Nummer 10 (3)

Bij zijn creatie van wethouder Hekking moet Kees van Kooten ooit Bernard Kobes voor ogen hebben gehad. Alle CDA-premiers loopt de huidige burgemeester van Wierden in alle TV-programma’s voor de voeten. Kobes wordt bijkans in alle huiskamers herkend. Hij oogt als een goeiige lobbes met een babyface. Dankzij zijn kwispelend gedrag bij alle CDA-prominenten wordt hij door hen gekend; Kobes voegt niets toe zo is bekend, maar je hebt verder ook geen last van hem. Zo’n kwebbelkous die herhaalt wat anderen voor hem al hebben ingebracht. Gaston Sporre zegt altijd over dat soort types dat ze bij belangrijke zaken de kleur van het behang aannemen. Het lachen met en om Bernard Kobes is me inmiddels vergaan. Hij is een volstrekt inhoudsloze, pafferige dommekracht. Kobes woont alweer jaren in Vroomshoop omdat hij een soort onbestaanbare supervilla in Wierden zoekt. Ex-burgemeester Theo Schouten moest om dezelfde reden uit Haaksbergen vertrekken, maar ons CDA-pijpertje komt er mee weg. Wijlen mijn schoonzus had vlak voor haar dood een boerderijtje in Wierden gekocht. Aan mij de taak alle bedrijven en organisaties waarmee zij van doen had te informeren. Het antwoord van de gemeente Wierden was een foldertje, een tweetal identieke acceptgirokaarten plus machtigingskaarten (?). Ik heb in een keurige brief daarover mijn verbazing geuit. Met het verzoek mij uitleg te geven over het belastinggeld dat ik als erfgenaam moet betalen. Ik woon niet in een woonwagenkamp, ben geen Hells Angel, dus moet ik betalen; dat wil ik best, maar leg me dat even uit. Niet echt ingewikkeld zo’n brief dunkt me. Wel in Wierden. Een zekere E. Larink van de stafafdeling Financiële Zaken condoleert mij zowaar per kerende post, maar voor de rest standaardgelul. En de acceptgirokaarten kwamen ook weer gewoon retour. Toen heb ik gebeld, Larink had verlof, was zijn GAK-dagen aan het verknabbelen, had recht op scholing of plaspauze, weet ik veel, een collega antwoordde dat ik niet moest zeuren, want wist ik wel hoeveel mensen jaarlijks in Wierden overlijden? Nou, eh, nee. Honderdvijftig, zei hij nadrukkelijk. Ja, en? Dan schrijven jullie een persoonlijke brief aan de nabestaanden, lijkt me. Tja, daar konden ze niet aan beginnen. Toen heb ik ten einde raad Kobes gebeld. Nee, het kwam allemaal goed, ze hadden de werkwijze op het gemeentehuis naar aanleiding van mijn klacht aangepast. Deze week kreeg ik weer een standaarduitdraai, met acceptgiro’s, hetzelfde foldertje en (wéér) machtigingskaarten. Zonder uitleg, zonder handtekening. De ene brief kwam op mijn huisadres, de andere op het adres in Wierden, want het interesseert ze hoegenaamd echt niets, dat domme volk. Ondervonden al die teringambtenaren, die arrogante minkukels maar eens aan den lijve wat ze de burgers aandoen. Maandag schuifelde babyface Bernard weer door het pand van TV Oost, op zoek naar draaiende camera’s.

Escape om te sluiten