Nummer 3 (4)

Dat onvermijdelijke carnaval zit er helaas weer aan te komen. Vreselijk volk. Van die omhooggevallen afdelingschefjes die eens in het jaar gezellig gaan doen. God, wat staan die mensen gezellig zaterdagochtend om negen uur naar een optocht te kijken. Stumpers. Wedden dat ik weer stapels brieven of dreigtelefoontjes krijg van die nagemaakte feestbeesten die roepen dat ik niets begrijp van het fantastische carnavalsgebeuren, de sfeer en het verhaal daarachter. Rot toch op. Ik weet het precies. Ik ben ooit vroeger geridderd tot zwart schaap door een paar zatlappen omdat ik toen in een andere krant de koddige carnavalsbende vergeleek met lafheid van een groep kinderverkrachters. Dat zijn het niet, hoewel ik vermoed dat de halve zaal is verwekt dankzij iets te intieme familieverhoudingen (als ik die blozende inteeltkoppen zie). Als je tijdens de roekeloze jaarlijks terugkerende oubolligheid in die dorpshuizen rondkijkt zie je een type foute ambtenaar die stiekem en anoniem dankzij de maskers onder de rokken probeert te voelen van het aanwezige vrouwvolk. Van die engnekken die alleen op vrijdagavond na Baantjer mogen neuken. Vanavond lekker op tijd erIN, ja, humor hebben ze wel, de carnavalseikels. De grootste mongolen worden prins. Want alleen de sukkels die zogenaamd een goede carrière hebben, kunnen zich dat veroorloven. Je moet namelijk veel drank weggeven aan je tijdelijke zogenaamde feestvrienden. Waarmee trouwens de essentie van het feest wel zo’n beetje verteld is. En ja, als je dan net weer hebt lopen snoeven op het plaatselijke voetbalveld dat jij feitelijk aan de touwtjes trekt bij het bedrijf, dat de directeur niet weet wat hij zonder jou moet doen, dan ben je een keer aan de beurt. Als je in pak’m beet Boekelo geen Prins Carnaval bent geweest, denken je buren dat het niet goed gaat met je. Of dat je een schraper bent. In zo’n teringgehucht ben je wel een keer door de echte notabelen heen, en dan staat het nieuwe geld zich te verdringen. Van die types die dolgraag iets van directeur (desnoods van een eenmansbedrijf) op hun visitekaartje hebben staan (daar krijgen ze allemaal een harde plasser van, want het gaat allemaal om de schijn, zeker in die strontstippen op de kaart), maar van ondernemen en leidinggeven hebben ze net zoveel verstand als van feestvieren. In het dagelijks leven zijn het de tirannetjes van de werkvloer, vroeger zouden ze zich verdrongen hebben bij de Landwacht en nu, nu zijn ze Prins Carnaval en hebben ze de sleutel van het mestdorp in een streek die wat mij betreft vandaag nog geconfisqueerd mag worden door de Duitsers. De grootste criminelen zijn trouwens vroeger Prins Carnaval geweest, de grootste graaiers onder de ondernemers vierden het feest met overgave. Zeg me of u van carnaval houdt en ik zeg u wie u bent.

Escape om te sluiten