Column: Twents Voetbalmuseum

Nummer 1 - jaargang 2, 2012

Voetbal is voor mij niet alles, maar ik vind het wel heel leuk. Het gaat ongeveer nergens over, maar ik ben er werkelijk een beetje trots op dat ik in alle Nederlandse stadions (ja, ook in Haarlem, Vlissingen, Wageningen…) één of meer keer ben geweest; het is nu een kwestie van ‘bijhouden’ als er weer eens ergens een nieuw stadion wordt geopend. Ook mijn lijstje Engelse stadions (92!) wordt langzaam maar gestaag (één of twee keer per jaar een weekend naar een paar wedstrijden) afgevinkt. Ik vind het mooi als we door een vroegere ‘groundsman’ worden rondgeleid in de kleedkamer van The Wolves (vertelde ik onlangs trots aan John de Wolf dat ik op zijn plekje in de kleedkamer had gezeten), ik poseer graag met het standbeeld van Bill Shankley (‘sommige mensen vinden voetbal een zaak van leven en dood. Ik kan u verzekeren dat het veel, veel belangrijker is’) voor mijn digitale voetbalalbum. Engeland heeft na 1966 niet heel veel meer gepresteerd, maar het land leeft op voetbal. Daar zullen ze nooit hun nationale voetbalmuseum vestigen op een winderig industrieterrein in een regio waar ze hooguit een paar maanden betaald voetbal hebben gespeeld. Middelburg godbetert. De Voetbal Experience zit ingeklemd tussen een Amerikaanse kiprestaurant en een speelgoedgigant. Waarom hebben Derksen, Verkamman en Borst – voorbeelden voor mij – dit hier laten gebeuren? Ik mocht het van mezelf niet leuk vinden, maar sjouwde uren rond. FC Twente is nu voorzichtig bezig met een eigen museum. Er is onlangs een historisch overzicht van het Twentse wielrennen geopend, een Twents voetbalmuseum moet toch mogelijk zijn. Derksen is fan van Twente, zei hij onlangs in Basis, een uitgave van FC Twente. Zei hij dat ook voor het geld? Hij kan het hier goedmaken door ons te helpen een schatkamer in te richten van ouwe shirts, beelden, toegangskaartjes, schoenen, bekers en noem maar op van de mooie, ouwe Twentse voetbalclubs.

Escape om te sluiten