Edward Otten: een halve hippie met lang krullend haar

Gelukkigen zonder ellenbogen: product boven geld

Iedereen zou het zo’n beetje anders gaan doen dan zijn ouders: wereldreizen, ontwikkelingswerk, een leuke uitdagende baan. Dat was in de tijd dat mijn vader jong was, ook in mijn tijd als tiener/twin en ik hoor het van mijn kinderen en hun vrienden. Je kunt dus zeggen: er verandert niet zo heel veel. Onveranderd is ook dat het gros van de mensen uiteindelijk terecht komt in een saaie baan bij een kutbedrijf, waar een positie als afdelingschef het hoogst haalbare is, en om dat te bereiken deinst vrijwel niemand terug om collega’s een oor aan te naaien. Er hoeft maar een zuchtje van een reorganisatiewindje door een bedrijf te waaien of niemand is meer ziek, iedereen lacht om de flauwe grappen van de baas en elke voormalige idealist steekt collega’s zonder scrupules een mes in de rug als dat hem of haar uitkomt. Zo worden we dus oud achter een bureau. De meeste mensen zijn eigenlijk alleen rond de twintigste van de maand een beetje opgetogen, dan maakt de baas het geld over. Mooi is het experiment dat in de jaren zestig werd uitgevoerd om aan te tonen dat heel veel mensen in staat zijn tot vreselijke dingen. Een professor liet zijn studenten een schuif openen waarmee zogenaamd de elektriciteit werd opgevoerd. Tegelijkertijd was gekerm te horen. Het gros van de mensen schoof gewoon door. Een enkeling weigerde. Ik ken weinig van die enkelingen… Veel bedrijven hebben in tijden van voorspoed moeite om leden voor een Ondernemingsraad te werven, tegenwoordig staan ze in rijen van drie opgesteld. Kerken zitten in tijden van oorlogen ook afgeladen vol. Ik ken, kortom, niet zo heel veel mensen die hun eigen gang gaan. Die wel die leuke baan zoeken – die dat uit zijn bek stinkende chefje de middelvinger tonen, die wel een paar jaar ontwikkelingswerk doen. Ik ben (voor alle duidelijkheid) ook niet die enkeling, ik koos namelijk eveneens voor de studie van mijn kinderen, mijn alimentatie en mijn auto toen ik werd genaaid. Ik kwam onlangs Edward Otten tegen. Een halve hippie met lang krullend haar die in een voormalige melkfabriek in ’s-Heerenbroek een timmerwerkplaats heeft gevestigd. Hij had een topbaan bij de spoorwegen als afgestudeerd elektrotechnisch ingenieur. Hij werkte op de bovenste verdieping van het spoorgebouw in Utrecht met een paar collega’s gezellig in de airconditioning. Hij had een vrouw en twee kinderen en een hypotheek op een leuk maar niet bijzonder huisje in de wijk Assendorp in Zwolle. Op zekere dag stak hij toch overdrachtelijk zijn middelvinger op en werd meubelmaker annex kunstenaar. Eerst in een lokaal in de vroegere Ambachtsschool, nu dus in ’s Heerenbroek. Hij heeft wakker gelegen, hij heeft tot God gebeden, zijn bankrekening is leeg, “maar ik ga elke dag fluitend naar mijn werk”. Ik filmde een gelukkig man, hoewel zijn houtkachel niet brandde. Hij is veel gelukkiger dan alle mensen die ik in de afgelopen jaren in driedelig pak met een dikke auto en jonge blonde sloerie aan hun zijde naar hun mening mocht vragen. Ik zag in die ouwe fabriek echt geluk. Op de terugweg (naar de studio in Hengelo) heb ik zitten huilen. Gek hè?

Escape om te sluiten