Henk Kesler (1)

Ik heb niet zo’n hekel aan Henk Kesler als ik misschien zou móéten hebben. Het blijft natuurlijk verbijsterend dat de voorzitter van het sectiebestuur betaald voetbal van de KNVB geen goede directeur kon vinden en daarom zichzélf benoemde op die post. Per 1 september gaat hij weg. Ik mis hem nu al; zijn opvolging had hij al geregeld zoals hij ook zijn toekomstige voetbalklussen ongetwijfeld heeft veiliggesteld. Voor hem is zijn laatste directeursjaar ook zijn mooiste, zal hij in alle afscheidsinterviews zeggen: het zijns inziens fantastisch verlopen WK en hij mocht de kampioenschaal uitreiken aan zijn cluppie FC Twente. Alleen jammer dat hij er zelf weinig vertrouwen in had. Tot de allerlaatste competitiewedstrijd bleef hij volhouden dat de oostelijke onderdanigheid Twente de das zou omdoen. Ook had FC Twente er niet zo veel aan dat een oudbestuurslid van de club was doorgedrongen tot het allerhoogste in de Zeister bossen, toen een deel van Enschede op 13 mei 2000 ontplofte en Henk Kesler de toenmalige (inmiddels overleden) voorzitter Herman Wessels met hel en verdoemenis dreigde als FC Twente de dag erop niet gewoon zou aantreden bij Feyenoord. Wat dankzij de oostelijke onderdanigheid daadwerkelijk geschiedde. In Enschede zijn ze trouwens toch niet zo gek meer met hun oud-bestuurder, want toen de club een paar jaar geleden als gevolg van een paar stommiteiten van onervaren bestuurders (kortstondig) failliet ging, liet Kesler zich verbaal niet onbetuigd over zo veel bestuurlijk geknoei.
Ik adviseer Henk Kesler om Merab Jordania uit te nodigen op zijn afscheidsreceptie
Johan Derksen geeft vaak af op voetballers en bestuurders uit wie nauwelijks nog een originele zin of gedachte komt. Daar heb je bij Kesler geen last van. Toen hij ooit een keer in dit prachtblad tot op zijn schoenveters werd afgebrand over onder meer zijn bijbaantjes, stuurde Kesler als reactie zijn cv op met alle nevenactiviteiten, plus het dringende verzoek daaruit voortaan goed te citeren. En hoe hij verder onder meer over stakende agenten en Willem van Hanegem denkt, is genoegzaam bekend dankzij zijn ongenuanceerde uitspraken in het verleden. ‘Ik reed bijna de vangrail in van het lachen’, antwoordde hij in het radioprogramma Langs de Lijn op de vraag wat hij vond van het stadionverbod dat toenmalig AZ-eigenaar Dirk Scheringa zijn vroegere technisch directeur Martin van Geel had willen geven. Het was geen grap: Kesler rijdt tijdens elk ritje van langer dan een half uur minstens één keer bijna de vangrail in. Hij is geen uitmuntend chauffeur, zal ik maar zeggen. Kesler voldoet bovendien perfect aan het beeld van een bobo zoals dat in 1988 is gecreëerd. Hij heeft werkelijk geen verstand van het spel dat hij organisatorisch in goede banen probeert te leiden. Als bewaker van het profvoetbal in Nederland heeft Kesler weinig op met mensen als Scheringa, die een club opkopen en daarmee doen en laten wat ze willen. Merab Jordania, de nieuwe eigenaar van Vitesse, zal ook – althans, vóór 1 september – koel worden ontvangen in Zeist. Wat moet een oud-speler van Dinamo Tbilisi met Vitesse? Zou hij niet weten dat het Spijkerkwartier is opgedoekt? Waarom koopt hij Roda JC niet, of BV Veendam, Mulhouse of Caen? Ik heb ook echt genoten van de grootheidswaanzin van voorzitter Maasbert Schouten tijdens de persconferentie. Heerlijk. De tijden van Koning Karel zijn terug. Jordania heeft een verleden waaraan we nog heel veel plezier gaan beleven. Het spijt Henk Kesler dat hij mensen als Scheringa en Jordania – via wijziging van statuten – niet buiten de deur heeft weten te houden. Maar waarom mogen westerlingen wél overal op de wereld alles en iedereen kopen? Als Chinezen, Arabieren of een Georgiër zich hier melden, is het kapitalisme daar niet voor bedoeld. Ik adviseer Henk Kesler juist Merab Jordania uit te nodigen als keynote-speaker op zijn afscheidsreceptie. Ik loop aardig wat recepties en bijeenkomsten af en altijd worden jubilaris, pensionaris of feestvarken jubelend toegesproken. De onmisbare neemt afscheid, hij werkte zich altijd lachend een slag in de rondte voor de zaak, niets was te veel, hij had voor iedereen een goed woord over; de anekdotes over onze vertrektopper vliegen je om de oren. De waarheid hoor je meestal als de bezoekers een paar biertjes achter de kiezen hebben. Slimme politiek heeft van Henk Kesler juist een groot man gemaakt. Kesler heeft altijd precies in het snotje gehouden dat hij Johan Cruijff niet tegen zich moest krijgen. Dus hij toog op audiëntie naar Barcelona, stelde vervolgens San Marco aan en was daarna bevrijd van het Spaanse orakel.

Escape om te sluiten