Een vernieuwende, uitdagende popcultuur gedijt het beste bij beslotenheid

  • Jan Medendorp die zich op een gebied bevindt Jan Medendorp
  • SAX
  • 10 juni 2004

Clubcircuit of bedrijfsmatig zalencentrum?

De Enschedese politiek koketteert met de universiteit en hogeschool, met het Orkest van het Oosten, FC Twente, doet alles om de luchthaven open te houden, maar ontkent het belang van een popzaal voor minstens 2000 mensen. Met de komst van het Muziekkwartier (in 2008) is een kans gemist. ‘Buiten de Randstad is er ruimte voor drie grote zalen.’ Het wordt met twee nieuwe popzalen (300 en 700 bezoekers) en een stuk of tien oefenruimtes natuurlijk wel beter dan het ooit was. Er doemt een nieuw probleem op: kan er in het nieuwe Muziekkwartier een clubcircuit ontstaan dat staat voor vernieuwing en stimulerend is of worden het kille, bedrijfsmatig geleide popzalen? De tiende stad van Nederland heeft geen kaas gegeten van popmuziek. ‘Waarom wel tig sportzalen en niet een aantal theater- en muziekzalen voor elk genre,’ stelt Paul Brockhus (49) retorisch. Brockhus is voorzitter van poppodium Atak en directeur van de nieuwbouw. Hij is letterlijk met popmuziek opgegroeid, woonde in een pand met oefenruimtes en met zijn busje reed hij stad en land af met bands. In Gelderland en in Groningen (Simplon) deed hij bestuurlijke ervaring op. ‘Er is ruimte voor één grote zaal in het oosten, Enschede mist nu de boot en dat kan in de toekomst consequenties hebben voor het swingen van de stad.’ Vroeger toerden de grote bands door Nederland, tegenwoordig geven ze twee, drie grote concerten en dan gaan ze naar het vroegere Oostblok waar met de concerten en vooral de cd-verkoop een goede boterham is te verdienen.

Atak-nieuwbouw noodzaak

De gemeenteraad van Enschede heeft een paar jaar geleden uitgesproken dat de stad zich moet afficheren als muziekstad. En dat mag een paar centen kosten: 45 miljoen euro om precies te zijn, voor een Muziekkwartier dat huisvesting biedt aan de Twentse Schouwburg, de Nationale Reisopera, het Orkest van het Oosten, de Muziekschool, het conservatorium van de Saxion Hogeschool en poppodium Atak dat in dit bonte gezelschap niet de allerbelangrijkste speler is. Met de komst van het Muziekkwartier ontstaat er in Twente een overcapaciteit aan podiumaccommodaties (Muziekcentrum, Muziektheater, Rabotheater, Theaterhotel). ‘Alleen de noodzaak van nieuwbouw voor de Muziekschool en Atak zijn aangetoond,’ schreef de vroegere cultuurwethouder Van der Walle in De Roskam, opinieweekblad in Twente. De basis van het Muziekkwartier is nota bene een plan uit 1996 (onder de naam Pop & Cultuur Cluster Enschede) dat werd ingediend door Atak (met het Popcollectief Enschede) en de Muziekschool om de huisvestingsproblemen op te lossen. De toenmalige wethouder Swart veegde alle culturele vraagstukken op een hoop en een duur Rotterdams bureau bedacht vervolgens de naam Muziekkwartier. Die hadden we nog niet, althans niet in Twente. Wel in Rotterdam…

Skihut

Atak was negen jaar geleden bij de komst van Brockhus een ‘hobbykamer voor jongeren.’ Een goed clubcircuit, maar eenzijdig en naar binnen gekeerd. Het lukte Brockhus samen met de 75 vrijwilligers (er is zelfs een wachtlijst) door te groeien naar 33.000 bezoekers zonder de alom erkende kwaliteit aan te tasten. Daarvoor werd een ouwe fietsenkelder in de Stadsgravenstraat gehuurd. Het succes ontging de eigenaar niet die de huur opzegde en vervolgens op die plek de Skihut vestigde. ‘We zaten daar meer in de loop, kregen ook andere bezoekers, we hadden daar bijvoorbeeld veel meer beveiliging nodig.’ In het Muziekcentrum worden natuurlijk popconcerten georganiseerd, maar de zaal is niet gebouwd op elektronische instrumenten. De akoestiek is slecht (‘achterin een waas van geluid’) en je ziet na rij tien nauwelijks wat. ‘Het schisma is dat het publiek dat naar Di-Rect komt, uit zijn dak wil en ouder publiek alles goed wil zien en cd-kwaliteit eist.’ O13 in Tilburg is het enige, grote professionele podium in Nederland dat speciaal voor popmuziek is gebouwd. ‘Voor de rest moet de popmuziek uitwijken naar oude scholen en fabrieken.’

Clubcircuit

Go Planet (vijf- tot zesduizend toeschouwers) is een soort Heineken Music Hall in het klein, vindt Brockhus. ‘Bij Go Planet laat de akoestiek ook te wensen over.’ En er moet geld verdiend worden. ‘Er is grote politieke druk om het Muziekkwartier heel bedrijfsmatig op te zetten, optimale efficiency en synergie. Dat zal de ontwikkeling van het poppodium niet ten goede komen. Popcultuur gedijt het beste bij een soort beslotenheid, de transparante architectuur van het Muziekkwartier staat dat al in de weg. De vrijwilligers moeten het gevoel hebben dat het podium van hen is. Dan ontstaat een clubcircuit, een sfeer waarin kwalitatief hoogstaande pop wordt gemaakt, vernieuwend, uitdagend. Als je de nadruk op het commerciële aspect legt, wordt het een zielloos zalencentrum.Om dat te voorkomen wil ik hechte verbindingen met de pop & rockschool van de muziekschool en de popakademie van het conservatorium. Hier bij Atak moeten bands gescout kunnen worden. In december is het zover, dan is het definitieve ontwerp af en weten we of we de druk van een onwerkbare synergie hebben weerstaan.’

Escape om te sluiten