Marc Bleumink vindt medicijn tegen leukemie in plantenextract

  • Jan Medendorp die zich op een gebied bevindt Jan Medendorp
  • SAX
  • 10 april 2009

Van boerenzoon tot internationaal wetenschapper

Marc Bleumink (31), boerenzoon uit Lievelde, houdt zich al zijn hele werkzame leven bezig met de ontwikkeling van medicijnen tegen kanker. Met de boerderij (voorbestemd voor de jongste zoon Leon) is de familie een jaar of tien geleden verhuisd naar Zieuwent, terwijl Marc in die tijd is uitgegroeid tot een internationaal wetenschapper. Marc studeerde in San Francisco en Heidelberg en woont in die Duitse plaats met zijn Italiaanse vriendin. Hij studeerde magna cum laude af onder begeleiding van een Chinese arts. Maar het begon allemaal in Enschede, bij het hoger laboratorium onderwijs (HLO). Hij koos voor die studie omdat hij op de Havo zoveel plezier had in scheikunde en biologie. Als afstudeerrichting deed Marc medische biochemie. Het laatste jaar van zijn studie werkte hij (als stagiair) in het St. Radboud Ziekenhuis in Nijmegen. Zijn ogen glimmen als hij terugdenkt aan die tijd: “Ik woonde met zestig mensen van het ziekenhuis in een zogenaamde zusterflat.” In die tijd werd hij ook geënthousiasmeerd om verder te studeren, waarbij de student (na de hbo-studie) zoals bekend niet meer het volledige universitaire programma hoeft af te werken. “Ik moet ook zeggen dat ik het verschil tussen het hbo en de universiteit niet zo groot vind. De HLO was meer schools. Er wordt meer opgedragen wat je moet doen. Op de universiteit zoek je het maar uit of je het doet. Maar ik heb in Enschede een goede basis gelegd voor mijn vervolgstudies.”
Professor Krammer bij wie ik mijn onderzoek heb gedaan, is twee keer genomineerd geweest voor de Nobelprijs
De stage voor de universitaire studie wilde Bleumink graag in Amerika lopen. Dat was in de tijd net voor de Irak-oorlog en in Nijmegen raadden ze zijn voornemen daarom eerst af. Via Google bezocht hij verscheidene sites van universiteiten en belandde uiteindelijk bij het medisch centrum van de universiteit van California in San Francisco, dat hoort bij de beste tien ziekenhuizen van Amerika.

Google

De ontwikkeling van medicijnen tegen kanker fascineert Bleumink. “In San Francisco heb ik onderzoek verricht naar een medicijn dat nu gegeven wordt tegen borstkanker. Terug in Nederland wilde ik toen graag een soortgelijk promotieonderzoek doen.” Hij dacht na over zijn volgende stappen en volgde in de tussentijd nog een maand lang een cursus bij het Nederlands kankerinstituut. Google had hem al gebracht in de stad met de gouden brug en het zoekprogramma voor internet bracht hem nu naar Heidelberg, naar het Duitse Kanker Instituut. “Ik had in Nijmegen ook een paar Duitse huisgenotes die positieve verhalen hadden over Heidelberg en ook in de onderzoekswereld staat het bekend als een goed instituut. Een van de professoren van dat instituut heeft afgelopen jaar de Nobelprijs voor de geneeskunde gewonnen en professor Krammer, bij wie ik mijn onderzoek heb gedaan, is zelf ook twee keer genomineerd geweest voor die prijs.” Voor zijn promotie tot doctor deed Marc onderzoek dat de traditionele Chinese geneeskunde met de moderne westerse geneeskunde met elkaar verbindt. “We hebben daarbij een plantenextract gevonden dat al duizenden jaren gebruikt wordt in de Chinese geneeskunde en dat een molecuul bevat dat leukemiecellen kan dood maken.”Deze bevindingen zijn in Duitsland op televisie geweest en het onderzoekscentrum in Heidelberg probeert voor deze vinding patent te krijgen.

Scope

Toen hij zich Herr Dr. Marc Bleumink mocht noemen heeft hij met een groepje vrienden, dat zich van heinde en verre in Heidelberg had genesteld, een paar maanden rondgereisd. “Dat Duitse kankerinstituut is erg internationaal, ik heb daar vrienden opgedaan uit heel veel landen. Met de meesten heb ik nog steeds contact.” En daarna lonkte de farmaceutische industrie. “De contracten in de academische wereld zijn altijd maar voor een bepaald aantal jaren en ik wilde na het werken in het laboratorium meer in contact komen met de latere stadia van de ontwikkeling van medicijnen.” En een niet onaantrekkelijke bijkomstigheid is ook dat de commerciële onderzoekers naar medicijnen goed betalen. Bleumink bleef in Duitsland, bij Scope International in Mannheim. “Die voeren klinisch onderzoek uit in opdracht van de farmaceutische industrie.” Het duurt twaalf tot vijftien jaar voordat een nieuw medicijn is ontwikkeld en op de markt is gebracht. Een deel van de testen met nieuwe medicijnen vindt plaats in het laboratorium en een deel wordt getest op proefdieren. Maar om echt te bepalen of een medicijn werkt, zal het toch uitgeprobeerd moeten worden met mensen. En dat deel van het onderzoek doet Scope. Het bedrijf heeft met klinieken contact waar onder anderen kankerpatiënten worden behandeld.”

Italië

Scope heeft vestigingen in vijftien landen. Ze willen ook graag een vestiging in Nederland, aangezien de aanwezigheid van goede medische en wetenschappelijke kennis het doen van klinisch onderzoek aantrekkelijk maakt. Bleumink speelt een rol bij het opzetten van de Scope-vestiging, waarschijnlijk in de buurt van Nijmegen. Naar Italië verkassen (voor zijn vriendin) wil hij nu niet. “Ik vind het erg leuk om internationaal bezig te zijn en ik vind het een heel mooi vakantieland. Maar om er de rest van mijn leven te gaan wonen, zie ik nu nog niet zitten. Ook al omdat de werkgelegenheid in de pharma-industrie in Italië minder is. Misschien als ik wat ouder ben. Ik heb juist bewust voor Heidelberg gekozen om te studeren en dit bedrijf om voor te werken, omdat de grotere farmaceutische bedrijven in Duitsland of in Zwitserland gevestigd zijn.” Of kanker ooit een ziekte wordt die met een paar pillen kan worden genezen, is zeer te betwijfelen, maar Bleumink blijft optimistisch. “Het genezen van kanker is niet te vergelijken met het bestrijden van een virus of een bacterie, aangezien deze lichaamsvreemd zijn en kankercellen eigen cellen zijn. Het doel is een medicijn te vinden dat het verschil ziet tussen kankercellen en normale cellen. Wetenschappers zijn bezig met het zoeken naar deze verschillen en het karakteriseren van kankercellen van de patiënten. De techniek speelt daarbij een steeds grotere rol. Er wordt niet gekeken één eiwit, maar naar duizenden eiwitten tegelijkertijd. Daardoor kan een tumor van een patiënt zeer specifiek geanalyseerd worden. Mede daardoor is het mogelijk dat tegenwoordig steeds beter en nauwkeuriger een patiëntgerichte behandeling kan worden gegeven, waar voorheen iedere patiënt met een bepaalde kanker dezelfde behandeling kreeg. Deze ontwikkelingen zullen in de toekomst alleen maar toenemen.”

Escape om te sluiten