Onderwijs laat kansen liggen

  • Jan Medendorp die zich op een gebied bevindt Jan Medendorp
  • SAX
  • 15 november 2010
Het hoofd Projectontwikkeling van de gemeente Amsterdam kocht van de zomer een ijsje bij een lunchroom annex cafetaria in Schoonhoven. Hij keek gek op dat hij werd geholpen door oud-Saxion-student Farid Azarkan (1971, Beni Bouayach), die in het dagelijks leven Hoofd Assetmanagement van de Rijksgebouwendienst is. De mooiste gebouwen beheert Farid Azarkan, in totaal zo’n zeven miljoen vierkante meter verdeeld over tweeduizend objecten, goed voor zo’n tien miljard op de balans, één van de grootste vastgoedportefeuilles van Europa. Zijn studie Master of Sciene Real Estate aan Saxion komt hem daarbij goed van pas. Vooral het papiertje is fijn, de studie viel hem inhoudelijk tegen, net als het feit dat er daarna weinig contact is geweest, bijvoorbeeld voor een gastcollege. Met veel meer plezier kijkt hij terug op zijn opleiding aan de Hogere Hotelschool in Leeuwarden. De Amsterdamse topambtenaar had niet verwacht dat zijn ijsje geschept zou worden door een collega topambtenaar van het ministerie van VROM die daar als ontspanning regelmatig zijn broer annex zakenpartner (de zaak is van hun beiden) terzijde staat. Maar dat Azarkan wordt herkend, is niet vreemd, dat gebeurt vaker, want hij is ook voorzitter van het SMN (Samenwerkingsverband Marokkaanse Nederlanders). En uit hoofde van die onbetaalde maar wel erg drukke klus is hij vaste klant in de media. Zoals tijdens de rellen in zijn eigen woonplaats Culemborg toen Marokkanen en Zuid-Molukkers slaags raakten. Waar de gemeente drie fulltime voorlichters aan het werk had, probeerde Azarkan in zijn vrije tijd publicitair tegengas te geven aan het beeld ‘dat het wel weer die ‘rot-Marokkanen’ zijn geweest die zijn begonnen’. Niet dat Azarkan als een soort spindokter alle negatieve publiciteit over Marokkanen probeert weg te poetsten. Integendeel. In eigen kring wordt hij soms gevreesd om zijn bikkelharde analyses. “Ik ben een aanhanger van het Chinese spreekwoord, ‘het is niet belangrijk wat er gebeurt, maar hoe je er mee omgaat’. Van een situatie is pakweg tien procent het gevolg van een gebeurtenis, maar negentig procent van hoe er vervolgens mee is omgegaan. Als je een tegenslag hebt gehad, hoe lang laat je dat je leven bepalen? Dat vraag ik aan iedereen die anderen of de maatschappij de schuld geeft van de situatie waarin ze verkeren.”

Hogere Hotelschool

Azarkan is zelf een voorbeeld van de toekomst in eigen hand nemen. Op achtjarige leeftijd kwam hij met zijn ouders en acht broers en zussen naar Nederland waar pa in een zilverfabriek in Schoonhoven werkte. Pa belandde in de WAO, sprak de Nederlandse taal nauwelijks en kwam niet meer aan de bak. “Ik heb het mijn vader kwalijk genomen dat hij niet meer inspanningen heeft geleverd om mee te doen in de maatschappij.” Zijn vader kon hem ook niet helpen bij het maken van huiswerk. De kleine Farid had talent om te leren, als één van de weinige allochtonen kwam hij op het VWO, maar liep vast, stapte over naar de Havo die hij probleemloos afmaakte. Tijdens zijn middelbareschooltijd werkte hij in een restaurant “met ome Frans. En daar werd ik op het spoor gezet van de Hogere Hotelschool in Leeuwarden.” Die volbracht hij keurig in vier jaar (in 1994), maar behalve friet scheppen in het cafetaria van zijn broer, doet hij weinig met die opleiding. Na de studie ging hij aan het werk als intercedent van Randstad. En hij constateerde als vrij snel dat zijn opleiding in het noorden des lands prima was geweest (“daar ben ik ook gevormd, het gastheerschap, de service en etiquette heb ik daar geleerd”), maar inhoudelijk te mager. “Qua kennis vond ik het te beperkt. Wij leerden bijvoorbeeld over acht organisatietheorieën.” Hij ging (in 1996) naar de Vrije Universiteit van Amsterdam om Beleid, Communicatie en Organisatie te studeren. “En daar ging het ineens over dertig organisatietheorieën en daar wordt beschreven over de samenhang.”

