Nummer 23 (3)

Volgens de mensen die er bij (in de buurt) waren, sprong hij van woede tegen het plafond. De bank heeft deze week Pim Polman in een direct gesprek de wacht aangezegd en hem verteld dat hij actie moet ondernemen omdat ze niet langer willen wachten op hun centjes. Een paar maanden geleden mocht ik Polman interviewen en toen hoorde ik al geluiden over de aanstaande ondergang. Er is geen Nederlandse bank meer te vinden die hem wil financieren, daarom heeft hij zijn heil gezocht aan de andere kant van de grens. Maar Polman wilde toen niet met mij praten over geld, laat staan over zijn penibele financiële situatie. Terwijl zelfs ik simpel kan narekenen wat leegstand kost en dat hij dat betaalt met het geld dat hij verdient met zijn cash-cow: de Almelose meubelboulevard. Dat heeft hij ook nooit tegengesproken. De wanhopige reclameacties op zijn pand op de Westermaat in Hengelo spreken boekdelen. Toen, in het radioprogramma Memphis, wilde hij vertellen over ondernemen, over hoe gek hij is op werken samen met personeel dat het zo stil is geworden in zijn kantoor. We hadden de stommiteit uitgehaald Polman naast Cor van Zadelhoff te zetten. De Amsterdamse grootvorst vond het nodig om Polman af en toe verbaal bij te springen. Pim zat erbij te glimmen. Maar als je je bouwfinanciering slechts deels en onregelmatig overmaakt, dan weet je dat je een keer bezoek krijgt. Zijn Duitse bank heeft hem opgedragen meer panden te verhuren, maar dat lukt dus nauwelijks meer. Polman moet gaan verkopen. Hij kan niet anders. Een paar maanden geleden heeft hij een grote oostelijke ondernemer al eens op zijn kantoor in Enschede ontboden. Ze hebben een uur over koetjes en kalfjes zitten praten, maar Polman durfde in dat gesprek uiteindelijk niet om hulp te vragen (die hij waarschijnlijk wel had gekregen). De haaien weten dat hij moet verkopen en ze zullen niets van hem heel laten. Ja, daar klinkt medelijden in door. Op de één of andere manier mag ik hem. Hij heeft zijn transportbedrijf netjes opgeruimd, waar veel anderen de maatschappij, de werknemers en de toeleveranciers voor de troep laten opdraaien. En zijn ooit zo mooie grote houtbedrijf is verworden tot een handeltje in hardhout. Der Pim kon vroeger onder een bureau gaan zitten in de hoop dat zijn gasten aan de andere kant zich zouden verspreken. Hij zwaaide de laatste keer achter zijn bureau aandoenlijk met een honkbalknuppel, reed rondjes met een sportwagentje op de Military waar niet alleen sponsors maar iedereen bij hem mocht komen drinken. Met al zijn gekheid trok hij de aandacht, maar het kostte hem klanten en contracten. Echt grote vastgoedjongens die zich de tranen over de wangen lachten in gesprek met hem, maar feitelijk inhoudelijk niets hadden besproken, kwamen niet meer terug. Het is helaas over met de man die ooit dacht Twente over te nemen.

Escape om te sluiten