Nummer 23 (5)

Toen ik een jaar of veertien was, versloeg ik mijn vader definitief met hardlopen en fietsen. De neergang op het voetbalveld had bij hem al eerder ingezet; op de vierkante meter tikte ik hem helemaal gek en met paaltje schieten overtroefde ik hem simpel. Dat was het echte einde van mijn kindertijd. En die ouwe had voor mij daarmee deels afgedaan. Natuurlijk, ik woonde op zijn zolder, hij had een goeie baan waarop vooral mijn vriendjes jaloers waren, maar als ik even aanzette was het gebeurd met de koopman naar wie zoveel mensen moesten luisteren. Ik ben inmiddels vader van twee mooie meiden die de leeftijd naderen waarop ik fysiek mijn vader passeerde. Ondanks mijn overgewicht lopen ze me echt niet op achterstand. Ook fietsend niet. Maar moeiteloos weet mijn oudste dochter mij wel met tafeltennis te verslaan. De eerste keren riep ik over vermoeidheid, daarna gaf ik nog de mijns inziens geringe bewegingsvrijheid in de garage de schuld. Ik repte nog over gezellig een balletje slaan en dat het mij niet zoveel kan schelen wie er wint. Vorige week zondag zag ik in haar ogen dat ze wist dat ik niet meer beter kon, hoe hard ik ook smashte en welke effectballen ik ook listig probeerde. Ik kreeg alle ballen twee keer zo hard en link terug. In haar ogen herkende ik mijn eigen gevoel van ruim 25 jaar geleden. Ik ben de veertig gepasseerd en daarmee het scharnier in mijn leven. De tafeltenniswedstrijdjes zijn het bewijs. En ineens begreep ik het leven toen ik weer mocht haringhappen bij de zelfbenoemde fine fleur van Twente. Ik zag die rare snijboon van een Ruurd Hallema staan. Hallema die in zijn eigen persberichten over zichzelf schrijft \'de bekende kunstenaar Ruurd Hallema…\' . Natuurlijk. De vrouw van Hallema was zelf opgetuigd als een kunstwerk, anders zouden we niet weten wat haar bekende echtgenoot precies doet. Een andere vrouw van middelbare leeftijd vond dat ze nog het figuur heeft om al die andere ouwe knarren het hoofd op hol te jagen door een piepklein shirtje aan te doen met daarover een soort doorzichtige cape. Ik zag al die mannen die gezellig met elkaar stonden te praten en tijdens andere gelegenheden de meest vreselijke dingen over elkaar zeggen. Ooit zat ik met deze mensen in een vliegtuig toen één hunner snedig opmerkte dat Twente volledig onbestuurbaar zou zijn als het vliegtuig crashte. Als je je niets verbeeldt, ben je niets ook. Sinds dat verloren potje tafeltennis, zijn mijn ogen geopend. Ineens begrijp ik Pim Polman die zijn naam op het Heracles-stadion heeft laten zetten. Ik begrijp al die wandelende maatpakken, die aardappelpraters die zich zichzelf als de elitaire Twentse kaste beschouwen. Ze kunnen geen van allen meer winnen met tafeltennis. En dat proberen ze opzichtig te verdringen. Pim jongen, wat drink je van me tijdens de nacompetitie.

Escape om te sluiten