P&O-opleiding als aanjager militaire carrière

  • Jan Medendorp die zich op een gebied bevindt Jan Medendorp
  • SAX
  • 10 januari 2007
Dit jaar viert Hans Peters (48) zijn dertigjarig jubileum bij Defensie als chief personnel management in Münster in de rang van luitenant-kolonel. Halverwege zijn defensieloopbaan ging hij terug naar de schoolbanken om beter te worden in wat hem het best ligt: werken met mensen. Peters wist niet precies wat hij (in 1976, als achttienjarige) na de havo wilde doen. Iets met mensen en het liefste buiten. Defensie wilde hem wel hebben en hij werd geplaatst bij het Opleidingscentrum Officieren Speciale Diensten en opgeleid voor Officier Verbindingsdienst. Communicatie met mensen en apparaten leverde hem achtereenvolgens een paar leuke banen op, zoals hoofd sectie personeelszaken in Eibergen. “Dat werk sprak mij aan.” Bij Defensie vervullen de meeste militairen een baan voor een jaar of drie. Daarna worden ze ergens anders geplaatst, maar Peters wist na ‘Eibergen’ waar zijn hart ligt. Mede als gevolg van de opschorting van de militaire dienstplicht halverwege de jaren negentig, ging Peters naar Saxion om zich te bekwamen in personeel en organisatie.

Deeltijdstudie

Tot halverwege de jaren negentig kende Nederland nog het systeem van de dienstplicht. Met het afschaffen van de dienstplicht en de overgang naar een beroepsleger gingen de bevoegdheden over het personeel over van de centrale organisatie in Den Haag naar de commandanten van de eenheden. Bij de eenheden ontstond de behoefte aan gekwalificeerd p&o-personeel. Peters kwam in Ede als hoofd P&O. Dat was voor hem (in 1994) het sein om zich aan te melden bij Saxion voor de hbo-opleiding Personeel en Organisatie. Overigens had van Peters de militaire dienstplicht niet persé opgeschort hoeven te worden. “Als leidinggevende heb ik veel met dienstplichtigen gewerkt, dat was een dwarsdoorsnee van de maatschappij en dat heb ik altijd prettig gevonden.” Defensie heeft een uitstekende naam als het gaat om financiële ondersteuning tijdens studie, maar gunt ook werktijd om te studeren. Maar feit blijft dat het voor een 36-jarige man (met fulltime baan) met vrouw en drie kinderen een opgave is daarnaast een zware hbo-opleiding te doen. “Het is een kwestie van goede afspraken maken. In het eerste jaar hadden we alleen maar ‘s avonds les; later is het rooster aangepast en hadden we ‘s middags en ‘s avonds les. We hadden toch wel elke week vier tot zes uur college. In totaal heb je dezelfde studielasturen als een voltijdstudent.”
Projectonderwijs lijkt me een verbetering

Zakelijke deal

Peters heeft goede herinneringen aan het pand aan de Polstraat in Deventer waar de opleiding toen nog ondergebracht was. “Daar zaten toen alle opleidingen in de Academie Mens en Arbeid (AMA). Het was daar klein, we voelden ons min of meer bloedbroeders.”Anderhalf jaar later ging de AMA over naar de huidige accommodatie. “Erg groot, ik moest daaraan wennen.” En over het onderwijs zelf? “We kregen veel zogenaamd contactonderwijs: docent voor de klas die zijn verhaal afstak en verder had je studieopdrachten. Ik weet dat de opleiding inhoudelijk sterk is veranderd naar projectmatig onderwijs, dat is een tendens die je op alle scholen ziet. Ik vind het een verbetering. Mijn stage heb ik op mijn werkplek mogen doen. Ik heb een onderzoek gedaan naar de interne arbeidsmarktcommunicatie. Dat paste mooi bij mijn werk, want dat was één van onze taken.” Een echte band had Peters met de school noch met zijn jaargenoten, voor hem was het puur een zakelijke deal: jullie helpen mij met die opleiding, ik doe mijn huiswerk zo goed mogelijk en ik wil mijn diploma hebben en klaar. “Die band is wel ontstaan bij de diploma-uitreiking. Toen hield iemand een verhaaltje over de alumnivereniging die was opgericht in dat jaar, 1998, dat ik afstudeerde. Het leek mij wel aardig. Eén van de hoofddoelen is netwerken, het onderhouden van contact met elkaar en met de school.” En dus werd Hans Peters lid van het Netwerk Afgestudeerden Deventer AMA (NADA). Zo zakelijk als hij de studie volgde, zo enthousiast werd hij lid van deze alumnivereniging en niet veel later ook bestuurslid, voor een periode van zes jaar. Nada telt inmiddels bijna 450 leden, dat is pakweg dertig procent van de afgestudeerden in de afgelopen jaren. “Er is verloop, er zijn mensen die door de jaren heen de bijeenkomsten bezoeken, je hebt mensen die alleen maar lid zijn omdat het zo mooi staat op hun cv. Die noem ik dan maar sponsors. En bij bijeenkomsten van Nada zijn ook vaak docenten aanwezig. Saxion helpt ons ook soms financieel bij het opzetten van activiteiten of het beschikbaar stellen van accommodatie.”