Vrije Universiteit

Het kwam hem allemaal niet aanwaaien, in die tijd werkte hij in Maastricht. Twee keer per week pakte hij om vier uur ’s middags de trein naar Amsterdam om daar ’s avonds colleges te volgen. Hij hoefde niet alle vakken te doen, want dankzij zijn diploma van de Hogere Hotelschool kreeg hij een paar vrijstellingen. Toen hij vestigingsmanager van uitzendbureau Start werd en naar Leiden verhuisde, waren die lange treinreizen ook van de baan. Met zijn carrière ging het vervolgens voorspoedig, hij promoveerde tot regiomanager en werd verantwoordelijk voor de huisvestiging van de kantoren. “En mijn regio liep van Dow Chemical in Terneuzen tot aan Den Helder. Zat ik vijf uur in de auto, twee keer tanken om een pandje in tien minuten te bekijken. Maar zo kwam ik wel in aanraking met vastgoed, met faciliteitmanagement. Ik heb deals gemaakt met DTZ, met aannemers en anderen. Dat vond ik erg leuk, dat was voor mij een nieuwe wereld.”

Professioneel Master

Zo leuk dat hij overstapte naar ABC Managementgroep (in Veenendaal), een middelgroot (110 werknemers) bouwprojectmanagementbureau. Na verloop van tijd merkte hij dat hij theoretische kennis tekort kwam op het gebied van vastgoed. Hij koos voor de studie Master of Science Real Estate aan de Saxion Hogescholen (op vrijdag) in Deventer. Hij kwam niet in de schoolbanken te zitten tussen achttienjarige knapen. “Het is een professional master waar je ook flink voor moet betalen. De andere studenten waren ook allemaal in het vastgoed aan het werk en hadden een HBO-opleiding gedaan. Voor mij was het voor wat betreft de kennis en technieken ‘peanuts’, maar het vastgoed was stevig, berekeningen maken en dergelijke.” In die 3,5 jaar heen en weer rijden naar Deventer heeft Azarkin niet echt een stevige band met Saxion opgebouwd. “De opleiding was goed in relatie tot het werk dat ik doe. Met een aantal goede docenten. Het had wat voor mij wetenschappelijker gemogen. Maar goed, het is ook geen ‘scientific master’, maar een ‘professional master’. Maar het had iets meer niveau mogen hebben, iets zwaarder. Soms kregen we les van een adviseur van een bureau en die maakte zich er wel erg gemakkelijk van af.…”

Saxion

De dag dat hij zijn diploma kreeg uitgereikt, was ook meteen het laatste dat hij van Saxion hoorde of zag. Van de Hogere Hotelschool of de Vrije Universiteit krijgt hij nog wel eens uitnodigingen voor gastcolleges, niets van dat alles van Saxion. Het verbaast hem. Het onderwijs laat wel meer kansen liggen, vindt hij. “Het competentiegerichte onderwijs voor mensen die graag met de handen werken, is niet goed uitpakt. Er zijn geen goede vakscholen meer, geen goede LTS, dat is echt een misser en dat is vooral voor Marokkaanse en Turkse Nederlanders een gemis. Daar krijgen we als maatschappij later ook veel spijt van. Ik zie te veel jongeren uitvallen. Wij geven de moeilijkste scholen eigenlijk de minste middelen. De financiering moet veel creatiever. Je kan niet dezelfde maatstaven hanteren voor scholen die in moeilijke omgevingen werken. Als je dat wel doet, dan moet je bijvoorbeeld met kleine klassen gaan werken.”

Serieus genomen

Farid Azarkan is wellicht een voorbeeld voor Marokkanen. “Dat heb ik heel lang niet willen zijn, mensen moeten zelf keuzes maken. Maar onlangs zei Richard, een goede vriend van mij dat hij mij als voorbeeld ziet. En hij is niet eens Marokkaan.” Azarkan doet mee in de maatschappij, hij wordt in de Nederlandse samenleving heel serieus genomen. En op radio en televisie komt hij op uistekende manier van zijn woordje af. Hij is welhaast vaste gast bij Pauw&Witteman en vroeger Nova (nu Nieuwsuur). Wat weinigen weten is dat hij door een eindredacteur van ‘Hart van Nederland’ (SBS6) wordt gecoacht. “Zij is tegenwoordig secretaris van het Samenwerkingsverband Marokkaanse Nederlanders.” Kwaliteitskranten drukken graag zijn mening af op hun opiniepagina’s. Zoals onlangs in Trouw ‘De leugens van het integratiedebat’. Waarin hij de Nederlandse samenleving kapittelt over de wijze waarop in de jaren tachtig mensen werden afgedankt. Maar hij slaat twee kanten op: “Ouders moeten zich veel nadrukkelijker bemoeien met de opvoeding van hun kinderen. Kinderen van acht jaar horen ’s avonds om negen uur niet buiten te kopen. Ik zit niet te wachten op moralistisch gedram, het gaat mij om de kinderen. Mensen moeten veel meer inspanning leveren, ook aan hun leefomgeving en dat moet verder gaan dan alleen het eigenbelang. Naar mate je eigen sociaaleconomische status lager is, wordt de correlatie met je omgeving minder.”

Escape om te sluiten