Nummer 11 (5)

Amice Geert, Het komt voor jou niet als verrassing dat ik er mee wil ophouden, we hebben er eerder al over gesproken. Ik heb inmiddels - zoals je weet - de VUT-gerechtigde leeftijd voor burgemeesters bereikt. En ik ben het eigenlijk meer dan zat. Als het werk het ook maar even toelaat - ik laat er zelfs regelmatig afspraken voor lopen - verblijf ik in mijn geliefde Limburg waar ik mij na mijn pensionering ook weer wil vestigen. Ik kom er nu te weinig. Ik wilde na de vuurwerkramp mij opwerpen als steunpunt voor de bevolking. De geschrokken Enschedese burgerij vroeg ook in de eerste tijd na de ramp om een leider. Maar het was een standaardreactie, zoals in tijden van oorlog de kerken weer vollopen, zoals in tijden van economische neergang een dictator mogelijkheden krijgt. Ik heb mij daarin vergist, ik ben niet de man op wie de stad en de regio zit te wachten. Ik ben te veel Bourgondiër, we weten beiden dat ik eigenlijk nooit op mijn plaats ben geweest in Twente. Achteraf had ik beter direct na de ramp kunnen opstappen, maar ja, als je alles van te voren weet… Ik laat je via dit amice-briefje weten dat ik binnenkort mijn officiële ontslag aan zal vragen bij amica-BiZa. Ik voel me ook in de steek gelaten door mijn wethouders. Als het om geld gaat, zijn het net hoeren. Jij weet dat ik als politicus vind dat de provincie als bestuurslaag te weinig toegevoegde waarde heeft. Zo heb ik ook gereageerd toen de journalist van de Volkskrant mij belde. Dat in diezelfde periode wij als grote steden net om meer geld van de provincie Overijssel vroegen heeft daar inhoudelijk natuurlijk niets mee te maken. Dat mijn wethouders en raadsleden vervolgens afstand nemen van mij geeft aan dat de samenwerking op een dieptepunt is gekomen. Achteraf had ik moeten vertrekken op het moment dat de Dubbelstad werd afgeschoten. Ook al omdat jouw voorganger Hendrikx daarbij een buitengewoon dubieuze rol heeft gespeeld. Dat weet jij ook. Maar jij weet eveneens welke collegiale steun ik gehad heb van Hendrikx, iets wat ik zeer gewaardeerd heb. Beste Geert, we hebben maar kort met elkaar samengewerkt. Ik wens je veel sterkte toe de komende jaren, jij zal ook ongetwijfeld je kop stoten bij de vermaledijde Twentse mentaliteit; je weet nooit of ze menen wat ze zeggen. In de wandelgangen hoor je pas hun echte mening. Het zijn allemaal eigenbelangetjes, ik word er soms zo doodziek van. Ook daarom laat ik mij bij al die achterkamertjes van de regio en de netwerkstad zelden meer zien. Ik kan die huichelaars niet meer luchten of zien. Ik nodig je graag uit op mijn verbouwde hoeve in Limburg. Met collegiale groet, Jan M.

Escape om te sluiten