John Landewé is een misselijkmakend louche vriendje van De Groot

Twee weken geleden heb ik een stukje geschreven over die enge makelaar Robin de Groot en diens vrouw, verreweg de mooiste dame op de haringparty in de Wilmersberg, én vaste bezoekster van de plastisch chirurg. Daarop reageerde een zekere John Landewé. Nou ben ik gek op ingezonden brieven en mensen die mij verbaal bekogelen, maar die Landewé is een misselijkmakend louche vriendje van De Groot; ze zitten in hetzelfde kringetje van de tweede garnituur, types die zo nodig mee willen tellen, maar ongeveer niets kunnen. Landewé noemde mij een ‘ouderling in een darkroom’. Grappig gevonden, zou je denken. En vroegere klanten van het reclameventje dachten verongelijkt ‘Hij kán dus wel origineel zijn’. Geen zorgen, ook deze beeldspraak is weer bijeen gejat. Landewé is een stereotype overschrijver. De reclamewereld hangt van heel en half jatwerk aan elkaar, maar die Landewé is wel heel erg, bewijst hij met zijn columns in de bijlage Werken van de regionale krant; ook weer zo’n wekelijks bijvoegsel dat louter en alleen om commerciële redenen is bedacht. De belangrijkste economieredacteur van de krant deed regelmatig klusjes voor Landewé. En nu kon hij wat terug doen door hem een column te bezorgen in het bijvoegsel, want er moet natuurlijk wel wat tekst staan tussen de advertorials en advertenties. Waarom ik zo zeker weet dat die Landewé een overschrijver is? Omdat die sukkel zelfs fouten in mijn columns overschrijft. Een paar weken geleden ben ik nogal tekeer gegaan over topsalarissen. En ik nam Grolsch als goed voorbeeld door te wijzen op het lagere salaris van topman Pasman. Dat was nog voor de beslissing zijn voorganger afgetankt de poort uit te laten gaan waardoor er geen geld is voor zelfs de geringste salarisverhoging voor het werkvolk bij de brouwerij. Grolsch nam contact op met mij en wees mij op een omissie. In het salaris van Pasman zaten in zijn eerste jaar allerlei prettige verhuis-, inrichtings- en andere kosten verdisconteerd. En in het tweede jaar niet meer. En dat scheelt een slok op een borrel. Niet lang daarna kwam Landewé met zijn tekstje. Met dezelfde fout. Geen toeval, want de slimmerd gebruikt de ruimte in de krant om klantjes te werven. In zijn reactie in de Roskam schreef Landewé badinerend dat mijn hormoontjes door de geboetseerde vrouw van De Groot in verwarring raakten. Maar waarom laten mannen in dat wereldje eigenlijk hun vrouwen verbouwen? En dan nog wat stomme overschrijver: die achterlijke bluffer van een vriend van jou kwam bij mij aan de tafel hangen omdat hij zo nodig interessant gevonden wilde worden. Mevrouw De Groot, Betty – hoor ik van alle kanten – schijnt héél aardig te zijn. Een tof wijf. Ik geloof het direct, haar wil ik niet beledigen, maar die naar aandacht snakkende lapzwans. Waarom heeft ze advocaat Robert Lassche ooit ingeruild voor deze babbelaar? Zoek een leuke vent die niet over jouw verbeterpunten opschept.

Escape om te sluiten