Nummer 6

De bal gehakt ligt nooit meer klaar. Op het moment dat ik dit stukje typ, at Ton van Dalen altijd een speciaal door RTV Oost-kok Edwin voor hem gemaakt balletje gehakt. Na de woensdagmiddaguitzending bij Radio Oost waarin hij altijd onverbloemd zijn mening gaf, was dat vaste prik. Ik heb om zes uur stiekem gekeken of Edwin een balletje had klaargezet. Met mayo. Ik mis Ton, ik mis zijn verhalen, ik ken hem pas tien jaar, dus wie ben ik in verhouding tot de rest van Twente, de rest van Nederland, de rest van de mondiale voetbalwereld dat ik hier een jankstukkie schrijf. Maar ik heb even geen zin om weer uit te leggen hoe Arno Peels Thales naar de ondergang leidt en dat Herman Finkers met zijn halve familie slaande ruzie heeft omdat hij zich als de Messias gedraagt. Zaterdagochtendvroeg werd ik gebeld dat Ton een zware hartaanval had gehad. “Ga er maar vanuit dat het einde oefening is.” Niemand weet hoe de mop afloopt die hij in De Tor vertelde toen hij tussendoor een paar pilsjes ging halen. Natuurlijk is het verklaarbaar. Hij was moddervet, had al moeite met het lopen van de auto naar zijn huis, maar daarom mag ik toch wel huilen. Een paar weken daarvoor heeft Herman Wessels ook een hartaanval gehad. Hij was op het goede moment op de goede plaats en kwam er bijkans zonder schade van af. Ton was geschrokken en had zich heilig voorgenomen deze zomer wat aan zijn conditie en zijn gewicht te doen. Ik las in de krant dat Frans Hartman zei dat de besturen na hem (na het fantastische bewind Hartman) te weinig met de kennis van Van Dalen hebben gedaan. Ton zelf is overigens nooit vergeten wie hem in 1986 bij FC Twente op straat had geflikkerd… Inderdaad, diezelfde Hartman. De lompheid van Van Dalen was trouwens net zo legendarisch. Ik zat vorig jaar op een terras in Enschede met een vriendinnetje toen hij zich in een lege stoel bij ons liet ploffen. Zei háár nauwelijks gedag, blies grote rookwolken in onze gezichten en zei dat hij het die week (deze column) volledig met me eens of oneens was geweest. We spraken over het geld, de liefde en het leven. Hij was een verstokte vrijgezel die er niet om heen draaide regelmatig naar de dames van plezier te gaan. In Duitsland, want daar waren de vrouwen mooier of hij werd er niet herkend. De goeden gaan eerst (ik zal dus wel 107 worden…), God moet toch bestaan, want die wil ook wel eens horen waarom Raymond van der Gouw geen keeperstrainer bij Manchester United is geworden, waarom Ron Jans niet deugt of waarom de carrière van Sander Westerveld volledig in het slop zit. Donderdag was de herdenkingsbijeenkomst, georganiseerd door zijn vrienden en zijn neef Henk Brusse. Dan zal vast wèl mooi zijn geweest. Dag Tonnie.

Escape om te sluiten