Nummer 34 (3)

De overtuiging van Fritz Korbach (“Alle vrouwen zijn hoeren”), postgevat nadat zijn bloedmooie vriendin hem drie maanden na zijn vertrek uit de voetballerij voor een sportschooltype inruilde, was vorige week werkelijkheid in Boedapest. Dat is een zeer fraaie stad, veel oude gebouwen, mooie pleinen en sierlijke bruggen over de Donau. Boedapest is ook de stad die razendsnel de wens van de baas van de Formule 1, Ernie Ecclestone, vervulde: een race in het Oostblok om zijn mondiale circus compleet te maken. Kleine monsterlijke Ernie (multimiljardair met een werkelijk fabelachtige vrouw die anderhalf keer zo lang is als hij – maar het gaat natuurlijk om het innerlijk, om het karakter) had liever Moskou gehad, maar die stad heeft de vergadercultuur die vergelijkbaar is met het Overijsselse provinciehuis. Jaarlijks overspoelen circa 150.000 mensen in het tweede weekend van augustus Hongarije. Dat is voor het Midden-Europese land (direct achter Oostenrijk, nog geen dertienhonderd kilometer) een economische impuls van heb ik jou daar. Van die 150.000 bezoekers bestaat het merendeel uit mannen die tijdens de race hopen op flinke ongelukken, zich een slag in de rondte zuipen en de zak willen legen. De Hungaroring wordt tijdelijk één grote afwerkplek waar alle hoeren uit het Oostblok in één weekend hun jaarinkomen bijeen pezen. In letterlijk één grote neukschuur op de camping naast het circuit. In de stad word je als man door jong en oud, mooi en lelijk, om de paar minuten aangeklampt met de vraag of je sex wilt. Niets liever dan dat, maar niet met een paar van die vieze uitgewoonde sletten. Dus ik gaf meestal als antwoord dat ik gay ben (wat niet eens zover bezijden de waarheid is) of dat ik er 150 euro voor wilde hebben. Ik belde Fritz Korbach om hem zijn tijdelijke gelijk te geven. Hij zat in de trein, was stomverbaasd dat ik überhaupt had getwijfeld aan zijn woorden en gaat volgend jaar graag mee. Ik heb vijf nachten nauwelijks geslapen, voor het eerst dit jaar ben ik weer eens behoorlijk dronken geweest, belandde in een nachtclub waar een paar delftsblauwe Rotterdammers omgekeerd aan het plafond hingen en ik heb drie dagen gefascineerd naar de trainingen, kwalificaties en races van de Formule 1, 3 en Porches gekeken. En naar al die bezoekers van top tot teen in Ferrari-kledij gestoken; van die typische Ajax-supporters die morgen een andere club toejuichen omdat die dan toevallig wint. Trots meldde ik mijn vrienden dat een goede kennis van mij (Patrick Huisman uit Borne) meedeed in de strijd om de Porschecup. Ik steeg in de hiërarchie: ik was ineens het mannetje met relaties in de racewereld. Tot de eerste bocht. Huisman sandwichte een concurrent en kon meteen terug naar huis. Het was het enige ongeluk dat ik in al die dagen heb gezien.

Escape om te sluiten