OESO wil invloed UT en Hogescholen op Regio Twente meten

  • Jan Medendorp die zich op een gebied bevindt Jan Medendorp
  • SAX
  • 10 juni 2005

Hoe goed is Twente?


Bedrijven als Siemens en LogicaCMG kwamen naar Twente vanwege de aanwezigheid van de universiteit. Maar ze gaan net zo gemakkelijk weer weg. Politici en ondernemers hechten veel waarde aan hoog onderwijs in Twente. Toch blijkt uit de cijfers niet dat in Twente het bedrijfsleven een hogere omzet boekt, meer exporteert of de werkgelegenheid dankzij de uitmuntende opleidingscentra hoger is dan in minder goed onderwijsgeoutilleerde regio’s. Wat de Nederlandse of regionale overheid nooit deed, doet nu de OESO, de Organisatie voor Economische Samenwerking en Ontwikkeling. Die laat een (wereldwijd) onderzoek doen naar de invloed van hoger en wetenschappelijk onderwijs op een regio. De uitkomst wordt op zijn vroegst aan het einde van dit jaar verwacht. "We gaan niet iets nieuws uitvinden, we gaan de nulsituatie vastleggen."

Als Nederlandse projectleider is aangesteld Irene Sijgers, die als vaste projectleider bij Saxion Hogescholen in het verleden veel nationale en internationale projecten heeft uitgevoerd voor Saxion. Om te weten wat de invloed van het onderwijs op een regio is, moet ontzettend veel cijfermateriaal verzameld worden. "Het project is op 1 januari gestart en we zijn nu nog bezig met het inventariseren van de vraagstelling van de OESO en waar we die informatie kunnen vinden." De vraagstelling in het onderzoek is cruciaal omdat het onderzoek in alle regio’s die meedoen moet leiden tot een vergelijk, conclusies en adviezen."We moeten eerst de Regio Twente exact beschrijven. Twente is natuurlijk een totaal andere regio in vergelijking met regio’s in Australië of Korea. Met een totaal andere infrastructuur." Hoeveel bedrijven zitten er in de Twentse regio, hoeveel mensen werken daar? Maar het gaat veel verder natuurlijk. Hoeveel studenten hebben ooit gestudeerd aan één van de hoger onderwijsinstellingen? Kwamen ze uit de regio of van daarbuiten en waar zijn ze gebleven?

Onderwijsimpact

" Het gaat dus om de ‘spin-off’.We vergelijken de situatie ook met die van tien jaar geleden. De andere kant van het verhaal is natuurlijk om te weten waar Twente goed in is. Ik heb in contacten met de OESO gemerkt dat ze daar een heel positief beeld hebben van Twente. De universiteit heeft daar natuurlijk aan bijgedragen, die heeft al vaker contacten gehad met de OESO, maar ook de bijdrage aan de ontwikkeling van het bedrijfsleven." Het is razend interessant om te weten hoe Twente presteert in vergelijking met die andere regio’s, maar zou je eigenlijk ook niet moeten vergelijken met regio’s zonder zo’n dicht net van hooggekwalificeerde onderwijsinstellingen? "Ik denk dat Twente juist een goed voorbeeld is omdat in deze regio pas in 1961 de universiteit gevestigd werd en er waren weinig hbo-instellingen. De regio heeft zich van 1961 tot 2005 gigantisch ontwikkeld. We proberen die impact cijfermatig te onderbouwen."

Stuurgroep

Het is een eerlijk onderzoek, maar ook een politiek gevalletje.Want de Stuurgroep moet zorgen dat het definitieve rapport draagvlak heeft binnen de regio bij de zogenaamde ‘stake-holders’ (opleidingsinstituten, overheid en bedrijfsleven). "Stel dat wij concluderen dat Twente heel sterk is in de maakindustrie, dan moeten de leden van de Stuurgroep het wel eens zijn met het beeld dat van Twente opgeroepen wordt." Dat wordt nog een hele klus, de eigen serieuze cijfers goed interpreteren. "Ik vind het wel lastig om te zeggen, maar iedereen die ik spreek, zegt dat we in Twente zo goed zijn georganiseerd, maar dat er veel dingen mis gaan, omdat we op een ander niveau dat nog niet voor elkaar krijgen." De OESO heeft de opdracht gegeven (de regio’s werken overigens vrijwillig mee) maar voor Twente kan het onderzoek zeer leerzaam zijn.

Alle hoger onderwijsinstellingen (Universiteit Twente, Saxion Hogeschool, Edith Stein, de AKI en ITC) zijn bij het project betrokken en dat is uniek. Het project heet officieel ‘Supporting the Contribution of Higher Education Institutions to Regional Development’. Het onderzoek wordt op dezelfde wijze uitgevoerd in dertien regio’s (in Mexico, Korea,Australië, Spanje, Ierland, Engeland, Noorwegen, Zweden, Finland, Denemarken en in Nederland in Twente). Er is (natuurlijk) een stuurgroep die het onderzoek begeleidt en die bestaat uit Geert de Raad (IKT), Wilma van Ingen (Kamer van Koophandel), Erik Helder (wethouder Enschede),Willem te Beest (Universiteit Twente), Henk Mulders (Edith Stein), Richard Slotman (HBO-Raad) en als voorzitter Wim Boomkamp van Saxion omdat Saxion verantwoordelijk is dat het rapport er ook echt komt.

Escape om te sluiten