Enquêtes

Er kunnen mij niet lang genoeg enquêtes worden gehouden. Ik zit aan de buis gekluisterd. Dit is democratie zoals ik dat in mijn meest idealistische dromen voorstel. De angst van de mensen die verhoord worden, is onvoorstelbaar. Het doet denken aan een derdegraads verhoor in een smerige martelkamer ergens in Casablanca. Maar het gaat om een omhooggevallen huisarts en een dame die nog geen drie woorden achter elkaar foutloos kan uitspreken, die wat willen weten. En zij zijn al in staat gebleken uitgesproken te krijgen dat de vierde macht in Nederland in feite het beleid bepaalt en dat ze in Israël kennelijk van mening zijn dat ze zich alles kunnen permitteren. Ik herinner me ineens weer dat Winnie S. bij haar afscheid vaststelde dat haar vertrek en disfunctioneren vooral te wijten waren aan de ambtenaren, maar dat ze toen werd uitgelachen. Ik ben inmiddels aanhanger van de Burgemeester Veringa-leer: lichamelijk geweld mag niet, maar is te rechtvaardigen als dat gebeurt door al die hulpverleners die de Bijlmer toentertijd ingejaagd zijn. Het parlement mag er wat mij betreft een zooitje van maken als ze maar een paar keer per jaar een enquête laat uitvoeren. Ik krijg weer vertrouwen in de Europese Unie als voor mijn part de ergste backbencher zo af en toe een paar vraagjes mag stellen die onder ede beantwoord moeten worden. Ik wil wel eens weten wie er nu werkelijk in Twente aan de touwtjes trekken. Wie hebben er bestuurlijk zo’n teringzooi van gemaakt? De ondergang van de AAD en van de Luchthaven Twente. En allemaal live uitzenden op TV Oost. Vakbonden moeten gaan inzetten op enquêtes bij bedrijven. Dat zou alsnog een hoop leren over de textielcrisis. Ik wil nou wel eens weten hoe dat allemaal zit bij Ten Cate. ‘Mijnheer Reudink, u was ooit bestuursvoorzitter. U regeerde met harde hand. En kocht winst bij als het in een jaar tegenviel’. ’Nou, eh, dat lijkt me niet’. ‘Mag ik eraan herinneren dat u onder ede staat’. ‘Mijnheer Schreve, u heeft er 170 miljoen doorgejaagd’. ‘In de context..’ ‘Mag ik u er aan herinneren dat u onder ede staat’. ‘Zeg mijnheer De Vries, uw rol is volstrekt onduidelijk’. ’Wie zegt dat ik De Vries heet? Schreve en Reudink ken ik alleen van naam. Verder heb ik geen commentaar. U moet de zaak niet omdraaien. Dat ik bij Ten Cate werk, zegt u, ik zeg niets. Ik verwijs u naar mijn advocaat’. ’Mag ik u er aan herinneren dat u onder ede staat’. O, geweldig!

Escape om te sluiten