Nummer 21

Ik zal wel niet meer welkom zijn bij FC Twente, na mijn column van vorige week. Ik heb geen idee, maar je hoort via via wel eens wat. En via Jan Boomkamp. Ik ken Jan Boomkamp nauwelijks, ik weet alleen dat hij overal in Twente coniferen neerpleurt. Ik heb hem de afgelopen jaren bij herhaling uitgenodigd mee te werken aan een interview. Hij weigert categorisch. Dat mag. Niemand is verplicht met mij te praten. Jan Boomkamp ontkent dat hij een maatschappelijke verantwoordelijkheid heeft. Het is ontzettend lastig om na te gaan welke landerijen inmiddels allemaal van hem zijn. Je hoort verhalen dat hij familie of stromannen bij de gemeente Hengelo heeft werken. Hij schijnt inmiddels de grootste grondbezitter van Overijssel te zijn. Overal borden die verwijzen naar Boomkamp Gardens. Hij kan het zelf waarschijnlijk niet eens uitspreken. Langs de snelwegen mag je geen reclame maken. Boomkamp lost dat met zijn coniferen schalks op. Kortom, genoeg stof voor een leuk gesprek. Maar Boomkamp wil niet en dat heb ik de afgelopen jaren gerespecteerd. Maar nu niet meer. Want Jan Boomkamp heeft de onhebbelijke gewoonte mij tegenwoordig steeds te bellen. Zijn fietsvriendje Hennie Kuiper zit zonder werk en Boomkamp vindt dat ik via een interview met Kuiper moet zorgen dat Kuiper weer ergens onderdak krijgt. Ik heb Herman Wessels vorige week met grof geweld gebrek aan leiderschap verweten. Wessels blijkt een vriendje te zijn van Boomkamp en dus meent deze wandelende tuinplant mij tot de orde te moeten roepen. Hij wil dat soort opruiende teksten niet meer lezen in de Roskam. Ik heb hem met klem geadviseerd zich over mij te beklagen bij alle chefs en hoofdredacteuren die ik heb. En dat heeft hij inmiddels gedaan. Want Boomkamp vindt dat hij inmiddels tot de wereld van de grote jongens hoort, hij vindt dat hij aan de tafel der decisionmakers hoort. Ik noem dat het Polman-syndroom waar meer mensen aan leiden. Grootheidswaanzin. Geld regeert de wereld. Daar heb ik mij bij neergelegd. Als Dik Wessels mij op de zondagavond na de ramp belt dat ik moet komen voor overleg, dan kom ik. Klaar. Hij belt eerst met Jan Mans die op het punt stond gesloopt naar bed te gaan. Mans stuurt de volgende ochtend zijn wethouder Helder voor verder overleg over het hulpfonds dat Wessels wil oprichten. Helder en ik lacher er later om: als Wessels belt, springen we blijkbaar allemaal in de houding. Maar Wessels stopt wel vijf miljoen in een pot en belt collega-ondernemers. Geld regeert de wereld, soit. Wessels weet dat als geen ander. Maar Wessels is goud. En menselijk. Achttien doden, duizend gewonden. Het gore lef van Boomkamp om mij te bellen omdat ik onaardig ben geweest over FC Twente. Gebruik je tijd liever om ook vijf miljoen over te maken, stomme treurwilg.

Escape om te sluiten