Dick Schneider

Ik heb echt medelijden met hem. Met Dick Schneider. Ooit één van de allerbeste middenvelders van Nederland, misschien wel van Europa. Hij was eindjaren zestig de zoon van God in Deventer en nadat hij was teruggekeerd van Feyenoord uit Rotterdam promoveerde hij direct tot vader van. En zo gedroeg hij zich ook. Mensen die op handen gedragen worden, mensen die alleen maar mensen om zich heen hebben verzameld die om de vijf minuten roepen dat je zo goed bent… nee, daar word je als mens niet beter van. Zolang Schneider voetbalde kon hij ook zijn status overeind houden. Maar sinds hij is gestopt, is hij verworden tot een meelijwekkend manneke. Een meelijwekkend manneke dat wel heel erg gecharmeerd is van de drank. Je ruikt het en je ziet het. Aan die rooie kokkerd van hem. De drank leidde in de jaren zeventig bijna tot zijn ondergang, maar het net van invloed en macht om hem heen, hield het net. Na afloop van een wedstrijd reed Schneider ’s nachts iemand dood. Nee, hij was niet dronken, want de dienstdoende arts controleerde hem uren later. Dat die dienstdoende arts ook toevallig clubarts van Go Ahead was, vermeldde het dossier niet. Dat je hierover niets of hooguit een minuscuul stukje (natuurlijk zonder namen) in toen nog de Deventer Courant kon terugvinden, zegt iets over de invloed van Schneider en de club. Ik heb de toenmalige chef-sport van de krant hierover wel eens gesproken, hij beschouwt de terreur waarvoor hij moest wijken (van hoofdredacties en krantendirecties hoef je als eenvoudig journalist niets te verwachten en al helemaal niet bij regionale kranten die mopperende adverterende slagers per definitie gelijk geven) als een dieptepunt in zijn carrière. Toen ik Schneider vroeg naar het ongeluk naar aanleiding van het ongeluk van Kluivert, werd hij helemaal wild. Laster voor de nabestaanden, vond hij. Het hoeft geen betoog dat hij zelf natuurlijk nooit meer contact heeft gezocht met de nabestaanden. Ik zag hem pas bij FC Twente, teren op zijn status van veertig jaar geleden. Nadien niets meer fatsoenlijks gedaan, niets meer betekend voor de maatschappij. Hij heeft het nog geprobeerd als zaakwaarnemer, maar Schneider kon alleen een bal met erg veel gevoel passen. Voor de rest helemaal niets. Een verongelijkt manneke, kwaad op de hele wereld, kwaad op iedereen. Hij mag nog cijfertjes geven aan spelers die in zijn tijd zijn schoenen nog niet hadden mogen dragen. Het leven van Schneider is nadat hij gestopt was, ook gestopt. Hij weet het en daarom is hij zo boos.

Escape om te sluiten