Nummer 39 (2)

Ik ben ooit een paar jaar van mijn leven sportjournalist geweest. Dan ben je dus elke dag alleen met sport bezig. Er is weinig oppervlakkiger dan een interview met een gemiddelde voetballer, kan ik u verzekeren. Er zijn natuurlijk uitzonderingen, Jan van Halst, Erik ten Hag, Bert Konterman, Raymond van der Gouw of Sander Westerveld (en dan vergeet ik er nog een paar) hebben een mening, maar de rest heeft de intelligentie van een opblaaspop. En zo gedragen ze zich ook. Samen met Marti ten Kate (die het NOC*NSF-steunpunt in Oost-Nederland bemant) heb ik het afgelopen jaar voor het blad Twentevisie een serie verhalen gemaakt met Olympische sporters uit het oosten des lands. Dat is op zich al een verademing in vergelijking met die voetbaltypes die hooguit vijf clichés kunnen uitbraken. Dus toen Jan Mensink (waterpolocoach dames) en Rob Jonkman (bedenker van de Twente Vier, roeien) omstandig uitlegden dat zij niet alleen naar Sydney gingen om mee te doen, maar eigenlijk alleen de reis maakten om het goud op te halen, leefde ik in de overtuiging dat ze wisten waar ze over spraken. De werkelijkheid is dat de waterpolodames en de Twentse roeiers de risee van de Spelen zijn geworden. Die Nijverdaller Mensink lag een jaar geleden al zwaar onder vuur bij zijn dames, maar mocht bij Gods gratie aanblijven. En Jonkman is vooral in het nieuws gekomen door in Australië als een bijgoochem van zijn step te kukelen en zijn heup te breken. Om aansluitend als een verwend kind alle doktersvoorschriften te negeren. Jonkman is het klassieke voorbeeld van de zakenman die te weinig aandacht krijgt voor zijn goede daden. Bovendien iemand bij wie het succes naar het hoofd is gestegen waardoor hij denkt dat alles wat hij doet een succes zal worden. Te veel geld leidt tot verveling en dus stortte hij zich op het roeien. Hij beschuldigde in het voortraject de roeibond van alles en nog wat, vond het jammer dat op de boot van zijn jongens Nederland stond in plaats van Twente. Winnen is te organiseren, meldde hij monter. Het resultaat is bekend: een Russische duikboot vaart beter. Het is niet een beetje fout gegaan, het was een drama, een afgang. Na zo’n debâcle denk je als coach volgens mij: een beetje mijn bek houden, via een achteringang weer terug naar Nederland komen, journalisten mijden en hier en daar (bijvoorbeeld bij de universiteit die het schip sponsorde) excuses aanbieden. Ik moet Mensink nageven dat ik niets van hem gehoord heb en vermoedelijk ook nooit meer iets van hem zal horen. Maar die coach van de beren-sukkels-boot, die gek van een Jonkman, is schijnbaar niet alleen op zijn heup gevallen, maar ook op zijn fraai gecoiffeerde koppie. Wij varen binnenkort iedereen aan gort, riep hij tegen iedereen die het maar horen wilde. Dan zijn opblaaspoppen toch een stuk rustiger.

Escape om te sluiten