Nummer 47 (3)

Beter dan ik zou kunnen heeft Gerard Driehuis, de directeur van Tubantia met zijn ingezonden brief (vorige week) precies omschreven waarom zoveel mensen een hekel aan de regionale krant hebben. Hij schrijft dat hij als grote baas van Tubantia tien jaar geleden heeft toegestaan dat de Roskam mocht worden gestart hij vond dat er in het medialandschap wel enige ruimte was. We zijn hem er dankbaar voor. En nu komt hij nog één keer (schrijft hij) uit zijn ivoren toren om te vertellen dat het experiment is mislukt, de Roskam is in zijn ogen verworden tot een ordinair scheldorgaan. Dat mag hij vinden. En het leuke is: de Roskam drukt het ongewijzigd af. Zoals deze krant van journalisten, ondernemers en politici en andere belangstellenden in principe alles afdrukt. Sterker nog, ik heb in deze column zelfs de Roskam en de hoofdredacteur op de korrel gehad. Het is allemaal afgedrukt. Mijnheer Driehuis mag alles betreuren. Hij kan artikelen zoals deze column overslaan als hij de krant doorleest, zoals ik ’s ochtends het grootste deel van zijn krant oversla en de stapels advertentiebijlagen direct bij het oud papier mik. Wat mijnheer Driehuis zelf waarschijnlijk ook doet, want hij leest zoals bekend (ook op zijn eigen redactie) liever de Volkskrant dan Tubantia. Hij mag zelfs zijn abonnement op de Roskam opzeggen. Voorbeeldbrieven genoeg, want dat gebeurt bij Tubantia met duizenden tegelijk. En passant dreigt hij mij met een rechtszaak die hij, weet hij al vooraf, zonder enige twijfel zal winnen. Maar hij doet het niet. Geen zin. Als je dreigt moet je het doen, mijnheer Driehuis! Mijnheer Driehuis concludeert dat de Roskam wat hem betreft geen recht meer heeft om mee te doen aan het openbaar debat. Pijnlijk om uit te leggen dat hij daar niet over gaat. Het aantal abonnees van deze krant stijgt langzaam maar gestaag (als alle opzeggers zouden overstappen gaat het harder). De Roskam krijgt nog steeds veel kopij aangeboden van beslissers die hun mening willen geven of zaken willen toelichten. Grote gemeenten en de provincie hebben de Roskam gevraagd debatten op te zetten en te bevorderen. Maar daar gaat het kennelijk allemaal niet om. De pijn van mijnheer Driehuis zit veel dieper. Driehuis geeft leiding aan een krant waarvan de redactie al na vijf jaar op hem uitgekeken was (daarom werd hij directeur) en hij zit met een redactie die door alle reorganisaties ongemotiveerd en ongeïnspireerd is. Ik pretendeer niet fatsoenlijk te zijn. Driehuis wel, schrijft hij. En dat neem ik hem echt kwalijk. Gerard Driehuis is namelijk niét fatsoenlijk. Zijn manier van zakendoen, zoals met Van den Biggelaar, zijn werkelijk schandalige manier om Twentevisie (met Event) slinks te kopen, zijn houding naar zijn eigen collega’s, zijn interne optreden naar bijvoorbeeld de huis-aan-huiskranten, hij lijkt in de verste verte niet op de mediabaas in Twente die hij zegt te zijn.

Escape om te sluiten