Nummer 6 (3)

Heel Nederland had tijdens de oorlog joden op zolder. Nou, waar zijn ze gebleven dan? Verreweg de meeste verzetshelden meldden zich aan in april, mei 1945 en waren vooral druk met het scheren van moffenhoeren en het in elkaar slaan van mogelijke verraders. Zeg maar potentiële kampbeulen in geval ze Duitsers waren geweest. Bernard heeft zogenaamd Nederland bevrijd, maar om een inzicht te krijgen in het echte leven van Bernard adviseer ik u het boek Prins Bernard van Wim Klinkenberg te lezen. Claus zat aan het begin van de oorlog ingedeeld bij een onderdeel dat met doodshoofdemblemen getooid ging. Op mijn eigen koninklijke sympathielijstje staat Claus trouwens met stip op één (en al enige tijd, maar dit terzijde) Amnesty International heeft een onderzoek in huis waaruit blijkt dat toch wel heel veel mensen in opdracht van een superieur (en die zal het toch wel weten) aan een stroommeter zouden draaien om iemand aan het praten te krijgen. Zomaar een paar opmerkingen naar aanleiding rond dat gedoe met Màxima. Ik vind haar een erg lekker wijf en als ik haar gedraai en gedans op een amateur-videofilmpje (gemaakt tijdens een feestje) goed interpreteer, wil ik dolgraag met haar naar bed. Ze maakt er een kurkentrekker van, dat zie je zo. Ik ben nu al strontjaloers op het seksleven van King Willem IV. Ik stel het omhoog gevallen trutje zeker niet verantwoordelijk voor de daden van haar vader. Er zijn me al te veel kinderen van vroegere NSB'ers die met de nek worden aangekeken in dit geweldig opportunistische land. In 1978 hoorde ik bijna niemand die vond dat Nederland vooral niet naar het WK moest gaan (of geen handel moest drijven), terwijl wij (en die Zorrequita zeker) toen ook wel wisten dat de Argentijnse specialiteit was het uit vliegtuigen mikken van mensen zonder parachute. Ik vraag me af hoe ik zal handelen, me zou gedragen als ik wist dat mijn vader op zijn minst vuile handen zou hebben, ik zou niet weten hoe ik reageer als mijn dochter thuis komt met een gozer van wie de vader in een moordregime had gezeten. Het maakt Beatrix allemaal geen hol uit, ze heeft de Zuid-Amerikaanse nazi allang voor een intiem dineetje op haar paleis gehad. Handen geschud, gezellig gelachen, wellicht aan het einde van het afscheid gekust. Ze heeft schijt aan het land, aan het volk. En wij? Wij zijn stomme honden. Hoe harder we geslagen worden, hoe harder we achter het baasje aanrennen. Met Màxima zelf is niets fout. We moeten van haar schoonmoeder af.

Escape om te sluiten