ook niet bepaald zijn hart, vervangende dienstplicht mocht hij doen bij boekhandel Het Milieuboek in Amsterdam.”
De opleiding kachelde achteruit
Spekman denkt in elk geval wel met plezier terug aan de eerste jaren van de opleiding. “We kregen les in een prachtig gebouw, met een mooie tuin. We moesten natuurlijk al die plantjes met naam en toenaam leren. En vlakbij zat die kroeg waar ik de beginselen van de edele biljartsport onder de knie heb gekregen. Ja, ik kan een carambole spelen.” En daar kwam Spekman ook met de zelfkant van de maatschappij in contact. Daar heeft hij altijd meer mee gehad dan met de tuttige docenten en zelfingenomen studentjes. Met een biertje en keu was Spekman gelukkig. “En de verhalen, zeg maar, de echte dingen in het leven. Als je in een stad twintig kroegen hebt met strakke inrichting, fraai meubilair en eentje met een allegaartje, dan ga ik daar het liefste naar toe.”

Discussiëren

In de eerste jaren na de studie in Deventer had hij nog regelmatig contact met mensen uit zijn studietijd, maar dat verwaterde. Dankzij zijn studie maakt hij soms nog wel indruk op zijn eigen kinderen als hij precies weet hoe een plantje heet. En onbewust is er meer blijven hangen, vermoed hij. “Het is net als bij het leren van al die rijtjes met plaatsnamen. Waarom, vraag je je af. Later herinner je je weer dat je ongeveer weet waar ze liggen.” Met Saxion als hogeschool heeft hij verder niets. “Fusies vind ik hopeloos. Ik hou van sterke identiteiten, dus dat constante gefuseer in onderwijsland doet voor mij een beetje afbreuk aan mijn tijd op Rollecate.” En dan herinnert hij zich plotsklaps weer een ruzie. “Sommige docenten dronken koffie in de klas, dat mochten wij niet en daar was ik dan boos over. Nam ik toch een kop mee, werd ik de klas uitgestuurd. En als ik deze opleiding niet had gedaan, dan had ik al die avonturen zoals het liften niet beleefd. Nee, ik geloof niet dat ik mijn huidige werk in de Kamer daadwerkelijk wat heb aan de kennis die ik in die tijd heb opgebouwd. Hooguit in discussies met mijn collega Diederik Samson, maar die weet op dit vlak echt veel meer dan ik. Maar het gaat niet eens zozeer om de kennis, maar het opkomen voor je eigen mening, het aanscherpen van je mening en dat ventileren, ja, dat heb ik toch ook zeker op Rollecate geleerd.”

Escape om te sluiten