Speciale opleiding

Inhoudelijk gebruikt Peters in zijn werk slechts een deel van wat hij allemaal geleerd heeft. “Defensie heeft heel veel geïnvesteerd in de mensen die deze opleiding hebben gedaan. Maar het bedrijf heeft sec genomen behoefte aan een aantal aspecten die aan de orde komen. Het was achteraf gezien misschien beter geweest als Defensie een profiel had ontwikkeld voor een P&O’er op het bedrijf en dan had die speciaal op Defensie toegesneden opleiding uitbesteed kunnen worden aan Saxion. Dat was goedkoper geweest en sneller in tijd.” Degenen die dan alsnog hun volledige hbo-diploma hadden willen halen, hadden dit zelf kunnen regelen. Defensie heeft zich hiermee ook in de vingers gesneden. “De praktijk is dat een aantal collega’s met dank aan de geboden mogelijkheden zijn heil buiten Defensie heeft gezocht.” Zo’n verkorte opleiding zou juist ook gepast hebben in het vervolg van de ontwikkelingen bij Defensie. “Er is begin april in Enschede een zogeheten Diensten Centrum human resources geopend, een centrum waar medewerkers, leidinggevenden en p&o-medewerkers contact mee opnemen voor allerlei rechtspositionele vraagstukken. Ook de opleiding van Saxion zou daarop moeten anticiperen. Gesprekstechnieken worden van steeds groter belang en kennis van loopbaanaspecten, daar moet het accent op komen te liggen. Kennis van rechtspositie is als achtergrondinformatie leuk om te weten, maar belangrijker is te leren waar je het kan vinden en hoe je het moet interpreteren.”

Münster

Mede dankzij zijn opleiding bij Saxion heeft Peters een meer dan goede carrière. We speculeren over het vervolg, wellicht nog een keer de allerhoogste P&O-baas bij de landmacht? Die kans acht Peters niet aanwezig. Hoewel zijn kennis en inzet bewonderenswaardig zijn, wordt er over het algemeen toch meer gehecht aan de absolute topbanen voor mensen die gestudeerd hebben aan de militaire academie (KMA). Peters heeft na de P&O-opleiding meegewerkt aan vele reorganisaties die nodig waren als gevolg van de opschorting van de dienstplicht, opgelegde bezuinigingen en wijzigingen in operationeel optreden. Peters heeft al op veel plaatsen (zoals Den Haag) gewerkt. Reden waarom hij in het centrum van het land, in Apeldoorn is gaan wonen. Sinds augustus 2004 werkt hij in Münster, is hij hoofd P&O van de eenheid die vijfhonderd Nederlanders telt. Dat is overigens niet extreem: eerder was hij Hoofd Personeelszaken van de comman-dosupportbrigade geweest en die telde 2500 man. “In Münster werken we met een heel specifieke groep personeel, omdat wij daar in een multinationale omgeving werken waar de eisen die gesteld worden aan het personeel anders zijn.” Ook aan Peters, want hij zit daar intern: maandagochtend heen, vrijdagavond weer thuis. Tot hij weer een andere job krijgt van de minister van Defensie, waar dan ook.

Escape om te sluiten